>> HOMEpage

Jarich van Ockinga en Tinco van Andringa naar Frankrijk 1664 - 1665

Bron: familie-archief Van Sminia, Tresoar toegang 327, inv. nr. 2144
Verslag van een reis van Leeuwarden via Noord- en Zuid-Holland, Zeeland en de Zuidelijke Nederlanden naar Frankrijk, en terug via Zwitserland en Duitsland, 1664 - 1665; handschrift in octavo. Achterin een lijst met scherminstructies, getiteld 'Exercise de la pique'; middeltjes tegen kiespijn en buikpijn; een recept om nierstenen te behandelen; een naamlijst van de leden van de Academie Française tot 1653, titels van 'bons livres' door dezen, waaronder een woordenboek in quarto 'Le gazophylace de la langue' met uitleg over de uitspraak van het Frans en over diakritische tekens, en enige gedichten en (ook Latijnse) citaten. De voor de identificering van de auteur beslissende aantekening in dit gedeelte is de vermelding van de benoeming tot Raad in het Hof van Friesland op 23 februari 1666 van ... Jarich van Ockinga.

Iets over het weer van 1664/1665: natte herfst, koude winter; Buisman, Duizend jaar weer ..., deel 4: 1575 - 1675, Franeker 2000.
Jarich van Ockinga en Tinco van Andringa waren leden van de studentenvereniging van Leeuwarder gymnasiasten te Franeker. In de uitgave door J. Visser (1985) van het Album collegii studiosorum ex gymnasio Leovardiensi (1626 - 1668) wordt op blz. 178 van Ockinga, de vierenvijftigste voorzitter, genoteerd dat hij in 1664 ter bevordering van zijn studie naar Frankrijk is vertrokken, en op blz. 187 van Andringa dat die met de heer Ockinga mee naar Frankrijk is gereisd. Archivalia van de familie Ockinga zijn door vererving terecht gekomen in het Sminia-archief. Over Ockinga t.z.t. meer.

Internetuitgave: M.H.H. Engels, november 2020 (in bewerking)
Transcriptie, voor een betere leesbaarheid op allerlei plaatsen hertaald.

[01] Anno Domini 1664 op • 1 juni zijn wij in godsnaam uit Leeuwarden vertrokken met de wagen omtrent half 10 en zijn te Bolsward aangekomen omtrent half 2, hebben in de Doelen gelogeerd en zijn van daar gereisd naar Workum met het trekschip, wat twee uur varen is, alwaar wij gelogeerd hebben in Amsterdam tegenover de waag en het raadhuis. Voorts zijn wij van hier vertrokken naar Stavoren met een wagen, ook in twee uur door Hindeloopen voorbij Molkwerum, hebbende tot voorbij Hindeloopen een dichte regen gehad, en aldaar gearriveerd omtrent 9 uur 's avonds en hebben gelogeerd in de stadsherberg voor de poort.
   Op de • 2e juni zijn wij van Stavoren omtrent 8 uur 's morgens met de Amsterdammer veerman naar Enkhuizen gereisd, hebbende een constante maar schrale wind en zijn daar om half 1 ongeveer gearriveerd en hebben gelogeerd in de Toelast in de Breestraat, en zijn van daar met de wagen vertrokken naar Hoorn, wat twee uur rijden is. Hier zijn drie fraaie wandelpaden buiten de poort met bomen bezet, en een zeer grote haven, en het is voorts een zeer mooie stad. Wij hebben hier [02a] gelogeerd in de Wildeman aan de overzijde van de vismarkt.
   Op de • 3e juni 's morgens om 8 uur zijn wij van Hoorn gereisd naar Alkmaar met het trekschip waarvan wij tweemaal wisselden; 't is drie en een half uur varen. Hier is een zeer mooie kerk. Wij hebben hier gelogeerd in de Nieuwe Waag van Amsterdam bij Simon van Rossen tegenover de waag. Van hier zijn wij omtrent 2 uur met de wagen vertrokken naar Haarlem, via een zeer plezierige weg, zoals door de duinen, en voorts was de weg zanderig en met bomen bezet, gelijk als in de Wouden, met hier en daar aardige hofsteden, en ook enige mooie dorpen: het was vijf uur rijden. Te Haarlem is het Hout buiten de grote Houtpoort zeer vermakelijk en opmerkelijk. Voorts is de stad ook deftig. Alhier hebben wij gelogeerd in de Zwaan bij de Leidse poort om voorts scheep te gaan.
   De • 4e juni zijn wij 's morgens om half 3 te Leiden gearriveerd, wat wel ruim vier uur varen is, nadat wij 's avonds om 11 uur van Haarlem afgevaren waren. 's Morgens tevergeefs vragend naar een herberg hebben wij bij een verkeerd huis aangeklopt en hebben de meid [02b] en heer, naar onze gissingen een advocaat, van hun bedden doen opstaan en werden wij door dezelfde heer naar zijn studeer- of schrijfkamer geleid en van verscheidene zaken desavouerende [= afkeurende] zagen wij wederzijds dat wij bedrogen waren, zodat het de doctor niet zwaar viel om het te openbaren, weshalve wij ons zeer excuserende zijn weggegaan.
   Te Leiden hebben wij onder andere dingen aan interessants gezien: 1. De Burcht zijnde een dikke muur op een berg van omtrent 65 treden hoog om op te klimmen, boven op de berg binnen de muur een doolhof en van onder tot boven over de treden een galerij gevlochten van bomen; en voorts is de burcht rondom met bomen bezet van onder tot boven toe, doch in zeer wijde distantie zodat er boven drie à vier regels bomen niet zijn. Wij zagen hier ook enige damherten en hinden lopen bij de berg. Er is ook een zeer diepe put boven op de berg, waarin ten tijde van de belegering van Leiden een bot gevangen is.
   2. De anatomie en de bibliotheek is gesepareerd van de academie en in een andere straat gelegen. De anatomie is bijzonder: wij hebben aldaar onder talloze andere rariteiten gezien een Egyptische koning met dezelfde kleding als hij dood zijnde overgestuurd is. [03a] Een andere van welke het balsemen 1200 Libra gekost heeft, die men nog kwalijk één haar uit het hoofd zou kunnen trekken, en zwart en ijselijk om te zien was, ook een rijdende te paard, zijnde een kameel, toen zij ter dood gebracht werden; ook een rijdende op een koe dewelke met die koe zou te doen gehad hebben, en ook het kind daarvan (zo men zei) hebbende een baard is hem ook gegeven een schild in de ene en een degen in de andere hand zodat het een kleine pygmee scheen te wezen; ook een Franse gravin rijdende op een ezel, en zo vereerd door de koning van Frankrijk, dewelke haar dochters kind om hals gebracht had; ook het geraamte [= skelet] van een ongeboren walvis zijnde in de kelder te zien; ook is in de anatomie een skelet van een kikvors te zien en ook de gedaante [d.w.z. de afbeelding] van die boer en het mes dat hij zou ingeslikt hebben. 3. De bibliotheek boven deze anatomie is alledaags en naar mijn oordeel die van Franeker niet overtreffend.
   4. De academie, waar wij enige auditoria gezien hebben, zijnde het theologische zeer groot maar allemaal niet zeer net. Wij hebben daar ook [03b] gezien het convent, zijnde langwerpig, klein en slordig met een klein tapijtje rondom behangen, verder hebben wij daar gezien een camera opticon [= obscura], die zo ons gezegd werd Cartesius gemaakt had, en boven deze camera een plat met een deksel dat men weg kon doen, en een zeer groot kwadrant ten dienste van de mathematici. 5. De tuin die niet zeer groot was, maar goed beplant, hebbende aan beide zijden een galerij, de ene dienstig om de kruiden in de winter in te zetten en van drie kachelovens voorzien, de andere was behangen met vele rariteiten zoals twee dode arenden, een draak, een vel van een Braziliaans paard, een Indiaans scheepje, een krokodillenei en veel andere zodanige. Aan de zijde van de plaats [= het plein] is de drukkerij Elsevier.
   6. De Sint-Pieterskerk ook mooi en groot en van een fraai orgel voorzien, doch is deze kerk niet zo goed als die van Alkmaar. Voorts is hier ook een maliebaan lopend langs de vaart naar Den Haag. Deze stad is onlangs ook [04a] vergroot en van fraaie nieuwe curieuze huizen en straten voorzien en ook met vaarten doorsneden, ook met een buitenom, en voorts zeer fraaie huizen. We hebben hier gelogeerd in de Breedstraat in de Gulden Leeuw.
   Om half 3 zijn wij van hier vertrokken met de trekschuit naar Den Haag en aldaar om half 6 aangekomen en zijn al hier verbleven tot de • 7e. Wij hebben gelogeerd in de Nieuwe Doelen. Hiervan zal ik niet veel noteren, omdat het in het wederomreizen beter zal te pas komen.
   Op dezelfde dag 's avonds te weten de 7e [juni], zijn wij om 5 uur met de trekschuit naar Delft vertrokken hetwelk ruim een uur varen is. Te Delft in de nieuwe kerk liggen de prinsen begraven en in de oude Piet Hein, Tromp en nog een vrouw. Dezelfde avond zijn wij naar Rotterdam gereisd, twee en een half uur varen, alwaar Erasmus Roterodamus in koper uitgegoten op de markt staat: hier hebben wij gelogeerd in de Gekroonde stad Briel. De Maas loopt langs deze stad, makende aldaar een zeer mooie haven en goede gelegenheid om te handelen. Hier is een mooie vismarkt, ook een buitenom aan de landzijde; wij hebben daar veel mooie jachten gezien, die Haar Hoogmogenden toekwamen. Hier is ook te bezien het huis waar Erasmus gewoond heeft, dicht bij de kerk.
   Van Rotterdam zijn wij de • 10e juni 's morgens met het tij afgevaren, durende het eb acht uur en de vloed vier uur, en altijd zoet water, en de Maas opgevaren en gepasseerd voorbij een dorpje waar de mannen op het kerkhof begraven worden en de vrouwen buitendijks [04b] wordende datzelfde dorp genaamd Krimpen, liggende aan de zijde waar de Maas en de Lek tesamenlopen en hier kan men de beide steden Dordrecht en Rotterdam tegelijk zien. De Lek op vaart men naar Utrecht en die plaatsen, maar wij hebben de Maas aangehouden en zijn voorts voorbij Dordt gezeild dicht langs de muur en zijn daar eens even aan land en in de stad geweest. Een weinig daarvandaan verandert de Maas haar naam en wordt de Kille genoemd, alwaar aan het einde van datzelfde water een huis staat, het huis te Rave genoemd behorende aan die van Dort, alwaar de boot aan het schip komt om te visiteren. Hieruit komt men in het Hollands Diep hetwelk een wijd water is, voornamelijk achter Willemstad waar het ook uitloopt in de Noordzee bij Hellevoetsluis.
   Diezelfde avond zijn wij voor anker gegaan in de Slaeck [= een droogte bij Willemstad] en zijn de • 11e omtrent 9 uur, hebbende tot na het tij gewacht, wederom te zeil gegaan en zijn om 1 uur te Tholen, een stad in Zeeland, gekomen, en na een bezoek aan de stad zijn wij verder gevaren door een zeer wijd water, het Verdronken Land genaamd, omdat op die plaats eertijds 72 dorpen gestaan hadden en verdronken waren. [05a] Hier kon men zeer aardig Bergen-op-Zoom zien en veel andere plaatsen. 's Nachts omtrent 12 uur zijn wij voor Lillo komen ankeren en hebben ons 's anderendaags met een bootje aan land laten zetten en hebben die stad bezien.
   Voorts zijn wij van daar vertrokken naar Antwerpen en diezelfde dag zijnde de • 12e zijn wij aldaar gearriveerd en hebben gelogeerd in de Rosenobel bij Onze Lieve Vrouwekerk. Antwerpen is 30 uur varen van Rotterdam. Het is een mooie grote stad omtrent 2 uur gaans in het rond en heeft een halve-maanse figuur. Hier zijn oude grote gebouwen en altezamen of met leien of met estrikken overdekt en er zijn veel huizen met grote poorten om met de karos in te rijden. De straten zijn wel gevloerd gelijk als in Holland, maar als het regent wel een weinig smerig en modderig. De voornaamste straten zijn zeer aardig en met zeer hoge huizen bezet.
   Diezelfde dag toen wij hier kwamen hebben wij een zeer mooie processie gezien die alle 100 jaar maar eens geschiedt. Daar gingen eerst na het vaandel en een kruis veel monniken, waarna vele personen volgden met witte flambouwen. Hierna kwam een keteltrom met twee trompetten, voorts volgde een kales door zes grote paarden getrokken, elk [05b] hebbende op zijn hoofd en staart een mooie pluim en op elk zat een klein jongetje zeer aardig gekleed op z'n Romeins, het ene met zilverlaken het andere met rood fluweel en gepassementeerd, en elk verscheiden, hebbende altezamen verschillende hoeden of mutsen als kronen op hun hoofd, van pluimen voorzien. Op de kales zat vooreerst een jong dochtertje [= meisje] mede zeer geestig [= geestelijk, vroom] opgemaakt, hebbende een rood zijden strik in haar hand waarmee zij de paarden mende en voorts zat er op elke hoek en achter in het midden nog een, altezamen ook zeer wel opgemaakt. Waarna nog vele personen met witte flambouwen volgden en ook het sacrament, waarachter een compagnie burgers. Al de straten waardoor de processie geschiedde, waren bestrooid met kruid en bloemen en de huizen met takken van bomen bestoken. En 's avonds werden daar vele pektonnen gebrand en ook vele vuurpijlen afgeschoten.
   De kerk van Onze Lieve Vrouwe is zeer admirabel mooi en kostelijk, en nog veel kostelijker die van de jezuïeten waarin alles bijkans van albast is, de muren, pilaren en [06a] dat van veel verscheiden aard en soort; en daar zijn ook zeer kostelijke schilderijen in. Wij zijn hier geweest in de kerk en het klooster van de Sint-Michiels heren, die ons zeer beleefd ontvingen en hun bibliotheek ook toonden, die zeer uitgelezen en groot was, beter en groter dan die van Leiden. Wij zijn hier ook geweest in een huis van een zeker persoon, waar wij veel mooie schilderijen hebben gezien en nog vele andere rariteiten zoals een uitgehouwen kopstuk van Julius Caesar, Scipio Africanus, welke van Rome gekomen waren; ook een paar kleine gegoten ossen van koper, die zo de man zei in de tijd van Alexander de Grote zouden gegoten zijn, maar fides sit penes autorem. De stad is aan deze kant niet bemuurd, zodat men er vlak kan inschieten. Wij hebben hier gezien het kasteel, dat zeer sterk is en van vijf bolwerken en evenveel heuvels voorzien. In het kasteel hebben zij wel 600 stuks geschut van welke er omtrent 100 op de wal liggen; alle dwingers zijn doormijnd. De wallen zijn hoog en dik, en onderaan van steen, waar aarde opgebracht is. In het midden van de schans is een groot plein, rondom met lange huizen vooraan van galerijen voorzien dienende tot stalling van de paarden. Hier liggen nu omtrent 3 à 400 [06b] Spaanse soldaten in.
   Het waterhuis in de stad is het ook waard om te zien, alwaar het water uit een rivier wel tien mijl ver wordt geleid en alwaar wel 52 huizen zowel van brouwers als van anderen mee voorzien en gediend worden. Het Oosterhuis is ook een zeer groot gebouw, waarin zoveel kamers als dagen en zoveel vensters als uren in het jaar zijn. In het midden van het plein staat een grote boom; het plein is met balstenen bestraat, met in het midden een ster en aan twee kanten het jaar te weten 1567 wanneer het gebouwd is. Het bolwerk is zo admirabel dat er zo zij zeggen geen mooier in Europa zou zijn, zo dik en hoog is het, en met vier à vijf regels lindebomen bezet; van deze wal ziet men een plezierige landouwe al [= ook] met bomen bezet, zijnde tuinen en gardeniershoven. Men kan hier ook karossen huren en daarmee rijden waar het iemand mag believen, gelijk wij ook gedaan hebben, en 's avonds kan men ook de tour à la mode meedoen wanneer daar zeer vele karossen kunnen rijden door enige straten en voornamelijk passeren zij door die de Mère genaamd. De caeteris vid. Itinerarium fol. 234.
   [07a] De • 14e zijn wij van Antwerpen afgereisd om met de huif naar Brussel te varen, wat tien uur varen is. De Schelde vaart men van Antwerpen op zeer plezierig tot aan Rijpermonde toe. Wanneer men de Schelde verlaat en de Rijper opvaart tot aan Willebroek - het water te Brussel zou van Willebroek wel 40 à 50 voet verschillen in hoogte -, dan verandert men van schip en klimt men in een ander over: dat moet men vijf maal doen eer dat men te Brussel komt vanwege die vijf verlaten of sassen zo zij die daar noemen. Bij die laatste staat een fontein die gedurig loopt, die de eerste is geweest die ik gezien heb. Een weinig verder omtrent één uur van Brussel zal men over elkander heen kunnen varen, want onder loopt de rivier de Zenne [Frans: Senne] die ook door Brussel loopt en boven de vaart, die wij gepasseerd zijn, wat een wonderlijke fabriek [= constructie] is.
   De stad ligt zeer plezierig aan het gebergte en tussen het gebergte verschillende het onderste van de stad van het bovenste gedeelte, lopende de stad naar het zuidoosten omhoog, zeer veel; en er zijn vele straten zeer stijl. Wanneer men in sommige straten staat, kan men vlak over het bolwerk heen in het veld zien. Deze stad is wel zo groot als Antwerpen en twee uur gaans, doch aan de ene [07b] kant niet zozeer bebouwd, dat daar landen in liggen en de bleekvelden zijn ook in de stad. Deze stad is al vol volk en er zijn zeer veel karossen: hier geschiedt 's avonds ook de tour à la mode.
   Hier hebben wij gezien onder andere dingen: 1. Het armamentarium, waarin ook mede het wapen van Karel de Vijfde wanneer hij toernooide, alsmede het wapen van zijn paard, zijn wapen wanneer hij ten oorlog trok, van duc d'Alva, die een groot schot tegen de borst voor Antwerpen gekregen had; van hertog Albertus waarop drie schoten waren geweest, van de Prins van Parma, de standaard van de Fransen voor Bavière verloren, ook een trompet in diezelfde slag gekregen, het wapen van de prins Kardinaal, van een Moorse koning door Karel de Grote gevangen genomen, 32 blanke wapens wel 800 jaar oud, het paard van Isabella zijnde bont rood en wit en het vel van een paard dat door de koning aan de erfhertog Leopoldus geschonken was; wanneer het de hertog zag, zo deed het drie referenties; het was grouw en had 2000 pistolen gekost. Een zak de mail [= met/voor malieballen] van keizer Karel, een klein geschut schietende tegelijk zeven kogels door verscheidene [08a] gaten. 2. Het paleis van de aartshertog waarin de grote zaal gelijk omtrent die van Den Haag is. 3. De warande [= het park] achter het paleis zeer plezierig en lustig. 4. Een admirabele echo in een lange galerij bovenaan de pikeurplaats resonerende wel 12 à 13 maal, ook een struisvogel en twee levendige arenden, en vele damherten in de warande. De Ste. Gu[du]le [= Goedele] kerk zijnde de hoofdkerk, de jezuïetenkerk en andere; doch zijn dezelfde zo kostelijk hier niet als te Antwerpen.
   Het bolwerk is aan de ene kant zo hoog dat het een toren gelijk is, toch is de stad niet zeer sterk. Het is hier wel wat mooi [= nogal] vuil en als het wat sterk regent zo loopt het water van boven zeer snel langs de straten af. De grote honden moeten hier wel veel werken. Op het stadhuis hebben wij in een kamer een groot schilderij gezien bestaande uit enige raadspersonen van het hoofd af tot de voeten toe uit geschilderd, gelijk men in Holland op de Doelen de bevelhebbers vaak ziet uitgebeeld, waarvoor geboden was, zo men zei, 30.000 gulden. - Te Brussel hebben wij gelogeerd in de zwarte Arend.
   De • 20e 's morgens omtrent 10 uur zijn wij met de karos met zes paarden van hier vertrokken naar Parijs, en 's middags zijn wij te Halle [Frans: Hal] gekomen, en hebben aldaar gelogeerd in het Hert achter de kerk de Notre Dame. [08b] Van hier vertrokken wij door Fresne de la conte naar Sonjy [= Soignies/Zinnik] zeven mijl van Brussel en hebben hier 's nachts gelogeerd in de Dolfijn in een kleine faubourg.
   De • 21e 's morgens vroeg trokken wij van hier door Mons of Bergen in Henegouwen genaamd, alwaar wij aten, en kwamen 's avonds aan te Valenchien [= Valenciennes] tien mijl van Sonji. Valenciennes was meer dan zeven jaar belegerd door de Fransen; men kon er de schoten in de muur zeer goed zien; ook de heckinge waar wij logeerden was ten dele weggeschoten. Mons is in elk geval een mooi grote stad en ook sterk. Hier waren wij bij de jezuïeten in hun klooster waar wij een tamme wolf en vossen zagen. In de kerk zagen wij veel kanonessen zingen, die van de beste juffrouwen van het land zijn en [dat] moeten 16 kwartieren bewijzen; deze mogen ook trouwen. De • 22e reden wij van Valenchien naar Cambray, 7 mijl, en sliepen aldaar.
   De • 23e reden wij van daar naar Peronne, hetwelk zeer sterk is, lopende een moeras wel drie vierdeparten rondom. Hier hebben wij gelogeerd à la Fleur de Lys. Het is omtrent zeven mijl van Valenchien. De • 24ste trokken wij van hier 's morgens vroeg door Roye waar wij 's middags aten. Van hier vertrokken wij voorts naar Gournay [sur Aronde], een dorp 13 mijl van Peronne, alwaar we 's nachts sliepen. De • 25e vertrokken wij van Gournay door Pons, waar wij aten, naar Senlis, omtrent acht mijl van Gournay. Aan beide zijden van Senlis naar Pons en de Loire[?] is een brug[?]. - Ze hebben hier in Frankrijk diepe kelders: in Gournay hebben wij er een gezien van 40 treden diep.




   De • 26e vertrokken wij van Senlis 's morgens door Louvres, een dorp of klein stadje waar wij aten, naar Parijs, [09a] alwaar wij arriveerden 's namiddags omtrent 5 uur door de poort St. Denis en logeerden à la Croix-de-fer in de straat van St. Denis. 's Anderendaags gingen wij logeren à l'image Notre Dame schuin tegenover het huis van Luxembourg in de faubourg [= buitenwijk] St. Germain, in de zesde kamer omhoog wel 96 treden en waar nog één boven was. Dit huis waarin onder maar één kleine kamer en een kleine keuken was, doet per jaar 1000 gulden te huur. Wij hebben hier zo de gelegenheid van de stad en de voornaamste dingen [te] bezien, latende de particulierere dingen tot onze wederkomst in de winter blijven. Wij zijn hier vooreerst drie weken verbleven tot de • 23e juli stilo vetere of de • 27e juli stilo novo en zijn toen van hier vertrokken 's morgens omtrent 6 à 7 uur te water de Seine op, met de coche naar Fontainebleau om de entree van de legaat à latere Flavio Chigi neef van de paus aldaar te zien, hetwelk 's anderendaags [• 24 juli s.v.] zijnde maandag 's middags ook geschiedde, toen wij daar [09b] diezelfde dag gekomen waren. De coche wordt naar gelegenheid van plaats met zes, acht à tien paarden getrokken, en was toen zeer vol volk. Wij passeerden omtrent 's namiddags door Corbeil en kwamen 's avonds te Malun aan, hebbende 12 uur continu en zeer gedrongen in het schip gezeten. Hier sliepen wij 's nachts en de • 28ste juli [stilo novo] 's morgens, omdat onze coche diezelfde avond nog was vertrokken naar Valevin, zijn wij met de coche richting Floret naar Valevin gereden, hetwelk een klein uur gaans is na Fontainebleau en zijn alzo omtrent 's middags aldaar aangekomen.
   Fontainebleau is 14 à 15 mijl van Parijs en vier van Melun. Fontainebleau is een vlek of liever een stad doch zonder muren: een zeer vermakelijke plaats. Wij hebben aldaar de notabelste dingen wel bezien. Het paleis de Louvre genaamd, gelegen aan het zuidwesten, is een zeer magnifiek en koninklijk gebouw. Het is zeer groot en er zijn daar vier grote pleinen: 1. La court des [10a] cuisines of offices, 2. La cour ovale, 3. La cour de fontaine, 4. de cheval blanc. De galerie des cerfs is mooi, alwaar wij op het uiteinde de plaats gezien hebben, alwaar de koningin van Zweden een van haar dienaren had laten ombrengen: de steen was met een kruis gemerkt. Deze galerie wordt zo genoemd omdat daar veel hertshoofden met de horens in de muur gemetseld staan. De galerie de Lys is ook mooi en de langste lopende langs het plein de Cheval blanc, waar de Zwitsers hun wacht hebben. Er zijn hier veel meer mooie pleinen, kamers en galerijen. Hier te Fontainebleau trokken alle dagen toentertijd wel een 1000 soldaten op de wacht, en ook zoveel of altijd drie compagnies Suisses.
   Het vogelhuis is veranderd voor een ander gebruik, te weten om 's winters de oranjebomen [= sinaasappelboompjes] en andere diergelijke daarin te zetten.
   De chapelle [de la Trinité] is zeer mooi, waar beneden voor de ingang boven de poort staat Adorate Deum & deinde Regem, Paral. 29, en om boven in te gaan op de stellage waar de koning en de koningin ook wel zitten staat boven de poort: Deum timete, Regem honorificate, 1. Petr. 2:17. [10b] Aan de rechterkant van het altaar staat Karel de Grote uitgehouwen en aan de linker Louis sanctus [= Saint Louis]. Te Fontainebleau lopen langs de grote straat twee goten, waarvan de ene aan de noordkant in de Seine, zo zij zeiden, loopt en de andere aan de zuidkant voorbij ons huis, waar wij gelogeerd hebben, de Loire in.
   Wij hebben alhier de koning zien op jacht gaan met de legaat a latere, waarbij de koning met de legaat in een karos zit door acht bonte paarden getrokken en daarna zagen wij ook de courrée [= lange jacht] maken. Wanneer zij het hert gevangen hebben, met de honden, wordt die van de ingewanden te eten gegeven etc.
   De entree van de legaat alhier geschiedde omtrent aldus: Monsr. die was hem een eind buiten de stad tegemoetgetreden, en dezelfde conduceerde [= begeleidde] hem daar binnen met een gevolg van 40 karossen met zes paarden en enige andere met vier en twee. Vooraan zo reed de garde van Monsieur met trompetten en keteltrom. [11a] Daarna volgden de handpaarden van de koning, alle treffelijk opgemaakt, verder volgden de pages van de legaat te paard, 24 [man] sterk, en van de andere heren. Toen de valets de pied van de legaat, omtrent 36, en van de andere heren te voet met kleine rottingen met linten bebonden in de hand, waarna nog enige chevaliers te paard volgden en enige trompetters van de koning. Eindelijk zo volgde de legaat met Monsieur aan zijn linkerhand en nog enige andere heren in de zeer kostelijke karos van de koning door acht mooie vgrauwe paarden getrokken, en daarna voorts alle andere karossen. Er waren ook twee Italiaanse prinsen, neven van de legaat, in de suite [= het gevolg] en vele bisschoppen, en nog de kardinaal Antonio Barbarino.
   De legaat veranderde tweemaal van livré [= livreibedienden]; de eerste keer hadden de pages en de lakeien een blauwe kleur van stof, zijnde de broeken van laken en de wambuizen van zwart rood fluweel en alles gechambreerd [11b] met zwart rood fluwelen en gouden koorden. De pages hadden allemaal mantels van datzelfde laken met zeer hoge boorden en van binnen met zwart rode zijde gevoerd en al tezamen mooie pluimen op het hoofd. De tweede keer waren de wambuizen van gouden brokaat en de mantels van zwart rood fluweel of rokken van binnen ook aldus gevoerd en van buiten met gouden en fluwelen passementen bezet, zijnde anders de kleur van het laken een zeer mooie blauwe verve. Al de andere pages en lakeien van de andere heren waren ook in kostelijk livrei.
   Wij hebben hier de mis zien doen door kardinaal Antonio Barbarino alsook door de legaat zelf en tussendoor nog door een abt, alles in de voormiddag. De legaat als gemachtigde van de paus verleende een aflaat van 40 jaar en toen hij ging zo liet hij het kruis ook voor hem dragen en gaf vaak de zegen gelijk ook wel mede aan ons. Wij hebben [12a] hier ook gezien de generale revue [= parade] van de koning zijn gardes, die omtrent 10.000 man sterk waren, in het veld van Saumur waar wij naar toe gegaan waren, hetwelk zeer mooi om te zien was.
   Wij zijn ook eens gegaan naar Franckart, omtrent één mijl van Fontainebleau, waar twee heremieten woonden aan het einde van een groot bos, waarbuiten steenrotsen waren. Wij hebben hier op een rots een mooi stilstaand water gezien waarin zich vele vissen ophielden en dat zeer raar [= bijzonder] was. Van bovenaf deze rotsen in de vallei was een zeer aangenaam prospect [= uitzicht]. Deze twee heremieten hadden aldaar al 21 à 22 jaar gewoond. Wij hebben wijn, brood en kaas van hen begeert [= gevraagd], hetwelke ze ons hebben gegeven, waarvoor zij geen geld wilden hebben; maar wij moesten elk iets in de trom smijten. Wij zagen hier ook twee plaatsen in de rots om te kunnen liggen [12b] slapen, alwaar zij hun penitentie [= boetedoening] deden.
   Terwijl wij hier waren, zijn wij ook eens te paard naar Moret gereden, een klein stadje waar Mr. Fouquet met nog enige andere heren gevangen zat op een kasteel dat zeer goed bewaard is. De • 5e augustus zijn wij van Fontainebleau wederom vertrokken en zijn te voet gegaan voorbij Saumur, waar wij aan de andere zijde van de rivier sliepen. De • 6e augustus 's morgens vroeg zijn wij van daar gegaan door Chatelot om Veaux te bezien, hetwelk een koninklijk huis is door Mr. Fouquet gebouwd en vanwege zijn crimen [= misdaden] aan de koning vervallen. Het is een zeer kostelijk en wonderlijk gebouw vanwege de vele wonderlijke fonteinen zowel als de architectuur, waarvan men zegt dat het lood wel vijf miljoen gekost had. Hier was een fontein die wel zo dik uitsprong als een gemiddeld [13a] mens om het lijf is.
   Terwijl wij hier waren, kwam de legaat hier ook om voort naar Parijs te trekken om zijn entree aldaar te doen, zodat wij alle fonteinen hier tegelijk zagen opspuiten. 's Avonds kwamen wij te Malun aan en de • 7e augustus 's morgens daarna omtrent 9 uur zijn wij van daar wederom naar Parijs met de coche vertrokken en kwamen aldaar aan omtrent 7 uur 's avonds zijnde donderdag.
   De • 9e augustus zijnde zaterdag deed de legaat zijn entree aldaar binnen Parijs, zijnde redelijk weer nadat het anders meestal altijd in zijn pompen [= intochten met pracht en praal] geregend had, zoals in zijn cavalcade te Rome, zijn entree te Lyon, te Fontainebleau etc. De entree geschiedde ongeveer op deze manier: Zo kwam de legaat in de karos gereden van Bois de Vincennes tot aan de abdij St. Antoine in het begin van de faubourg St. Antoine, alwaar hij uitsteeg en de kerk van dezelfde abdij in ging. Hier [13b] wederom uitkomende ging hij in de abdij om te eten, daarna zo ging hij zitten op een stoel onder een gehemelte [= baldakijn] op een verheven plaats van een trap, zijnde de vloer met tapijten bedekt en het gehemelte alsook de stoel en waar hij met de rug tegenaan zat van zwart fluweel met gouden lelies bezaaid en achter op de rug het wapen van Frankrijk en Navarra. Hier zat hij om audiëntie te geven aan alle de hoven van kwaliteit. Zo kwamen alle ordes van de geestelijkheid van Parijs, met hun kruisen en vaandels elk naar hun orde gaande, twee aan twee, en allen voor hem neerknielende, sterk omtrent 13.000, gaf hij wederom de benedictie [= zegen] aan hen. Toen ging de legaat wederom naar binnen en kwam een ogenblik daarna wederom naar buiten om audiëntie te geven aan alle hoven. Vooreerst zo kwam de provoost van de kooplieden en die orde [= dat gilde], daarna de heren van het parlement, vervolgens la Chambre de compte [= rekenkamer], la Cour des aides [= hofhouding], en voorts alle andere hoven van eer, alle met [14a] hun dienaren en gardes, en trokken zo in orde wederom weg. Eindelijk zo hadden de bisschoppen audiëntie, hebbende blauwe of liever purperen rokken en groen zijden platte hoeden met lange randen op, na welke audiëntie hij wederom met hen naar binnen ging. Een weinig daarna kwam de prins van Gondé en Mr. le Duc, zijn zoon, met vele Franse heren altezamen zeer kostelijk opgemaakt te paard. Mr. le Prince had een isabelkleurig [= geelachtig wit] paard en witte en rode pluimen op en zeer kostelijk gehabitueerd [= uitgevoerd]. Mr. le Duc had groene en witte pluimen op en zowel hijzelf als de housse [= het zadelkleed] van zijn paard gans vol met goud bezet. Dezen van de paarden afgeklommen zijnde gingen naar binnen naar de legaat; ondertussen waren de muil[dier]en en de andere suite [= het gevolg] al begonnen te marcheren. Er gingen 40 muil[dier]en altezamen zeer rijkelijk versierd hebbende elk twee mooie pluimen, een op het hoofd en de grootste op de rug, en zijnde elk door een dienaar van Mr. de legaat geleid. Daarna [14b] volgden de pages en lakeien gelijk tot Fontainebleau, waarna de trompetters van de koning kwamen en vele heren zowel Franse als van de suite [= het gevolg] van de legaat, allen zeer kostelijk gekleed en op zeer mooie paarden gezeten. Tenslotte volgde de legaat gekleed in het rood en zijn kardinaalshoed op het hoofd hebbende, gezeten op een sneeuwwitte muil en gevende aan het volk, dat in de straten in een ongelofelijke menigte was verzameld, zijn zegen. Vóór hem werd het kruis te paard gedragen en nog twee gouden of liever vergulde dingen, ik weet niet wat. Aan zijn rechterzijde reed Mr. le Prince en aan zijn linkerhand Mr. le Duc. Achter hem volgden vele bisschoppen met hun hoeden en klederen aan. Hierop volgde zijn siège [= zetel], daarna zijn karos zeer kostelijk en gans bovenaan de kanten met goud geborduurd en de raderen en alles [15a] verguld, voorts zo volgden enige andere karossen. Toen de legaat bij de poort St. Antoine kwam, werd hij begroet met wel 20 à 30 of meer schoten uit een kanon zowel van de Bastille als van de wal daaromtrent, en werd hem daar ook het gehemelte [= baldakijn] gepresenteerd en boven hem gedragen. Hij passeerde voorts naar de kerk de Notre Dame en van daar naar het paleis van kardinaal Mazarin, waar hij logeren zou.
   De • 12e augustus zijn wij van hier vertrokken 's morgens omtrent 7 uur met de karos naar Orléans - men geeft 12 guldens met de karos en per pond van zijn bagage twee stuivers hebbende zes pond vrij - en zijn gepasseerd door Longimau, Linas, voorbij Monthery waar een toren boven op het gebergte staat, en hebben gegeten te Chartres, acht uur van Parijs. 's Avonds zijn wij gearriveerd in Etampes, zes à zeven mijl verder, en hebben aldaar geslapen. De • 13e 's morgens omtrent 4 uur zijn wij van Etampes gereisd door Angerville, Toury, 10 mijl van Etampes [15b] waar wij aten en zijn verder getrokken door Artenay naar Orléans alwaar wij 's avonds arriveerden, zijnde 10 mijl van Toury. Hier zagen wij in het voorbijgaan de voleur [= dief] de Grand chemin aan een boom hangen.
   De • 14e zijn wij 's morgens omtrent 9 à 10 uur met een klein scheepje de rivier af gevaren naar Blois en passeerden Mehun sur Loire, Bogency zes à zeven mijl aan de rechterhand, St. Dieu zes mijl gelegen aan de linkerhand van de Loire, tot aan Blois vier mijl. De Loire is een fraaie wijde rivier die zeer recht [= natuurlijk] loopt.
   De • 14e september zijn wij eens gereden om te bezien enige plaatsen aan de andere zijde of zuidkant van de rivier, te weten Chambourg gebouwd door Franciscus de Eerste, alwaar mooie trappen zijn, welke een zeer mooi maar oud gebouw is. Arbau een edelmanshuis en mooi, waar onder andere dingen een zeer mooie allee was. Cheverny is een zeer heerlijk [16a] gebouw toebehorende aan de graaf van Cheverny en alwaar ook een mooie allee was. Op een andere tijd waren wij eens wederom naar Cheverny en bekeken toen met een Beauregard [= jongensnaam; lett. mooi om te zien] een edelmanshuis met een mooie galerij waarin portretten waren, alle bijkans van de grote personen van de wereld.
   Hier bij Blois is ook een fontein die naar St. Denis genoemd is, omdat die gelegen is dichtbij het dorp St. Denis en gemaakt door de koningin-moeder [= Maria de Medicis]. Die fontein is, voornamelijk om af te zetten [= af te drijven], voor de steen en het graveel gezond is, waarheen ook veel mensen gaan om ervan te drinken. Wij hebben hier ook bezien Orchèse, een fontein komende door een steenrots waar men op kan gaan en die zo zij zeggen wel twee mijl lang zou zijn. Alsook de trou [= het gat] waar de terre sigillée uitgegraven wordt en het kasteel Bury: al deze plaatsen zijn gelegen dicht bij elkaar en achter het bos waaromtrent [16b] rondom zeer plezierige prospecten [= uitzichten] zijn. De terre sigillée is zeer goed voor de pest alsook tegen de buikloop: een weinig daarvan afgeschrapt en ingenomen in een glas drinken of anderszins. Te Bury in het midden van een zijde van de basse-court [= hoenderhof] boven een deur staat het beeld van de monnik die het poeder gevonden heeft, op deze manier
Jan Villeri Allemand
inventeur de poudre de canon
waarvan men zegt dat het woordje artillerie zijn oorsprong heeft quasi ars Villeri & per mutationem literae Artillerie.
    Op de brug te Blois staat aan de pijler aan beide kanten geschreven, te weten aan de ene zijde Un Dieu, une foi, aan de andere Un Roi, une loi. In het hoge hof bij de galerij is een dubbele bak waarvan de trappen zeer kunstig gemaakt zijn en aan de ene kant niet ondersteund worden, waaruit het water eerst in een diepe put kwam krijgende aldaar zijn kracht om een fontein te maken die boven tot een zeer hoog paviljoen of dome [= koepel] uitsprong.
   Men kon [tot] 14 gemakkelijk [= rustig] tellen eer men de klank hoorde van enig ding [daarin vallend].
   [17a] De • 15e december zijn wij van Blois vertrokken 's morgens omtrent 7 uur toen het nog niet heel licht was, te paard, en hebben gegeten te St.Laurent zeven mijl van Blois en zijn van daar verder gereden en gepasseerd door Clery vijf mijl waar wij zagen Louis de XIe in de kerk uitgehouwen, welke de stichter daarvan was en zijn zo 's avonds toen het begon duister te worden een weinig na 5 uur te Orléans aangekomen en hebben gelogeerd à la Croix blanche. 's Anderendaags hebben wij de stad eens bezien, met het kerkhof en de kerk van Ste. Croix, de maliebaan op de wallen van de stad, die rondom met grote bomen bezet zijn, alsook de hele stad van bovenaf de toren van het stadhuis, alwaar wij ook zagen het kleed van de pucelle, zijnde een pagebroek van rood laken en boven waar het dik is doorsneden met rood en geel, en onder rood, het wambuis doorsneden met gebleekt satijn. De Academie hebben wij van buiten wel gezien, maar daar werd niet gelezen [= college gegeven]. De • 17e 's morgens omtrent 7 uur zijn wij van Orléans getrokken naar Parijs met de karos, hebben gegeten te Artenay, geslapen te Angerville. De • 18e gegeten tot Etampes, geslapen te Chartres. De • 19e gegeten au bourg-la-Reine en zijn 's namiddags omtrent 3 uur te Parijs aangekomen.
   Tussen Artenay en Angerville zijn zeer grote vlakten die men nauwelijks overzien kan, alwaar het wel wat periculeus [= gevaarlijk] is afgezet te worden door de voleurs [= dieven], alsook een uur van Chartres naar de zijde van Etampes, alwaar de zeer steile opgang van het gebergte is, genaamd Estrechy de Carron en daar is een klein bos aan de kant.
   [17b] De • 26e december op St. Stevensdag is gestorven Madame prinses van Frankrijk jongste dochtertje van de koning en is 's anderendaags 's avonds laat naar St. Denis vervoerd in een karos door zes paarden getrokken, waarbij voorgingen veel pages te paard, allen met flambouwen, en ook enige musketiers allen met flambouwen, als ook enige karossen geleid door flambouwen.
   Parijs is een zeer grote en volkrijke stad, zeer dicht betimmerd en met goede hoge huizen en veel paleizen van prinsen. Er worden gewoonlijk per jaar 40.000 ossen, 400.000 schapen en 200.000 kalveren verteerd. Er zijn zeer veel straten en ook kerken wel tot 200 toe, zowel in de stad als in de faubourgs [= buitenwijken], waaronder de voornaamste zijn l'église de Notre Dame, de kapel op het palais genaamd la Sainte chapelle, l'église St. Germain de l'Auxerrois bij het Louvre, l'église St. Germain des Prez in de faubourg St. Germain rue Ste. Marguerite, l'église Ste. Geneviève, l'église St. Nicolas des Champs, l'église St. Jean de Grève, l'église St. Louis des Jesuietes, l'église St. Eustache, l'église St. Gervais, l'église de Sorbonne, St. Jacques de la Boucherie [18a] des Capucins Rue St. Honoré, l'église des Minimes rue des Minimes, près de la place Royale, l'église St. Sulpice alwaar ook een nieuwe kerk gebouwd wordt, l'église des Carmes déchausses [= barrevoets monniken] rue de Vaugirard in welke straat wij ook gewoond hebben, l'église de la Charité, l'église du Val de Grace au faubourg St. Jacques, l'église St. Victor etc. alwaar een zeer mooi beeld is van Maria gezonden door Rome.
   Notre-Dame is een mooi groot en oud gebouw, lang van binnen, 175 flinke passen, breed 60. Er zijn twee dikke torens voor met een kleine achterop het kruis van de kerk. De dikke torens zijn breed 20 passen elk en hoog 392 traptreden. L'eglise Ste. Geneviève is ook een fraaie kerk en het zijn er twee aan elkaar - men kan uit de ene in de andere gaan - met twee torens. In de kerk Ste. Geneviève is Clovis de eerste Christenkoning begraven. Deze Ste. Geneviève is de patrones van de stad en indien nodig zo laat men de châsse [= relikwieschrijn] de la Ste. Geneviève del [= over]komen en wordt dezelfde dan geëxposeerd in het publiek [= openbaar] om aanbeden te worden gelijk ook geschiedde tijdens de ziekte van de koningin; er is ook een fraai klooster bij l'église [18b] St. Nicolas des Champs, een grote kerk. Voor de kerk Ste. Geneviève is een mooi portaal. De jezuïetenkerk [St. Louis] is een zeer mooie en heerlijke kerk van buiten en van binnen. In de jezuïetenkerk is het hart van Louis XIII opgehangen in een gouden of verguld hart, door twee engelen gedragen. Daar is ook bezienswaardig de chapelle d'Orléans bij de Celestines alwaar veel graven van jezuïeten zijn, van drie koningen, een koning van Armenië, van Henri van Montmorency, waarboven een pilaar waard 50.000 écus, van verschillende kleur zoals onderaan rood marmer bovenaan wit, en zo men zegt uit één steen; un fort beau tableau van St. Victor. De kerk van de Sorbonne gebouwd door kardinaal Richelieu is ook een fraaie kerk, alsook du Val de Grasse gebouwd door de koningin, hetwelke het heerlijkste gebouw is dat in Parijs gebouwd is.
   De voornaamste kloosters zijn: dat van de kartuizer monniken gekleed in het wit, anderszins les chartreux, rue d'Enfer, faubourg St. Michel, hetwelke zeer groot is en waard om te bekijken. Het klooster van de Celestins près de l' Arsenal, des Augustins bij de pont Neuf, des Cordeliers, rue des Cordeliers waar de koninklijke bibliotheek ook is, des Capucins, rue St. Honoré, een net klooster tegenover het hostel de Vendôme, rue St. Honoré etc.
   Het kerkhof St. Jean en Grève en de St. Innocent zijn de voornaamste, waarvan dit laatste zeer groot is en rondom met een galerij waarin prenten verkocht worden, en daarboven is het vol doodsbeenderen, waarvan [19a] het spreekwoord komt: Il y a plus d'os ranger [= brengen] à St. Innocent qu'en provence, en men zegt dat de lichamen in acht dagen hier verteerd worden. Aan de kant loopt de straat de la Ferronnerie [= smederij] voorbij, waarin Henry le Grand vermoord is. Het kerkhof St. Jean en Grève is met balstenen gevloerd en dient tot een markt waarop men allerlei goed verkoopt, van vruchten en anderszins.
   Daar zijn veel colleges waarvan de voornaamste zijn: Le Collège de Sorbonne, alwaar ik heb zien promoveren Mr. du Tellier, de Navarre, de Clèrmont, du Plessis etc. Er zijn ook vele hospitaux of gasthuizen, waarvan de voornaamste zijn: l'Hôpital general buiten de stad, waar vrouwen in zitten te werken, l'hostel Dieu bij de kerk de Notre Dame, hetwelk zeer groot is en waarin wel een 8000 zieken zijn, en tussen de 3 en 4000 bedsteden; la Charité, waar het zeer net is en waarin 128 bedsteden zijn. l'Hospital des petites Maisons, rue de la Chère; des Enfants rouges, l'Hospital St. Louis buiten de poort du Temple etc.
   De huizen doen hier zeer veel te huur zodat ons huis [19b] deed 1800 guldens, à la Croix-de-fer 2400 en andere gewone koopmanshuizen 2000 guldens.
   De koninklijke kruidhof is buiten de stad niet ver van het hospitaal generaal dewelke zeer mooi is en waarvan het opzicht heeft de eerste medicus van de koning die per jaar wel een ton goud als inkomen heeft. Er is een professor onder hem die daar leeft in de kruiden en een ander die daar leeft in de chemie. De hof is zeer aardig en er is een kleine wijnberg bij met een labyrint, ook woestenij van enige bomen en diepe kuilen, een fontein, een étang [= vijver], een fruithof, een bocage [= bossage] en een mooi huis.
   De Academie van de medicijnen met de anatomie is in de straat de la Boucherie [= slachthuis]; die van de rechten [in de] rue St. Jean de Beauvais.
   Hier zijn veel academies waar men leert paardrijden en voorts alle andere exercities, als te weten du Plessis, rue de la Seine au faubourg St. Germain, welke de voornaamste is; die van Berhardi, rue de Condé alwaar wel een 80 discipelen zijn en omtrent 86 paarden waar zij alle maanden wel 1000 guldens [20a] aan vlees van doen hebben; du Cincqfort au bout de la rue Ste. Marguerite, de del Campo, rue du Four; du Coullon rue [niet genoteerd].
   Daar zijn zeer veel mooie huizen te zien waarvan de voornaamste zijn: le Louvre, le Palais Royal du Cardinal Mazarin, le Luxembourg, l'hostel de Condé, le Palais, la Maison de Ville, l'Arsenal, la Place Royale, la Bastille etc. Le Palais royal, rue St. Honoré, is een zeer mooi gebouw met mooie kamers en galerijen alsook een tuin waarin een mail [= maliebaan] is. Wij hebben hier eens een bal zien dansen en tweemaal het ballet Royal alwaar de koning ook danste en ook nog zei tegen enige personen: Messrs. il n’est pas moyen de demeurer là. Ik heb ook 40 Zwitsers zien dansen met hun blote zwaarden, allen met maskers en mutsen op het hoofd alsook wambuizen van een en dezelfde kleur op de plaats de Louvre. Het palais Masarin is een zeer mooi gebouw en kostelijk, waarin veel kamers en galerijen zijn, vol van kostelijke [20b] beeltenissen, kabinetten, tafels, koffertjes, tapijten, schilderijen enz. van alle kostelijkheid; er is ook een mooie stal achter, lang 200 passen met 100 stallingen. In 't Arsenal zijn ook veel mooie kamers en gemacken en daarachter op de wal een fraaie wandelplaats met een hof, en aan de kant een mail. La place Royal is een fraai plein in het vierkant, breed 250 passen en daar zijn 38 huizen rondom, acht aan elke kant, alle van één en dezelfde hoogte, fatsoen [= model], bouw en alles gelijk. l'Hostel de Condé is ook een groot huis in omvang en er zijn wel 500 domestiquen [= bedienden] in, terwijl in [kasteel] Turenne 200.
   Het Louvre is een zeer groot gebouw en kostelijk, en zal het grootste gebouw worden, als het voltooid zal zijn, dat er in Europa is. Het zal lang zijn in het geheel 880 passen, 400 breed en het kasteel zelf 270. Daar is een mooie hof achter om te wandelen, genaamd de Tuileries [= eig. pannenbakkerijen] waarin ook een mail is, en daarachter enige wilde beesten, in hun hokken zoals een wolf, beer, Imperial [= keizerarend?] en tijger.
   [21a] La salle des machines is achterin de Tuileries, waar men de grote balletten danst en welke het mooiste en heerlijkste is dat er kan zijn en die zou wel drie miljoen gekost hebben.
   De grootste stal van de koning genoemd nochtans la petite écurie is in de galerie de Louvre, een heerlijke grote en sierlijke stal, waarin 120 mooie paarden staan van allerlei slag. De andere stal is aan de zijkant van de Tuileries, ook mooi, waarin 40 paarden staan, alle hengsten en rijpaarden; er zijn nog enige andere stallen voor de koning; die voor de koningin zijn daarbuiten, zoals een niet ver van het palais Royal waar wel 70 paarden stonden, en in een kleine stal [heb ik] zeven kleine paarden bekeken, vereerd aan Mr. le Dauphin van de koning van Spanje.
   Het Louvre is altijd en overal wel bezet met wachten, zowel Zwitserse als Franse, van wie de Fransen per dag hebben vijf stuivers en kleedgeld en de Zwitsers acht stuivers; ze worden alle weken betaald. De Fransen zijn in het grauw gekleed en de musketiers van de Zwitsers in het rood, de piekeniers in het blauw. De pont Neuf is de voornaamste brug, lang 350 grote passen, en de andere zijn ook mooi en met huizen bezet, zoals le pont au Change, le pont de Notre Dame etc. [21b] Het palais van Luxembourg is ook een mooi gebouw alwaar ook de zeer mooie galerij is geschilderd door Rubens, te weten het leven en de historie van Maria de Medicis. Hier zijn ook enige mooie bibliotheken zoals die van Mazarin, behorende nu aan de koning. Die van de koning is heel net en beneden is een grote kamer vol manuscripten ja nog zelfs in bast van bomen, bij de Cordeliers, rue de la Harpe, die van de abaye St. Victor, rue de Grenelle vis à vis de l'hostel de Soissons; die van de Chancelier, rue de pots de vin [= wijnglazen] près de la rue St. André des arts; die van Mr. de Thou [rue de Poitevin = inwoner van Poitou] etc.
   Ik heb hier ook gezien dat de koning de voeten heeft gewassen van 13 kleine kinderen, allen jongens in het rood gekleed en de ene voet bloot en de andere met een serviette [= handdoek] ombonden; er werd eerst een predikatie gedaan door een bisschop of abt en daarna geschiedden nog enige andere ceremonies met zang en de abt bleef op de stoel staan zingen gekleed met zijn mijter op het hoofd en de staf in de hand; daarna kwam de koning hen wassen op de knieën, [22a] en Mr. hield het serviette [= de handdoek] om te drogen, kardinaal Don Antonio het lampet, Mr. le Duc had een stok van commande in de hand, heel kostelijk, en de anderen deden verder hun charges [= taken] in het bedienen. Daarna heeft de koning hen gespijzigd, alles in houten nappen en schotels, hetwelk geschiedde op deze manier: Mr. le Prince, Mr. le Duc etc. brachten het eten en gaven de schotels aan de koning die ze wederom gaf aan een ander, en dan werden ze in een korf gezet voor elk kind een korf vol, en op het laatst van elke korf gaf Don Antonio een beurs van rood leer elk met 13 reçus blancs aan de koning die ze ook weer overgaf om in de korf gelegd te worden en vervolgens werd die korf teruggenomen en naar huis gebracht en wederom een ander in zijn plaats gesteld voor een ander kind.
   Hier is ook een foire [= jaarmarkt, kermis] die begint op 3 februari [22b] daags na Lichtmis en duurt tot de semaine sainte, op welke dag ik de koning in processie heb zien gaan naar het plein van het Louvre en wel 30 ridders met hun colliers [= maliënkolders, harnassen?] vóór hem. Daags voor de vasten of quaresme prenant [carème prenant = de drie dagen vóór de vasten, carnaval] dan lopen ze de ganse stad door met maskers en meestal naar de poort St. Antoine en dan eten zij ook zoveel vlees dat zij daarvan walgen. Le jour des rois maken ze ook overal een koning: zij hebben namelijk een gâteau [= taart] waar een boon in gebakken is; die snijden zij in stukken en wie de boon krijgt, is dan koning en daarna maken zij dan goede chère [= sier], en als de koning drinkt dan roepen zij allen tegelijk le rois boit.
   Er zijn veel plaatsen buiten Parijs te zien zowel koninklijke huizen als andere te weten Fontainebleau, Veaux, St. Claude, Versailles, St. Germain, Maison Ruel, Bois de Vincennes, l’aquaduct à Arceuil, Buettre ou sont les estropiez [= kreupelen] de guerre, [23a] te St. Denis de kerk en het thrésor [= de schatkamer] waarvan ze een boekje verkopen vóór de kerk. Tot St. Claude is een mooie fontein die zeer hoog spuit; dat huis behoort aan Mr. [naam niet vermeld].
   Versailles is ook een mooi gebouw toebehorende aan de koning, en een weinig daar vandaan is in het park de menagerie alwaar allerlei beesten zijn waaronder twee kamelen, buffels, duiven waarvan de staarten opstonden, evenals pauwen, Turkse hoenders, castoren [= bevers], civetkatten en allerhande slag; ook ooievaars, een witte met een zwarte, die anders in Frankrijk niet gevonden worden.
St. Germain is ook een mooi gebouw, nl. het oude en het nieuwe kasteel; op het oude kan men helemaal bovenop gaan; het is met dikke stenen gedekt; in het nieuwe logeert de koning en koningin; aldaar ook is gestorven Louis XIII: toen hij op zijn doodbed lag, heeft hij de kerk van St. Denis kunnen zien, en zei hij dat hij zijn graf wel zag. Er is ook een mooi bosk [= Fries voor bos] bij St. Germain.
   Maison is een mooi huis toebehorend aan de [23b] marquis de Maisons president au Mortier; hij heeft de rivier gemaakt die achter aan het huis voorbij loopt. Te Ruel zijn mooie fonteinen. In Bois de Vincennes is een fraai park, waar ook veel herten en hinden in zijn; daar liggen ook soldaten, en zijn vele grote torens en een gracht rondom.
   In Arceuil is een aquaduct, gebouwd door Henri IV, waar al het water van de fonteinen van Parijs vandaan komt. Charenton is ook niet ver van Parijs, alwaar onze kerk is met een grote gemeente van wel 20.000 mensen en daar kunnen soms wel een 4 à 500 karossen s' zondags zijn. Er zijn zes pastores van wie elk heeft van gage 3000 Libra [= pond, carolusgulden]. In Bois de Vincennes is ook een huis alwaar de koning veel wilde beesten houdt zoals wel een acht of negen leeuwen, een wolf, een beer of twee, een imperiaal [= keizeradelaar], een tijger, een oost-indische koe, twee kamelen, twee Engelse honden van een ongemene grootte, twee arenden en enige andere dieren.
   [24a] Ik ben ook eens in Rouen geweest twee dagen reizen met de messager [= postwagen] en heb betaald 12 Libra, de eerste dag gegeten te Pontouse, geslapen te Magny en 's anderendaags gearriveerd te Rouen. Rouen is een fraaie grote stad gelegen in een vlakte tussen hoge bergen en er is een fraaie kade waar de schepen liggen. De brug is in stukken gebroken en er is een mooie kerk. Er is ook een parlement.
   

   De • 1e mei ben ik van Parijs vertrokken met de messager en hebben wij geslapen te Courrance. De • 2e hebben wij gegeten à maison Rouge, geslapen te Montargis waar een fraai kasteel is en alwaar het kanaal van Briard zijn uitloop heeft. De • 3e gegeten à La Bussière, geslapen te Briard alwaar het kanaal zijn oorsprong heeft; het is wel tien mijl lang, ja zelfs over bergen heen, waardoor de schepen komen uit de Loire tot in de Seine, en zo van Roanne, 12 mijl van Lyon, kan men varen tot aan Parijs.
   [24b] De • 4e gegeten te Cosne [sur Loire], alwaar men ziet Sancerre, een hooggebergte; geslapen à la Charité alwaar een kerk is door de Hugenoten afgebroken, waarvan de muren nog staan en het koor geheel en hetzelfde is geweest zo lang als Notre Dame à Paris. De • 5e gegeten te Nevers alwaar een zeer lange brug is over de Loire en het kasteel van de hertogen alsook een mooi aanzicht van de kant van Lyon; een halve mijl van daar is een klein bos waarnaar men de weg noemt la rue d’Enfer [= hel], omdat hij in de winter kwalijk te gebruiken was, maar die nu gevloerd [= bestraat] is. Het is een vermakelijke landstreek, een weinig bergachtig en vol bomen. Twee mijl van Nevers, komende van de kant de la Charité, is de fontein Bouges gelegen bij het dorp met dezelfde naam. Het is een put die continu borrelt; het water is zeer sterk en zwavelachtig, zeer goed tegen de [nier]steen. Wij hebben geslapen te St. Pierre le Môutier. De • 6e gegeten te Moulins, [25a] la ville capitale de Bourbonnais, redelijk mooi met enige fraaie faubourgen [= buitenwijken], en veel huizen op z'n Hollands gebouwd. Geslapen te Varennes sur Allier, alwaar men de bergen van Auvergne ziet met sneeuw bedekt. De • 7e gegeten à la Palisse, geslapen te St. Germain. De • 8e gepasseerd tot Perne, een fraai groot dorp alwaar de Loire bevaarbaar begint te worden en alwaar men de waren moet brengen over land van Lyon 12 mijl om aldaar inbarqueerd [= ingescheept] te worden om naar Parijs, Orléans en andere plaatsen vervoerd te worden. Hebben gegeten in St. Saflorin [= ook wel S. Saphlorien, Saint Symphorien sur Coise, nabij Lyon]; van daar zijn wij de montagnes van Tarare gepasseerd, en hebben geslapen in Tarare. De • 9e om 2 uur na de middag gearriveerd te Lyon. Daags daarna, zijnde zondag, ben ik geweest à St. Romain twee mijl van daar op de oever van de rivier de Saône, alwaar de kerk van de Gereformeerden is.
   Lyon is een fraaie [25b] stad, volkrijk en zeer plezierig van aanblik. Daar is een straat die heet la rue des Mercières [= kooplieden] die bijkans is zoals de rue St. Jacques te Parijs, zoveel boekverkopers als daar wonen. Er zijn twee forten op rotsstenen gebouwd als men van Parijs komt, het ene aan de rechterkant, genaamd Pierre-Yves, op een zeer steile steenklip, waar een fontein bovenop is, en het andere [fort] aan de linkerkant van de rivier de Saône, genaamd le boulevard de St. Jean. Wanneer men via de poort de Vèze [= Vaise] binnenkomt, ziet men daar een grote man van hout, een soldaat. Daar is ook la belle cour, waar ook een mail [= maliebaan] is. Het stadhuis is zeer mooi en er wordt daar aan de kant van de markt nog een zeer mooi convent gebouwd; in het midden van de markt is een fontein. De jezuïeten hebben daar ook een mooi college, waarvan het plein beschilderd is, zeer fraai; ze hebben daar ook een fraaie bibliotheek. De kathedrale kerk is de St. Jean [26a] alwaar een zeer mooi horloge [= uurwerk] is waarboven een haan staat, die als de klok slaat met de vleugels slaat en kraait, en ook gaat er een deurtje open waar een engel uitkomt die de boodschap brengt aan Maria. Daar is ook nog Notre Dame de Forvière alwaar men de stad goed kan overzien. En daarboven buiten de poort is een grote steen die men lichtelijk kan bewegen. Daar is ook het hospitaal generaal, een fraai huis alwaar toentertijd 400 zieken in waren; er zijn vier galerijen waar de zieken kruisgewijs liggen. Verder is daar nog la Charité waar armelui in zijn, bij la belle cour; die is zeer groot en er waren toentertijd 1400 mensen in die daar werken; men werkt daar ook fraai in zijde. Sur la Saône zijn drie bruggen, één stenen, en over de Rhône ook een stenen. De Rhône stroomt zeer snedig [= krachtig], zodat men van Lier tot Avignon, 40 mijl, in twee dagen kan komen. Er is een brave politie [= degelijk bestuur] in de stad. De • 13e vertrokken van Lyon, [26b] gegeten te Heyrieux, geslapen te Champier; de • 14e gegeten te Moirans, geslapen te Grenoble.
   De • 15e hebben wij gezien la fontaine qui brûle [= brandt] à trois heures et demi de Grenoble; het is aarde die brandt en wanneer het regent, brandt het veel sterker dan anders. Er loopt een ruisseau [= beek] onder voorbij. Als men daar heen wil, moet men de brug nemen die over de draai is van een arcade, breed onder 60 pas en zeer hoog; c'est à une lieu [= mijl] de Grenoble.
   De • 16e zijn wij vertrokken om te zien la Grande Chartreuse, wat het beste desert [= woestijn] van de wereld is; men moet passeren zeer hoge gebergten, die de ganse zomer met sneeuw bedekt zijn. Dat klooster is al een 500 jaar oud en is het voornaamste van die orde [= kartuizers] en allen die daar komen worden gespijzigd, en ook een bed geboden als zij er willen blijven. Het klooster is zeer rijk en zou wel twee miljoen aan inkomsten hebben. Daar is een chapelle [27a] waar St. Bruno die de stichter daarvan is gebeden heeft en daaronder is een fontein. Daar is nog een andere kapel de Notre Dame niet ver van daar.
   De • 17e zijn wij vertrokken van la Grande Chartreuse en zijn aangekomen in Montmélian toebehorende aan de hertogen van Savoye, een zeer sterke fortresse gebouwd op een rots en wordt diezelfde voor onoverwinnelijk gehouden, zo [= zelfs?] niet door hongersnood: ze hebben daar voor zes jaar vivres [= levensmiddelen] en 400 man; er zijn zeven bastions en omtrent 50 à 60 stuks kanonnen waaronder zes van 18 voet lang, die twee mijl dragen tot in het fort Barreaux toebehorende aan de koning. De • 18e vertrokken wij naar Chambéry, de hoofdstad van Savoye, een mooi net stadje, hebben gegeten in Aix, alwaar drie bainen [= baden] zijn, zeer warm, waarvan men de ene ziet uit de rots zelf wellen; geslapen te Rummily. De • 19e gegeten te Marlioz, geslapen te Genève.
   [27b] Genève is een fraaie sterke stad, plezierig, gelegen aan het lac [= meer], alwaar zeer mooie vissen in zijn, voornamelijk truiten [= forellen], baarzen en snoeken van een ongemene grootte, alsook karpers. Ze maken daar nieuwe vestingen waarvan er één is genaamd le Boulevard de Hollande, omdat de Hollanders die betaald hebben. Er is een mooie artillerie op de wal. Het Arsenaal is mooi en er zijn vijf kamers vol van allerlei oorlogstuig, en verder nog de ledders [= Fries ljedders = ladders] uit de tijd van de Escalade [= bestorming van Genève] door de Savoyers [Savoyaards], waarvan er twee aan stukken zijn geschoten door een schot van een geschut. Daar zijn nog vele vaandels en standaarden van de Savoyaards, onder andere één waar een roede in is, waarmee de overste de Genevenzers gedreigd had dat indien hij de stad veroverde hij hen altezamen zou doen kastijden, maar [hij] is zelf wel gekastijd. Daar [28a] is ook het harnas van Mr. le Duc de Rohan die in de kerk St. Pierre begraven ligt. Van de toren van St. Pierre kan men zeven soevereiniteiten tegelijk zien. De 1e juni of de • 22e mei oude stijl zijn wij van Genève vertrokken 's morgens om 11 uur door Compet alwaar Mr. le conte de Dona resideert, die ik de eer gehad heb te groeten; van daar naar Nyon alwaar wij op het instantelijk [= dringend] verzoek van de baillif [= baljuw, drost] 's nachts zijn verbleven; 's anderendaags de • 23e naar Aubonne vertrokken, alwaar wij te gast zijn genodigd door Mr. le marquis de Monpouillar uit het huis de la Force en zijn 's namiddag vertrokken naar Lausanne alwaar wij hebben geslapen.
   De • 24e 's morgens van daar vertrokken, hebben wij gegeten tot Moudon waar een zeer oude heidense toren is van grote vierkante stenen gebouwd en in een vierkante vorm, 400 jaar vóór Christus geboorte zo men zegt. Alhier was diezelfde dag nog een tovenares verbrand, en in de tijd van vier weken 18 à 19. Van hier zijn wij gereden door Payerne waar wij gezien hebben [28b] het zadel van Julius Caesar met de sporen, stijgbeugels etc. uithangende publiekelijk aan de straat, en hebben geslapen in Avanches, een zeer oude en beroemde stad, van welke de Venetianen zijn afgekomen en die eertijds zeer groot is geweest, waarvan men nog de tekenen kan zien zoals de rudera [= ruínes] van de oude muren ver buiten de stad en van een oude tempel; boven de ene poort staat ook een beeltenis van een Moor die eertijds daar heer is geweest of de stad gebouwd heeft of zoiets.
   De • 25e Morat gepasseerd waar men zag waar de slag tussen de Zwitsers en de hertogen van Bourgondië was gevoerd en waar een chapelle staat waarin in veel beenderen van de verslagenen bewaard worden, met dit opschrift boven de deur:
Caroli inclyti & fortissimi Burgundiae ducis excercitus muratum residens ab Helvetiis caesus hoc sui monumentum reliquit Anno 1476
   Hijzelf salveerde [= redde] zich over het lac [= meer] met zijn paard al zwemmende, en één van zijn lakeien heeft zich [29a] met hem gesalveerd houdende het paard aan de stad, hetwelke hij nochtans heeft neergestoken toen zij over het lac waren gekomen, menende dat het hem verraden wilde. 's Middags zijn wij in Bern aangekomen en hebben daar gezien de fortificaties die zeer net en sterk zijn, de bibliotheek, het skelet van Heidanus, de kerk, en zijn boven op de toren geweest en hebben de klok gezien die zeer net gegoten was en wel zo groot als die van Rouen doch niet zo zwaar. Daar worden altijd beren gevoerd in hun kuilen, op de grachtswallen lopen enige herten, bij de kerk is een mooie plate-forme [= terras] met bomen bezet. De stad is bijkans door de rivier ingesloten en is zeer net en begiftigd met vele ruisseaux [= beken] die door de straten vlieden: wanneer het regent, kan men bijkans overal droog gaan dakzij de stenen overwelfsels.
   De • 16e [= 26e nieuwe stijl] 's morgens wederom van hier vertrokken en gegeten te Solothurn; onderweg zijn wij een pilaar [= zuil] gepasseerd waarop stond in het Duits en Latijn de nederlaag [29b] van een Engelse prins. Het Latijn luidde:
Uxoris dotem repetens Cursinus [Cuffinus] amatae
Dux Anglus, frater quam dabat, Austriacus
Per mare traiecit, validarum signa cohortum
Miles ubique premens arva aliena jugo
Hoc rupere loco Bernates hostica castra
Multos & juste marte dedere neci
Hic Deus armipotens ab apertis protegat
Protegat occultis hostis ab insidiis.
1648

   De resident van Frankrijk resideert alhier. Daar is een zeer oude toren die gebouwd is 450 jaar vóór Christus geboorte en de verzen daarvan zijn:
In cetis [Celtis] nihil est Solidoro [= Solothurn] antiquius, unus
Exceptis Treviris
[= Trier], quarum ego dicta soror.
   De toren is zo hard dat als men daar een gat in wil maken zoals een venster men wel 14 dagen werken moet en men slaat alles aan stukken. Voor de kathedrale kerk die mooi is, staan twee pilaren waarop afgoden gestaan hebben die men aanbeden heeft. 's Avonds hebben wij geslapen in het gebergte in een klein dorp, 's anderendaags, de • 27e, zijn wij te Bazel aangekomen.
   [30a] Bazel is een mooie stad en redelijk groot alsmede wel bevestigd. De luiken hier zijn wonderlijk gekleed [= met hout beschoten; gekleurd?]. Alhier zijn te bekijken: 1. De domkerk of zo zij het noemen de/het munster. Hierin zijn van veel voorname lieden epitafen te bezien, zoals onder andere dat van Erasmus van Rotterdam. Het orgel daar is zeer kunstig beschilderd en werd wel 1000 waard geschat. 2. De universiteit omtrent het jaar 1460 opgericht en zal bijna de oudste van gans Duitsland zijn. 3. De algemene bibliotheek, wel de raarste [= bizonderste] van gans Duitsland en van vele manuscripten voorzien: onder andere ziet men daar de vier Evangelisten [= evangeliën] wel 1000 jaar oud, Epistulae Pauli, 70 Interpretes waarnaar al de andere gedrukt zijn. 4. De bibliotheek en [30b] kunstkamer van Erasmus en Amerbach, zijn erfgenaam. Deze is bij de kerk en er zijn hele rare dingen te zien, zoals vele rare schilderijen van Holbein, vele penningen van verscheidene keizers, koningen etc. De kasten waren in een zeer goede orde opgesteld, zoals vooreerst de Romeinse koningen, daarna de burgemeesters, keizers, keizerinnen, vulgares [= gewone mensen]. - Hier is ook het huis te zien waar Erasmus gewoond heeft. - Ondermeer een Rappen, een kleine koperen munt, aldaar tot goud gemaakt per artem chymicam door Leonardus Turaise Basiliensis. Deze zelfde meester heeft lang bij de groothertog van Toscana te Florence gewerkt. Daar is eveneens een sleutel of een ijzeren hamer, die half goud is en half ijzer als zijnde zover ingedoopt geweest in de tinctuur. Daar worden ook nog [boeken/handschriften] getoond van de Noctuae van Athene, cycli Romani, evenals een penning gelijk die waarvoor Christus verkocht is. [31a] Een boek dat Erasmus zelf geschreven heeft alsook zijn testament met zijn eigen hand geschreven, zijn ring die hij altijd gedragen heeft, zijn zegel etc. 5. Het huis waarin het beroemde concilie van Bazel anno 1431 gehouden is en alwaar besloten is dat een algemeen concilie boven de paus gaat. Eugenius is door datzelfde afgezet en paus Foelix wederom verkozen. Nog is alhier anno 1063 een ander concilie gehouden. 6. De oude toren aan de Rijn door Brutus gesticht, alsook de Rijnbrug. 7. Het Arsenaal hetwelk zeer net gehouden is en wel [voor] 12000 mannen geweer [heeft]. Er zijn twee trompetten welke verloren gegaan zijn in de slag bij Murthen, van Karel van Bourgondië, alsook het hoofdharnas van zijn paard en zijn degen waarmee hij zijn dienaar doodde, hebben wij gezien in de kunstkamer van een heer Froben. Aldaar in dit Arsenaal [31b] zijn ook twee roeren [= kanonnen] van 14 voet lang. 8. De dodendans bij de Franse kerk zijnde een galerij geschilderd. Men eet hier zeer mooie zalmen. Dr. [Rodolphus] Wetstenius heeft ons zeer grote vriendschap betoond.
   De • 30e zijn wij van hier vertrokken 's namiddags omtrent 3 uur en zijn 's anderendaags vroeg voorbij Breisach gepasseerd en hebben de vesting bezien toebehorende aan de koning van Frankrijk, die was bezet met 27 compagnieën. Daar werden zeven nieuwe bastions gemaakt, zeer mooi. Diezelfde avond zijn wij te Straatsburg aangekomen.

[Bekijk evt. de video van Bernard Dubois van het astronomisch uurwerk in de kathedraal van Straatsburg. Na beluisteren resp. bekijken terug naar de tekst: klik op de pijl naar links in de adresregel!]
   Straatsburg is een zeer mooie sterke stad en daar is te zien het munster of de domkerk met het zeer kunstige horloge [= uurwerk]; de zeer hoge en kunstige toren van 650 treden en de vloer in de kerk is zo gelijk [= waterpas], naar men zegt, dat men daar water opgietende niet [32a] weet waar het heen lopen zal. Daar is ook te zien het Arsenaal hetwelk zeer mooi is en zes kamers vol. Er is hier ook een Academie die zeer beroemd is. Even buiten de stad drinkt men zeer goede Neckarwijn in de Doelen genaamd het Scheitsren [Schiessrain = schietbaan, ten N van de oude stad]. Een half uur buiten de stad is een zeer lange houten brug over de Rijn van wel duizend passen.
   De • 5e juni zijn wij van Straatsburg wederom vertrokken naar Mainz en via vele plaatsen en dorpen, onder andere Philipsburg behorende aan de bisschop van Spiers, dat echter een Frans garnizoen van 14 compagnieën heeft, zeer sterk is maar alsnog sterk gefortificeerd wordt net zoals Breisach.
   Diezelfde avond, zijnde de • 6e, zijn wij in Spiers [= Speyer] aangekomen. Alhier is de keizerlijke kamer die niet ver van de dom af gelegen is en niet erg mooi wat het gebouw aangaat. Daar is een zetel in met een gehemelte voor de president, de [32b] de markgraaf van Baden. Er zijn alhier residenten of advocaten die lastgeving hebben van al de prinsen en grote heren van Duitsland. De domkerk is een zeer mooi gebouw van vier torens voorzien, waar het bisschopslogement bij gelegen is, een fraai huis; de stad is anders niet veel bijzonders. Alhier op het kerkhof is een zeer mooi en uitermate kunstig stuk: het verraad van Christus door Judas in steen gehouwen.
   De • 7e juni 's morgens zijn wij van daar vertrokken naar Keth, een dorp waar wij uit het schip gestegen zijn en naar Heidelberg gereden; hebben aldaar gezien de kerk waarin de begrafenis van de keurvorsten is en alwaar vele tombeaux [= graftombes] zijn; het slot van de vorst dat op het gebergte ligt en zeer mooi is. Hierin zijn zeer mooie grote kelders met zeer grote vaten, onder andere één van een uitnemende grootte, lang [33a] 30 houtvoet en breed in het midden 22 voet en aan de uiteinden 20 voet. Er zijn 40 treden om op te klimmen: het laadt 204 voeders [= wijnvaten], elke voeder van 10 aam, en is voorts zeer kunstig gemaakt. Er is nog een ander van 60 voeders.
   De stal is zeer mooi en er kunnen 102 paarden staan aan beide kanten, en de helft is nog afgebrand; hij bevat in het geheel omtrent 250 paarden. Mr. Frobenius de berijder heeft omtrent 40 paarden. De stad is vermaard vanwege de universiteit.
   Wij zijn van hier dezelfde namiddag nog vertrokken en de Neckar afgevaren naar Mannheim en gepasseerd voorbij Ledenberg, welke plaats toentertijd door de bisschop van Mainz ingenomen was. Mannheim is een zeer sterke plaats, een gans nieuwe stad met veel huizen op z'n Hollands gebouwd, toebehorende aan de keurvorst van Heidelberg. Er is ook een kasteel bij de stad, zeer vast en wel geordineerd, waarin de vorst ook zijn huis [33b] laat timmeren. Daar was ook een huis gans van hout op de manier van Zweden.
   De 4e [• 8e] zijn wij van daar vertrokken en hebben en passent Frankenthal bezien, één uur van de rivier af gelegen en een zeer sterke vesting behorende aan de keurvorst van Heidelberg. 's Avonds zijn wij in Worms aangekomen, de oudste stad na Trier van gans Duitsland. Wij hebben hier gezien: 1. Het Burgerhof waarin Luthers kamer is; daarin wordt de plaats gewezen waar hij gestaan heeft toen hij zich verantwoordde tegenover keizer Fridericus III. Deze kamer wordt door de inwoners de keizerskamer genoemd. Naast deze kamer is nog een andere, de koningskamer genaamd: daar is nog op de bank opzij een teken waar een glas gestaan heeft dat de keizer hem gebracht had en toen hij datzelfde zou aannemen, is het gebarsten [34a] vanwege de sterkte van het venijn dat daarin was. 2. De markt waarop Luther zijn openlijke bekentenis gedaan heeft in presentie van vele duizenden. 3. Het huis van een heidense koning die aleer daar geresideerd had. Men zegt dat de dochter van deze heidense koning, toen zij op een zondagavond in de maneschijn haar haar kamde, door een vurige draak is weggevoerd naar een van de reuzen die aldaar eertijds in grote getale zijn geweest. Het gat waar de duivel haar naar toe ontvoerd heeft, wordt alsnog aangewezen. 4. Het raadhuis. 5. De domkerk, een oud, groot en mooi gebouw, is circa anno 489 gebouwd: boven de ene poort naar het bisschopshof toe staan de drie heilige koningen van metaal gegoten, boven de poort aan de andere zijde van de kerk is de babylonische heer. In de binnenplaats van de [34b] kruisgang is een hagedoorn van 380 jaar oud gemaakt op de manier van de lindebomen bij ons; [de kruisgang] heeft twee zolders en is zeer breed, 48 passen in de omgang. In deze kruisgang ligt een zeer lange grote balk die naar men zegt een reus zou gebruikt hebben om mee te vechten; buiten de kruisgang ligt een zeer grote steen die een reus over de kerk heen zou geworpen hebben. 6. Het huis van de bisschop, de keurvorst van Mainz. 7. De kerk St. Johann staande bij de andere, gebouwd zo men zegt op de manier van de tempel te Jeruzalem. Alhier is ook een reuzengracht te zien, welke als men van de ene kant meet 48 voet is en als men het van de andere kant meet, is het niet meer dan 47 voet. Voor het stadhuis hangen enige reuzenbeenderen. 's Avonds zijn wij nog één uur verder gevaren.
   De • 9e zijn wij verder gevaren en gepasseerd voorbij een colomne [= zuil] opgericht ter ere van Gustavus Adolphus [35a] toen hij de Rijn overgestoken is. 's Middags zijn wij in Oppenheim aangekomen. Daar is een goed gebouwde kerk waarin zeer veel epitafen zijn van oude edellieden. Ook zegt men dat het hart van de koning van Bohemen, vader van de keurvorst van Heidelberg, aldaar begraven zou zijn, echter onder een eenvoudige steen alleen maar met deze letters
F. P.
   Friederich phaltsgraef.

   Van daar zijn wij verder naar Mainz getrokken diezelfde avond. Het is de keurvorstelijke stad en daar is te zien het hof van de keurvorst, een groot gebouw, alsook de domkerk, het fort St. Jacques en de schipbrug die zeer lang is.
   De • 10e zijn wij vertrokken, de Rijn verder af en hebben geslapen te Bingen, een stadje. Van Mainz af begint nu de goede Rijnse wijn te groeien en van Mainz af tot aan Bingen, aan de [35b] rechterhand van de rivier, noemt men dat Rheingauer wijn. Aan de linkerhand hebben we kunnen zien Ingelheim wat voormaals een grote stad geweest is en de geboorteplaats van Charlemagne [= Karel de Grote], alwaar nog enige andere zijn van een zeer groot palais. Hier te Bingen begint het gebergte aan beide kanten van de rivier, hetwelk zeer lustig om te zien is, omdat het beplant is met wijngaarden. Even achter Bingen is de muizentoren, waar de bisschop van Mainz door de muizen is opgegeten, gelijk in de historiën bekend is. Een weinig verder is het wat periculeus [= gevaarlijk] vanwege de rotsen onder water. Van daar zijn wij naar Bacharach gevaren en zijn daar 's middags gearriveerd, waar men die goede Bacharacher wijn drinkt de maat voor zes Batzen, dat is omtrent 13 stuivers en een half. En passant hebben wij gezien de Palts, een kasteel, in de Rijn gelegen [36a] waar men niet anders kan inkomen dan met een ladder: het stamhuis van de Paltsgraven. Van daar zijn wij de Rijn verder afgevaren en hebben een mooie heks gehoord omtrent Lorelei in het gebergte. Bij St. Goar is een zeer gevaarlijke wervel in de Rijn, waar de grote schepen ook aan groot gevaar onderworpen zijn. Sankt Goar of Sangweert is een residentie van de landgraaf Ernst van Hessen. Alhier moeten gewoonlijk allen die daar nooit geweest zijn [en er handel willen drijven] in 't halsijzer staan. Aan de kant van de Rijn ziet men overal veel oude kastelen op het gebergte staan. We hebben geslapen te Rhees.
   De • 12e dezes naar Koblenz vertrokken alwaar wij gegeten hebben en ondertussen en passant gezien Königsstuhl welke achthoekig gebouwd is; op dit theater hebben de keurvorsten van het rijk altezamen tegelijk gestaan toen een rooms keizer is afgezet. Tegenover Lohenstein [36b] ligt een slot dat door Hannibal verwoest is. Koblenz, een courtrierse stad, is een statig fortalitium. Tegenover Koblenz ligt de beroemde vesting Ehrenbreitstein gewoonlijk Hermelstein genoemd, op een zeer hoge berg, en die wordt bijkans voor onoverwinnelijk gehouden. Daaronder ligt een nieuw gebouw, een logement van de keurvorsten, wanneer zij daar zijn; er zijn zo veel vensters in als er dagen in het jaar zijn. Hier wordt zeer goede Moezelwijn gedronken en hier stroomt de Moezel in de Rijn; over de Moezel is een lange stenen brug van 15 bogen. Wij zijn van daar [verder] gereisd en gepasseerd voorbij Andernach een courkeulse stad met een muur rondom. Drie uur van daar landinwaarts aan de andere kant van de rivier is te Dienstein [= Tönisstein < klooster St. Antoniusstein] een mooie zuurbron waarvan in Holland veel vervoerd wordt. Wij hebben geslapen te Linz [am Rhein].
De • 13e juni gepasseerd voorbij Mons Apollinaris gewoonlijk Sankt Bernalisberg genoemd; op dezelfde is een kerk, waarin [37a] degenen die de vallende ziekte hebben of van de duivel bezeten zijn, genezen zouden worden. Wij zijn ook gepasseerd de Zevenbergen [= het Siebengebirge] die van ver te zien zijn en het allerbeste vanaf Keulen; op de drie eerste bergen naar de Rijn toe staan drie kastelen, het eerste heet Drachenfels waarbij heerlijke [= prachtige] steen uitgegraven wordt, waarvan ook de dom te Keulen gebouwd is. Dat op de andere berg kan vanwege het gespook niet bewoond worden, maar dat op de derde wordt [wel] bewoond. Wij hebben gegeten in Bonn. Alhier resideert de keurvorst van Keulen en hier is te bezichtigen: 1. De keurvorstelijk regering en hofstaat. 2. De tuin in de stad. 3. De kerken. Alhier heb ik een papegaai horen spreken alles zo perfect als ik nog nooit gehoord heb. 's Middags zijn wij in Keulen aangekomen en wederom van daar vertrokken • 15 juni. Wij zijn aldaar woensdags in de kerk geweest een half of klein uur van Keulen over de Rijn in een dorp genoemd Mullem [= Mülheim] [37b] toebehorende aan de hertog van Neuburg; de Luthersen hebben daar ook hun kerk. Men zegt dat er zoveel kerken te Keulen zijn als dagen in het jaar.
   Keulen is een fraaie grote stad en aldaar zijn te zien: 1. Het stadhuis; de raadkamer is verguld. Er is een toren aan het stadhuis waarin men nog bewaart oude bogen, onder andere een zeer grote die met raderen wordt opgeschroefd en dient om de muren te breken. 2. De hoofdkerk van de drie koningen of de dom, een gebouw van Frederik Barbarossa, incomparabel vanwege de grootte en kunst, maar niet voltooid. In deze kerk liggen de drie heilige koningen begraven achter in het koor. 3. De kerk van de apostelen bij de nieuwe markt [= Neumarkt], waar wordt getoond een groot stuk doek gesponnen door de vrouw die uit haar graf [er staat: gracht!] is gekomen en daarna nog enige jaren met haar man heeft geleefd. [38a] De historie daarvan [= de Richmodis-sage] hangt ook in de kerk uitgeschilderd. 4. De St. Ursula kerk, die is vervuld met de beenderen en hoofden van de 11.000 maagden; daar is ook nog een andere kamer bij die men de gulden kamer noemt, waar veel relikwieën getoond worden. 5. De markten, zoals de Altmarkt, de Heumarkt, de Neumarkt, die alle zeer mooi zijn en er zijn nog ook enige pleinen met bomen bezet. 6. De kerk van de jezuïeten, de kerk Pantaleon, St. Martin. 7. Om het plezierige van de stad te proeven, moet men daar rondomheen gaan om de mooie wandelplaatsen te zien, de poorten van een oud gebouw, de bolwerken en grachten, en de toren gebouwd aan de kant van de Rijn par les Franconiers et Bavarois, alsook de molens die op de Rijn liggen, van welke Petrarca melding maakt in zijn questiën. [38b] 8. De kerk des Heren lichaam, die is gebouwd, naar men zegt, nadat een boer na de communie 's morgens zich bedronken heeft en vervolgens moeten overgeven, de hostie is veranderd in een klein kind. Er is hier ook een academie.
   De • 15e zijn wij van Keulen gereisd en hebben 's avonds geslapen in een dorp Stein genaamd. De • 16e zijn wij gepasseerd voorbij Düsseldorf alwaar de vorst van Nieuwburg [= Neuburg] hof houdt, in een fraai slot; daar is ook de jezuïetenkerk. Nadat wij alles aldaar gezien hadden, zijn wij van daar vertrokken en hebben 's middags gegeten te Roeroort [= Ruhrort]. Van daar zijn wij gegaan naar Duisburg alwaar een Academie is, die behoort aan de keurvorst van Brandenburg; van daar naar Wesel alwaar 17 stadscompagnieën lagen, anders toebehorende aan dezelfde keurvorst. Het is een [39a] zeer sterke vesting.
   De • 17e van Wesel vertrokken en gezien Rees, Emmerik, wat twee plaatsen zijn insgelijks toebehorende aan dezelfde keurvorst maar met Statengarnizoen bezet. Schenkenschans een zeer sterke plaats waar de Rijn aan de ene kant voorbij loopt en de Waal aan de andere, zijnde de fortresse in de lengte gelegen; we hebben geslapen in het tolhuis.
   De • 18e van daar vertrokken en gearriveerd te Arnhem de hoofdstad van Gelderland, na welke bezien te hebben zijn wij verder gevaren en hebben geslapen te Culemborg, waar de graaf een mooi kasteel heeft met een fraaie hof daarbij.
   De • 19e zijn wij verder gevaren en zijn te de Vaart [= Vreeswijk] aan land gegaan en in de trekschuit getreden en alzo 's voormiddags in Utrecht aangekomen, hetwelk omtrent twee uur varen is. Vianen is niet ver van de Vaart.
   [39b] Utrecht is een fraaie, grote en plezierige stad met vele wijde pleinen evenals kerkhoven, met bomen bezet en bekwaam om te wandelen. Er is hier een vermaarde universiteit, de Academie bij de dom; hier zijn vermaarde mannen zoals [Gisbertus] Voetius, Cyprianus [Regneri ab Oosterga], [Henricus] Regius etc. welke ik allen heb horen lezen. In de Mariakerk vergaderen de Domheren; daar waren nog twee koperen afgoden die eertijds door de heidenen aanbeden zijn, en nog een hoorn waarop zij bliezen in plaats van de klok [te luiden]. Bij diezelfde kerk hoort ook de oude bibliotheek die daar in een kamer te bezien is en van vele rare [= zeldzame] oude boeken voorzien: een boek van paus Jut, Novum et Vetus Testamentum manuscriptum in verscheidene banden in folio zeer deftig ingebonden. Er zijn hierbij ook te zien drie eenhoorns, van binnen hol en waarvoor wel anderhalve ton [40a] goud zou geboden zijn. Er is hier de grote Domkerk, een zeer mooie grote kerk, lang 150 passen en met een zeer hoog gewelf; de toren is hoog 457 treden maar de treden zijn hoog van elkaar; dezelfde toren is breed omtrent 25 passen. Daar is nog een andere kerk genoemd de Burenkerk die niet lelijk is, en bij het Statenhuis is nog een kerk alwaar de bibliotheek van de Academie is. En het is zeer plezierig rondom deze kerk vanwege de bomen die daar omheen geplant staan. Buiten de stad is het zeer lustig zowel vanwege mooie wandelpaden die daar zijn als hoven, tuinen etc. Daar is ook een zeer mooie maliebaan, met vier rijen bomen aan elke kant bezet.
   De • 20e juni 's namiddags zijn wij van Utrecht naar Amsterdam gevaren in de trekschuit, zeven uur varen, en diezelfde avond aldaar aangekomen. Dit is een [40b] zeer grote, rijke en wijdberoemde hoofdstad waarvan men de beschrijving kan lezen.

>> begin