>> HOMEpage

Reis de Zuiderzee rond met het admiraliteitsjacht 1731

Bron: Tresoar toegang 347 inv.nr. 399
Internetuitgave: M.H.H. Engels, april 2026




Plezierreis van Burmania met vier raden en de secretaris van de Admiraliteit Coert Juliusz. van Beyma? Aan boord waren in ieder geval de kapitein, matrozen en een kok.
Journaal
eener reis van
E. M. van Burmania,
in 1731 gedaan met het Admiraliteits
Jagt van Harlingen naar
Vlieland, Texel, Helder, Wieringen,
Medemblik, Enkhuizen, Hoorn,
Harderwijk, Urk, Schokland
en over Genemuiden en Zwolle terug.
1
Journal.
Met ons sessen voorgenomen hebbende Ao. 1731,
in hoijmaendt [juli] een plaisir reisje aen te vangen,
en eens naukeurig te besichtygen de naest
gelegene eylanden, Amsterdam, en enyge plaet-
sen so van de Noort Hollantsche, Geldersche
en Overijsselsche kusten, sijn wij in dit voornemen
volhardende, met 't Admiraliteits jagt den 23 van
voors. maent des namidd. van Harlingen in zee
gelopen, werpende s'avonts 't anker voor Vlielant
(een Hollants eylandt voor de Zuyder-zee gele-
gen) diggt bij de Hollantsche legger, welke ons
salueerde met 5 canon schoten, die van ons met
3 wierden benatwoort. Des anderen daegs t.w. den
24 Jul. wierd aen 't jacht door een der commissa-
risen[!] gezonden de sloep van gem. legger met
een onder-officier en 8 roeyers, welke nevens
de onse 't geselschap aen de wagens, die op
strand gereed stonden, hier op geseten
2
zijnde, reden we door 't Oost-endt van voor-
noemde eylandt, hebbende aldaer haer verblijf de
Schout, Secretaris, Predikant, en Commissarisen,
die in passant besien hebbende, quamen we na
ongeveer 2 uyr rijdens door swaer sand langs
hoge duinen aen 't West-end van Vlie-lant
(zijnde tusschen 't oost en West-end niet dan
een huis en vogel-koy) welke plaets bij menschen
geheugen considerabel verloren heeft door de woede
der zee, die deselve onbewoonbaar maekt, zijnde
de husen meest toegespijkert, en de vordre reeds
maer met 12 a 13 inwoonders voorsien, die alle,
na menschen oog, indien se haer niet voortpacken,
met de eerste sware storm staen om te komen:
dit en voorgaende dorp hebben yder haer kerk
en Raedhuis; wat de landen op 't eilant aengaet,
die zijn gering, en kunnen geen hoy genoeg tot
voeding der beesten voortbrengen, besayde landen
vint men er niet, zijnde 't eylant maer 3 uyr
3
lang, en op zijn breedts ½ uyr breed, wert bewaert
aen de ene zijde door een dijk welk gansch doceren-
de is, ja soo dat men met een wagen de ene kant
op, en de andere kant af kan rijden, deselve is
naest korte jaren door Hollant gelegt, die over de
100.000 Gl. daer aen besteed heeft; en evenwel, so op 't
spoedigst niet een 2de gemaekt wert, weinig
nut zal doen. Dese dorpen als we besien hadden,
zijn wij op 't Oost-end op een glas wijn etc. van de
goede kennissen onthaelt, en des avonts op deselve
wijse, als we van boord gegaen waren, na boord
gebragt. Het anker den 25 dito s'morgens geheel
vroeg wendende, hebben wij de steven naer Texel
gewendt, alwaer we des namiddags zijn op de
Reede gekomen, met voornemen om 't merkwaer-
digste aldaer mede te besigtygen, ten welken
einde wij ons immediaet aen lant begaven en
wagens huirden om de 6 dorpen van 't eilant
(gelegen niet verre van den noordelijksten uythoek
van Hollant in de Noord-zee) aen de mont der
4
Zuyder-zee) door te rijden, opsittende zijn we
eerst langs de zee-dijk, besstaande voor enn
groot gedeelte uyt Wier, t.w. aen de zeekant,
en aan de lantkant uyt kley, gereden, daer-
nae afdeinsende zijn wij door enyge dorpen
gepasseert, en eindelijk aen 't hooftdorp, de
Burgt genaemd, gekomen, alwaer een grote
kerk was voorsien met verscheide wapens van
zee-officieren aldaer begraven. Dese plaets door
gewandelt hebbende, heeft 't wankele weer
nadat we ons alvorens een weinig vervrist hadden, 't gesel-
schap genoodsaeckt weder te keren van waer
gekormen was. Dit eilant, waerop men veel
plaetsjes heeft, meest alle van eygenaers bewoont,
geeft van desselfs zand en kleilanden, hoy en gras
voor de beesten, heeft insgelijks boulanden, brengt
voort ongemene schapen, daer in sonderheit de Hollanders
veel werk van maken, gelijk ook van derselver
keesjes, draegt tot onderhout der dijken als ander-
sints sware lasten, 't geen mogelijk een inpertinent
5
wagenaar op zijn rijdtuig deed zetten dit volg.
stout spreukje:
Al wat de boer krijgt uyt de velden,
Moet al aen schatting en omgelden,
Willen de Heren 't niet versoeten,
So sal de boer te velde uyt moeten.
Den 26 dito vroeg hebben we 't anker geligt, en
zijn s'avonts aen de Helder, een dorp in Noord
Hollandt, gekomen, welke sandyge plaets, die voor
een groot gedeelte van de zee omringt wert,
doorgewandelt hebbende, is ons na boord gaende
aengewesen >> een ton om goederen uyt gesonken
schepen te krijgen. Deselve leek wel na een zee-
ton, behalven dat er glasen in waren, van een
extraordinaeire dikte, om door te sien, als mede
gaten om de armen te gebruken. Een Engelsman
wegende over de 300 lb. is er de uytvinder van,
dog so men ons heeft willen diets maken, is
deselve nog niet gebruikt.
Den 26 voors. namidd. onse touwen los makende,
hebben we cours geset na Wieringen, een eilant
6
bestaende uyt 5 dorpen, als Oosterlandt, Wes-
terlant, Hypollitishoof, in de Oester, in 't
Noorderdeel ten westen van de Zuyder zee,
ten noorden de kust van Noord-Hollant gelegen.
Hier lieteb we 't anker vallen, en seilden met
de sloep den 27, wanneer 't helder opwaide, na
land, alwaer een wagen namen om dat eilant
te besien, 't geen naest Texel, waer van in de
13 eeuw na de mening van velen is afgescheurt,
daer nu een vloed van 3 mijlen tusschen deur
stroomt, 't grootste was dat wij door reist wa-
ren. de landen alhier overtreffen Texel in vrugt-
baerheit, en hoewel men over al sant heeft, brengen
alderhande vrugten voort. Men vint er ook
verscheidene vogelkoyen, de dorpen voors. zijn de
grootste niet, dog redelijk bewoont. 2 predikan-
ten nemen er de dienst waer, welker ene te
te Hypolitishoof, bij de inwoonders in de wandeling
Pilleso genaemt, zijn woning heeft, gelijk ook de
schout. Dit eilant dat van een middelmatyge
7
grote is, brengt s'jaers, indien men de ingesetenen
mag geloven 10.000 Gl. aen Hollandt op, onder welke
dit, de voorgaende en de volg. eilanden behoren.
Van Wieringen zijn wij den 27 geseilt na Meden-
blik
, een oude stad in 't Noorderdeel ten Oosten
van Noord-Hollant gelegen aen de Zuyder zee.
Hier heeft men een grote haven, en an de wal
staat een oud kasteel, dienende jegenswoordig voor
een gevangenhuis. Vorders heeft men in de stad,
die aen de ene kant van de Noort-zee wert bespoelt, en tegen
desselfs woede met gewaldyge hoog en sware
dijken voorsien is, seer veel onbewoonde husen,
so dat niet in vergelijking coomt met Hoorn.
Buten de stad vind men goed landt, en tamelijk
fraye wandelingen.
Den 28 vroeg Medenblick verlatende, zijn we voor-
demidd. te Enckhuisen in de haven gekomen.
Dese stad legt in 't Oosterdeel van West-Vrieslant
aen de Zuyder zee, tegen welkers gewelt met
sware dijken beschut wert; is beter bebout
8
dan Medenblick, pronkt met een fray stads-
huis, welk, exemt dat van Amsterdam, voor
geen der Hollandsche gestigten van dien aard
behoeft te swigten. Men heeft er een schoon
gasthuis, en heerlijke gebouwen van particu-
lieren. Dese grote en nette plaets door en weer
door gewandelt hebbende, zijn we nog dien selven
sond. naer Hoorn gestevent. Dese stad heeft een
bequame haven aen de Zuyder-zee, legt in 't
Oosterdeel van Noord-Hollant, is wel bewoont,
dog so groot niet als Enckhusen, heeft niet te
min royale straten, 5 poorten, en buten de stad
wandelingen die alles passeren, hebbende onder al-
len een van ½ uyr lang, welke met linde be-
plant is, en aen weerskanten allerley soort van
speelhuisjes heeft. Hoorn besigtigt hebbende, zijn we
den 29 na Amsterdam, de grootste en rijkste
stad der 7 geunieerde provincien, geseilt. Zij legt
in het Noordelijkste deel van Zuyd-Holl. en Am-
stellandt. Den 30 daer aengekomen zijnde, heb-
9
ben we aldaer 9 dagen vertoeft, en middelertijt
gesien de nieuwe Lutersche kerk, zijnde een ronde
coepel met koper gedekt, dat de koning van
Sweden daer toe vereert heeft, als ook 't berugte
cabinet van Schijnvoet bestaende uyt alderlei
sehorens [= zeehoorntjes], agaten, edele gesteentens en moderne
medailles; ten huse van de gebroeders Pastet op de
Voorburgwal over de nieuwe kerk zagen we een
weergaloos horlogie a 22 voeten hoog, en 3000 lb.
swaer; nog bij deselve gesien een bewegende schilderie.
Van daer gingen wij na de Schouburg alwaer
gespeelt wiert de Comedie Spijt der verliefden, waer
op volgde de belachelijke serenade klugtspel.
Ten huise van de so genaemde Blauwe Jan >>
vonden we een grote Africaense Leeuw die dage-
lijks 14 lb. vleesch at, en voor geselschap bij sig
een soort van een jagthont had; nog sagen we daer
een Casuaris en meer soorten van vreemde vogels,
apen, een wild varken met scherpe pennen, en andere
opgesette dieren. Buten Amsterdam hebben we
10
besigticht Tulpenburg wel eer door de Burgemr.
Tulp bewoont, en tegenwoordig door koop aen
Pento een der rijkste Joden van Hollant, die dese
butenwoning, waer op 16 arbeiders hout, veel
heeft verbetert, selfs so, dat deselve gehouden
wert voor een van de magnefykste die men
daer omtrent vindt; sij beslaet 9 morgen, is
versiert met wel 100 beelden meest van marmer,
met kostelijk grotwerk, allerhande wandelingen,
een synagoog, Turksche tenten, als ook een conve-
nabel huis.
Den 2 Aug. des avonts zijn wij van Amsterdam
vertrokken, en den 3 voor Harderwijck, een stad in
't Noorderdeel ten westen van de Provintie
Gelderlant, op de Veluwe aen de Zuyder-zee,
ten anker gekomen, voorts met de sloep na land
geroeyt: men kon naderende tegelijk uyt de vervallene
muren, welke nde Franschen 1673, wanneer se
genoodsaekt wierden deselve te verlaten, lieten springen,
afnemen, dat het een sterke plaets was geweest.
11
Aldaer zijn we geweest in de L. Vrouwe kerk
die vrij groot is, en een hogen toorn heeft, vorders is
daer niet veel frays aen te sien. De Academie

welke voor ettelijken 80 jaer opgerechtis, was
gansch niet florisant zijnde op deselve, so ons
verhaelt is, althans 60 studenten; de Professoren
zijn 6 a 7 in getal, de bibliotheec is gering,
dog de auditoria waren net, insonderheit een.
In de stad is bijna niets te becomen, voornament-
lijk in de grote vacantie, de reden is omdat de inwoon-
ders voor een groot gedeelte visschers zijn, en daer
weinig luiden van aensien gevonden werden; schone husen
zijn er raer, in tegendeel oude vervallen menigvul-
dig; buten de stad, seg aen de lant kant, heeft
men verscheidene hoven en tunen tot dienst en
plaisier der burgeren, edog alles sonder de minste
frayheit.
Den 3 dito nadat we 1 uyr a 4 te Harderwijk
hadden vertoeft, zijn we na Urk (een klein eiland
in de Zuyder-zee, in 't Zuyden van Vrieslant,
12
in 't Westen van Overijssel gelegen) gevaren,
alwaer den 4 aengekomen; gedagte eilantje
wert geregeert door een Schout, die met-
een tapt; en Burgermeesteren, de schoolmeester
is meteen Secretaris, houd school in de kerk, die
niet groot is, ook niet met al frayheit heeft. De Pre-
dikant heeft 't een en 't ander gerekent 300
Rijksd. s'jaers. De verdere inwoonders generen sig [= verdienen de kost]
met visschen, wonen in kleine husen, mogen
yder voor niet een koe in de weyde hebben,
't hoy, gelijk ook genoegsaem alle levensmidde-
len voor de menschen, moeten van elders daer
na toe werden gevoert.
Dit besien hebbende zijn we in de sloep gestapt,
en na boordt geseilt, met intentie om nog
dien dag Schocklant, d.i. Ens en Emeloort

aen te doen, dit gering eylandtje legt in de Zuyder
zee in 't westen van Overijssel; hier sijn wij
den 4 aengekomen en aen land gestapt,
13
met voornemen om 't weingje dat hier te sien
viel, eens te besien; wij vonden aldaer een stuk a
3 husen van steen, de rest van hout, en in de
laeste maer een groot vertrek, voorsien van onderen
tot boven met seer veel Delfs porcelein, en ander
potgoed in so een menigte, dat yder huis een
kleine winkel scheen. Hier heeft men 2 kerken,
dog maer een waerin dienst wert gedaen, de
ander is vervallen, staende daer aen gebout 't
huis van de persoon welke de vuirtoorn te
wagt neemt; de inwoonders, die meest alle den
Roomschen gods-dienst toegedaen zijn, generen
sig met visschen, en hebben daer toe enig vee in de
weiden, welke gering zijn. Om dit eylandje te
bewaren slaet niet alleen Hollant, maer oock
Vrieslant ern Overijssel daer veel paelwerk, sonder
dat was Schocklant, 't geen men meent dat
in oude tijden met Urch of Urk een eilant
uytgemaekt heeft, eerlang vergeten. Schock-
landt in de aven-stont met de sloep omgesielt,
14
en hier en gins doorwandelt hebbende, zijn we
weer na boord gesielt, voornemens wesende
om Geelmuyen en vervolgens Zwoll aen te
doen, alwaer we namentl. te Geelmuyden den 5
s'morg. met de sloep aenlanden. Dese openen plaets,
die sig uytstrekt na de Zuyder-zee, en aen de
lantzijde schier ntot aen de grasrijke weiden
van Mastenbroek, hoort onder Overijssel; hier zijn
nog al veel husen van particulieren, and. siet men er
niet; de kerk is na de plaets, daer na toe gaen-
de sagen we in passant een Esschen boom, welke
2 stammen had, en een kruin daer men onder door ging.
Dese plaets besigticht hebbende zijn we met de
wagen na Zwol gereden, een sterke en tame-
lijk wel bewoonde stad in 't westerdeel van Zalland
provincie Overijssel gelegen; onder de geestelijke ge-
bouwen munt hier uyt de St. Michiels kerk,
waerin een konstyge Predikstoel en fraye consis-
torie; buten de poorten heeft men tamelijk fraye
wandelingen. Als we de stad, dar tegenswoordig in
garnisooen ligt 't regiment van Saxen Eijsenach, i.
Esq. v. Cralingen, besien
hadden, voo so verre weer
toeliet, zijn we des avonts laet op deselve
wijse als v. 't jagt gegaen waren, daer we-
der aengekomen, en s'nagts met een sty-
ve koelte na Harlingen seil gegaen, alwaer
namidd. den 6 Aug. 1731 behouden in de
haven gekomen.

Nieuw Nederl. Biogr. Woordenboek:
BURMANIA (Eduard Marius van), geb. te Engelum 30 Nov. 1700, overl. 19 Juli 1789, begr. te Weidum, zoon van Frans Eysinga van B. en van Willemina van Tamminga.
Hij werd, in de plaats van zijn overleden vader, in 1717 tot houtvester en pluimgraaf van Friesland aangesteld en werd 17 Sept. 1723 te Leiden voor de studie der rechten ingeschreven. In 1737 werd hij ordinair raad in het Hof van Friesland, maar deed 28 Sept. 1762 van dit ambt afstand ten behoeve van Dr. Quiryn de Blau. Met groote voorliefde bezield voor alles wat op de geschiedenis en oudheidkunde van Friesland betrekking had, bracht hij een groote verzameling en een uitgebreide bibliotheek, daarop betrekking hebbende, bijeen. Hij leverde aan den hoogleeraar J.W. te Water belangrijke bouwstoffen voor diens werk Historie van het Verbond en Smeekschrift der Edelen, terwijl hem het auteurschap wordt toegekend van de volgende werkjes, zonder naam van den schrijver in het licht verschenen:
Naamrol des Raden 's Hoffs van Friesland (1499-1742) enz., waarachter verscheide gedichten van Friesche Edelen (Leeuw. 1742, 4o);
Beschrijving van de Friesche dorpen (Leeuw. 1749);
Analecta of enige oude ongedrukte Schriften van diversen inhoud tot Friesland alleen specterende (Leeuw. 1750, 4o). Deze bundel bevat o.a.: Pluymgraaf in de 16e eeuw; Naamlijst der Holtphesters, sinds 1591; Commissie tot 't kopen van swaane-veeren; Naamregister der Postmeesters; Veertig verzen van Friesche edelen in het Latijn; en een aantal andere artikelen.
Een volledige inhoudsopgave staat in Cat. Bibl. Ned. Lett. II, 615, 616. Voorts Frisia nobilis, of lijk- en graf- sampt mengeldichten, enz. op diverse Friesche Edelen (Leeuw. 1755) en door den uitgever Wigerus Wigeri aan hem opgedragen. In laatstgenoemd werk komen op de bladzijden 27-52 twee-en-twintig latijnsche gedichten ter eere van een 20-tal Burmania's voor. Nog in het laatst van zijn leven gaf hij uit: Naamlijst der Heeren Grietslieden en Secretariën in Vriesland, van de vroegste tijden af tot op het tegenwoordige met de Jaaren van aanstellinge. In rang der grieteniën (Leeuw. 1785, 4o).
E.M. van B. huwde in 1726 Fokel Berber van Haersolte, geb. te Minnertsga? 14 Maart 1707, overl. te Leeuwarden 22 Oct. 1789, begr. te Jellum, dochter van Arend (VI, kol. 668) heer van Hoenloo, grietman van Barradeel, en van Rienckje Alegonda van Camstra. Uit dit huwelijk sproten 4 zoons en 4 dochters. Een zoon, jhr. Frans Laes van B., volgt; een dochter Willemina Eduarda huwde eerst met Gijsbert Arentsma van Idsinga en daarna in 1763 met Duco Martena van Burmania, zie hier voor.
Zie: Stamboek v.d. Fr. Adel; Nederl. Adelsboek (1912), 463; te Water, Verbond der Edelen (zie de opdracht); Cat. Bibl. Ned. Lett. II, 611, 615.

<< Het huwelijksglas uit 1726 (Fries Museum) met de wapens Burmania en Haersolte: Amor vincit omnia, d.i. liefde overwint alles.

>> begin