>> HOMEpage

Hofmeesters en secretarissen
van het stadhouderlijk hof

Bron: website Tresoar
Aanvullingen o.a. bij Regemortes: M.H.H. Engels, augustus 2021

Hofmeesters

Adam/Daem van Haren, 1584-1589

Geboren: Valkenburg?
Overleden: Arnhem 3 mei 1589.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: eindigde met zijn overlijden of kort daarvóór.
Andere functies: raad en hofmeester van Willem I.
Ouders: Evert van Haren en Margaretha von Hagen.
Huwelijk: tr. Margriet Koenen van Zegenwerp.
Bronnen: NNBW VI, 708; Wagenaar, Willem Lodewijk, 153, 423-424; Bergsma, 'Willem Lodewijk', 210 en 237, Bruggeman, 'Willem en Anna', 34.

Johan Tjarda van Starkenborgh, (1593)-(1595)

Ambtsperiode/ambtsuitoefening: schrijft in 1593 over de paarden van Willem Lodewijk en was hoogstwaarschijnlijk toen in functie; in 1595 vermeld als oud-hofmeester.
Ouders: Barthold Tjarda van Starkenborgh en Bawe Friling.
Huwelijk: tr. Gaets van Grovestins.
Bronnen: NAb 45 (1952) 389-390; SHA, inv.nr. 1, brieven van 20 nov. 1593 en aug. 1595.

Frederik van Vervou, 1595-1605

Geboren: Franeker (Martenahuis) 1550.
Overleden: Franeker? 1621.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: trad 2 of 28 april 1595 in functie. Volgens Bergsma ook aangesteld als vertrouwenspersoon.
Andere functies: in dienst bij de luitenant-stadhouder van Friesland Bernard de Merode, gouverneur van Emden, gedeputeerde ter Staten-Generaal namens Friesland, lid van de Raad van State namens Friesland.
Ouders: Raes van Vervou en Ammel (Emerentia) van Grombach.
Huwelijk: tr. Franeker 12 sept. 1585 Jel van Oosthem.
Bronnen: NNBW VI, 1302-1303; Bergsma, 'Willem Lodewijk', 204-210; Wagenaar, Willem Lodewijk, 291, 457.

Pieter van Regemortes 1605-1620

Vaak, ten onrechte, Regemorter genoemd.
Geboren: Antwerpen 1562*
Overleden: na 1623**
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: was de opvolger van Frederik van Vervou en ging nog voor korte tijd over in dienst van Ernst Casimir; op 21 oktober 1620 vermeld als gewezen hofmeester.
Andere functies: bevelhebber van het fort te Groningen.
Huwelijk: tr. Reynsck van Dekema (geb. 1564, R.K.), dochter van Rienk van Dekema den Maximiliana van Aremberg; hofdame van echtgenote Sophie Hedwig van Ernst Casimir; overleden 18 november 1615 (grafsteen Leeuwarden vermeld in Monumenta quaedam sepulcralia et publica); tr. Groningen 24 mei 1617 Maria Bruis
De getekende begrafenisstoet van Willem Lodwijk geeft - i.t.t. die van Ernst Casimir - alle personen stereotiep weer als lange rechte figuren. Omdat Pieter Regemortes 'met een stocxken in sijn handt' is afgebeeld, was de eerste gedachte dat hij in werkelijkheid krom liep. Vergelijking met latere begrafenisstoeten wijst uit dat het hier ging om een hofmeesterstaf. Bij "Ernst Casimir" loopt "met een lange swarte Stock, de Hoff-meester van Sijn Genade: Joncker Poppo van Burmania, Capiteyn".
Aan het hof van Willem IV (1711-1751) droeg de groothofmeester van de prins bij ceremonies een hofmaarschalkstaf, waarvan de knop bewaard is gebleven. Een hofmeesterstaf met of zonder sierknop is in Friesland niet bewaard gebleven. Men bedenke dat de hofmeester tevens bode van de stadhouder was en dat zijn staf dus eigenlijk een bodestaf was.
Bronnen: Stbk. I, 89 en II, 57; Kuiper, 'Profijt', 189, 203; Wagenaar, Willem Lodewijk, 291, 396; Bergsma, 'Willem Lodewijk', 213, 215; KHA, Ernst Casimir, inv.nr. 424; SHA, inv.nrs. 101-104.
* Album studiosorum Lugd. Batav. 20 juni 1622: Petrus Regemortes Antverpianus, Eques auratus, 60
** In het album amicorum Rhemen, het op één na oudste van de Nederlanden (1556), in de zeventiende eeuw gebruikt voor genealogische en heraldische aantekeningen, wordt op blz. 22 (scan 15) vermeld: Ao. 1623 gaff Heer Pieter van Regemortes Ridder, met Maria Bruis sijn vrou, tot Harlingen op t'Collegie der Admiraliteyt een glas, alwaer haer wapen aldus staet (tekening).

In 1623 was de admiraliteit van Friesland nog gevestigd te Dokkum. Is het glas bij de verhuizing van die instantie naar Harlingen in 1644 meegenomen? De Steven van Rhemen uit Deventer die de genealogische en heraldische notities in het album maakte, heeft blijkbaar ook een bezoek aan Friesland gebracht. Is hij daarbij ook bij oud stadgenoot genealoog Gerlich Doys op Dekemastate te Jelsum geweest? Veel van Doys genealogische aantekeningen zijn overgenomen van die van Steven van Rhemen.
Op blz. 24 [scan 16] van genoemd album worden de volgende wapens getekend en beschreven:
Caspar Berentsen ter Coulen end Joanna van Dompseler sijn vrou hebben dusdanigen glas gegeven
Rienck van Dekema, s. vr. Maximiliana van der Marck en Arenberg, een glas gegeven Ao. 1617; haer wapen Marck en Arenberg [helmteken] pauwenstaert, wit en root [geblokte dwarsbalk in kwartier links onder] wit en root; Dekema [adelaar] sw[art] in gout, [fleur de lis] wit in root

Op blz. 115 [scan 64]: Bij het pourtrait van Douwe van Burmannia staen dese wapens ... Bij het pourtraict van Saep van Ytsma huisvrou van Douwe van Burmannia staen dese wapens ... Bij het pourtraict van --- Dekema de Ao 1553 aetat. 33. staen dese wapens ... Dekema Hotnya [= Hottinga] Camstra Unama [= Unia]

meer
Volgens Jöcher III p. 1955 (Regimorter) schreef Regemortes orationes aliquot politicas; bron voor dit gegeven: de lijkrede op prof. iur. Petrus Cunaeus, oom van Regemortes, op 6 december 1638 te Leiden gehouden door Adolf Vorstius. De titel van de 328 bladzijden tellende uitgave in klein octavo, waarvan een exemplaar in de bibliotheek van het Historisch Centrum Leeuwarden aanwezig is, luidt echter: Sermones aliquot politici, apud Abrahamum Radaeum, Leovardiae 1609 opgedragen Ad illustres Bataviae Ordines door Petrus "Regemorterus".


Een [andere?] Pieter van Regemortes komt voor in "De Oost-Indische Compagnie in Cambodja en Laos; verzameling van bescheiden van 1636 tot 1670", o.a. Dagh-Register van 't gepasseerde op 't Nederlants comptooir in den Rijcke van Cambodia 'tzedert den 25en Maert 1642 tot 6 December 1642 door Pieter van Regemortes. Deze Regemortes was daar al in 1637 gekomen als ondercoopman. Hij behoorde, in tegenstelling tot verreweg de meerderheid der Compagnie's dienaren buiten patria, tot een tamelijk aanzienlijk geslacht, was een neef van een bewindhebber en wel wat hoog- hartig. Hij stamde uit Nijmegen. De koning met zijn volk was in 1644 schuldig aan de vermoording op 27 november van toen opperkoopman en hoofd van de VOC-loge in Cambodja Regemortes en de zijnen. De Compagnieschepen, de Rijswijcq en de Orangieboom, heeft hij in beslag genomen en tot boven zijn hof laten slepen. "Het erf geheel besuyden 't Japans quartier, bij d'eerste suylycxste (= zuidelijkste) spruyt, genaemt d'Hollandse rivier," was "de plaetse waer Regemortes 's Comps. woonplaets gehouden heeft en vermoort geworden is." Of deze Pieter van Regemortes dezelfde is als de voormalige hofmeester van Willem Lodewijk lijkt enerzijds twijfelachtig gezien het geboortejaar (1562) van de hofmeester, anderzijds plausibel omdat laatstgenoemde in de Nederlanden uit beeld is na de twintiger jaren van de zeventiende eeuw.
De VOC was vooral actief in Cambodja in de periode 1636-1646. Er werden voornamelijk herten- en roggenvellen ingekocht, bestemd voor de Japanse markt.
A. van der Kraan, Murder and mayhem in seventeenth-century Cambodia, Chang Mai 2009, p. 139: Pieter van Regemortes, commander of the trade post, managed tot obtain a monopoly on trade between Cambodia and Japan, which he operated succesfully from 1636 to 1640.

Moort in Cambodia

[blz. 35] Omtrendt ultimo September 1643 arriveert den Opper-Koopman ende Opper-Hooft den E. Sr. Pieter de Regemortes van Batavia met een schoon Oorlochs-Jacht in Cambodia, in qualiteyt als Ambassadeur, maer is met al de sijne op den 27. November 1643 seer leelijck en barbaris vermoordt, en dat door bevel en beveelen van den tegenwoordighen regeerenden Coningh van Cambodia, 't gunt sich aldus toe-gedragen heeft.
Den op-gemelten E. Regemortes alvoorens het Brutale Humeur van den Koningh door ervanentheydt wel kennende, ende in dat Rijck ondervonden. Sulckx hy van tijt tot tijt selfs met eygen oogen gesien ende ghehoort hadde de [blz. 36] wreede, tirannige Executie aen sijn eygen Lantsaten, de Grootsten van 't Gebiet wedervaren, soo was hy Regemortes met vreese bevanghen om weder in Cambodia te keeren. Dan alsoo des Compagnies affairen sulckx vereysten, stelt den Heer Generael voor, niet als Opper-Hooft, maer als een Ambassadeur te willen verschijnen, met hoope dat men Gesanten geen onheyl van het Leven te verliesen en soude aen-doen. In die qualiteyt vertreckt hy dan weder van Batavia en arriveert in Cambodia, alwaer hy op de 27. November Audientie by den Koningh te sullen hebben, versoeckt, 't welck hem wiert vergunt. Dierhalven prepareert sich dien dagh ten Hoof te gaen, met een Treyn van 12 Soldaten, ende voorts alle de daer sijnde Koopluyden en Assistenten, met de Schippers van de Schepen, alle sittende te Paerde. Aldus komende in 't Gesicht van het Hof in een seer breede Straet, by de Passaer, dat is de Marckt, wierden aldaer datelijck omcingelt van des Conings Soldaten, die wedersijts uyt de Huysen quamen springen, ende brachten haer alle met Sabels om 't leven; de Wegen na de Compagnies Logie waren alle beste, opdat die aldaer waren geen tijdinge konden bekomen van dese moortdadige Actie, 't welck was 3 uuren gaens van des Compagnies Logie. Dus speelt de Tragedie by de Barbaren verder, en komen in de Logie alles massacreeren. Den Onder-Koopman Buckoy was in 't tweede Huys van de Logie, daer twee deftige Japanse Koopluyden, met namen Nissindomme en Kajmondonne, woonden, alwaer hy hadde ontfanghen een Sack met Geldt. Hy hoorende uyt de Logie een groot rumoer komen, loopt schielijck met de Sack Geldt in de Hant ten Huyse uyt. Een der Moordenaers hem in het Gesicht krijgende, achterhaelden en sabelden hem, gaende met die buyt van de Sack Gelt deur. Binnen des Compagnies Pagger ofte Heyninghen lagen de doode Lichamen allesints hier en daer verspreyt, die onder den blaeuwen Hemel soo een lange wijle bleven leggen rotten ende stinckende vergaen: Immers wat yets van aensien was, most hier in dese furie sneuvelen. 't Was jammer soo eerlijcke Lieden om den Hals, ende dat onnoosel, te geraken.
Den Opper-Koopman Pieter van Regemortes was geboortigh van Schoonhoven, een Neef van de Bewinthebber de Heer Heyman in Zeelant, van waer Regemortes voor Assistent was uyt-gevaren. Den Opper-Koopman Hermen Brouckman was van Bremen; den Onder-Koopman Buckoy, mitsgaders diversche Assistenten, fraye Borsten, waren alle Amsterdamse Kinderen van goeden Huyse.
Uit de hierboven vet weergegeven zin blijkt dat de opperkoopman en ambassadeur niet dezelfde was als de hofmeester Pieter van Regemortes!

Georg/Jurjen van Ripperda, (1620) 1621-1622

Geboren: 1570/'71.
Overleden: 1632.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: was in ieder geval in 1621, maar hoogstwaarschijnlijk reeds in oktober 1620 in functie.
Ouders: Maurits Ripperda en Maria van Willich.
Huwelijk: tr. Anna (Catharina) van Dekema, schoonzuster van zijn voorganger.
Bronnen: Stbk. I, 89 en II, 57; Kuiper, 'Profijt', 189. Opschriften op en bij een van hem vervaardigd schilderij, op Dekemastate te Jelsum (anno 1625, ætatis 54); KHA, Ernst Casimir, inv.nr. 424. Tresoar, huisarchief Dekemastate, voorl. inv.nr. 56.

Willem van Haren, (1629)-(1631)

Geboren: Arnhem 19 jan. 1581.
Overleden: Den Haag 9 dec. 1649.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: vermeld als hofmeester in rekeningen over 1629/'30 en 1630/'31.
Andere functies: opperstalmeester van Willem Lodewijk, kolonel van het garderegiment van Ernst Casimir, gedeputeerde ter Staten-Generaal namens Friesland.
Ouders: Adam van Haren, hofmeester van Willem Lodewijk (zie boven), en Margriet Koenen.
Huwelijk: tr. Leeuwarden 21 sept. 1606 Magdalena van Vierssen.
Bronnen: Bergsma, 'Willem Lodewijk', 215, 238 (noot 221); NNBW VI, 708; NAb 84 (1994) 171; SvF, inv.nr. 6914: rekening 1629/'30 onder het hoofd 'Ander vuytgave mede tot de negotieerde penningen genomen' en rekening 1630/'31 onder het hoofd 'Verdere wtgave van lijfrenten mede tot de genegotieerde penningen genomen'.

Poppe van Burmania, (1633)-(1638)

Ambtsperiode/ambtsuitoefening: op 21 jan. 1633 als hofmeester vermeld; bij de berichten over zijn dood wordt niet vermeld dat hij hofmeester was.
Overleden: gesneuveld voor Gelder 16/26 aug. 1638.
Ouders: Bocke van Burmania en Frau van Burmania.
Huwelijk: tr. 10 augustus 1634 Oedt van Sickinge.
Bronnen: Stbk. I, 59 en II, 43; Archives, 2de serie, deel III (1625-1642), 127; Worp, Briefwisseling II, 397; SHA, inv.nr. 791 (dagvaarding 21 jan. 1633).

Bartolt van Ostheim, (1638)-1641

Geboren: 1607.
Overleden: 1654.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: was hoogstwaarschijnlijk de opvolger van Poppe van Burmania. Willem Frederik ontsloeg hem om Frederik Hendrik ter wille te zijn.
Ouders: Hessel van Ostheim/Oosthem, enige tijd hofjonker van Willem Lodewijk, en Wilhelmina van Gendt.
Huwelijk: tr. 1645 Susanna Sophia barones thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.
Bronnen: Gloria Parendi, 808; Stbk. II, 182-183; Kooijmans, 'Hoe Willem Frederik', 212, 215, 216.

Gozewijn van Wijdefelt 1641/'42-1657

Geboren: 1601/'02.
Overleden: 23 aug. 1671, oud 69 jaar.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: voor het eerst in functie vermeld 4 nov. 1642; bekleedde het ambt tot hij niet meer bij machte was het uit te oefenen.
Andere functies: kamerheer en (onder-)secretaris van Ernst Casimir (vermeld 26 apr. 1632).
Huwelijk: tr. Lolck van Aysma.
Bronnen: Gloria Parendi, 824; Stbk. I, 257 en II, 174; KHA, Ernst Casimir, inv.nrs. 81 en 342; SHA, inv.nr. 61; EVC, inv.nr. 469.

Philip Ernst Vegelin van Claerbergen, 1657-1686

Geboren: (in de Palts) 12 okt. 1613.
Overleden: Leeuwarden 6 febr. 1693.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: was raad en hofmeester.
Andere functies: secretaris van Willem Frederik 1641-1664 (zie hierna), edelman aan het hof van de keurvorst van de Palts, drost van Liesveld, kapitein van een compagnie Fransen ter repartitie van Friesland.
Ouders: Philip Ernst Vegelin van Claerbergen en Brigitta Hantes.
Huwelijken: tr. 1. (ondertrouw Leeuwarden 21 jan. 1643) Fockje van Sminia (overl. 30 april 1658); tr. 2. De Bilt 22 maart 1660 Josina Ruysch.
Bronnen: NAb 46 (1953), 14; EVC, inv.nrs. 469, 470.

Rutger van Haersolte van Hoenlo, (1686)-(1701)

Geboren: 1647/'48.
Overleden: 14 aug. 1713, oud 65 jaar.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: mogelijk de directe opvolger van Philip Ernst Vegelin van Claerbergen; laatste bekende vermelding als hofmeester 1701. Hij kreeg de titel geheimraad.
Andere functies: lid van de Ridderschap van Overijssel, kolonel.
Ouders: Simon van Haersolte en Adriana Josina Bentinck.
Huwelijk: tr. Anna Elisabeth van Haersolte.
Bronnen: Stbk. I, 178, 181 en II, 115; De Boer, Philip Ernst Vegilin van Claerbergen, 41 en 57 (SHA, inv.nr. 147.); KHA, Hendrik Casimir II, inv.nr. 166; KHA, Henriette Amalia, inv.nr. 143; SHA, inv.nr. 667 (zie nadere toegang); EVC, inv.nr. 73.

Wolf Dietrich baron van Verschuer, (uiterlijk 1709)-1729

Geboren: 1673/'77.
Overleden: 1737.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: mogelijk opperhofmeester van Henriette Amalia, in ieder geval van Johan Willem Friso en later van Maria Louise. In 1728 werd er een waarnemer (zie hieronder) benoemd tijdens zijn afwezigheid. Die waarnemer volgde hem in 1729 op.
Andere functies: secretaris van Frederik I, koning van Zweden, in diens kwaliteit van regerend landgraaf van Hessen-Kassel.
Ouders: Otto Christoph baron van Verschuer en Anna Maria von der Recke.
Huwelijk: tr. Charlotta Sophia von Schilling.
Bronnen: NAb 46 (1953); Bruggeman, 'Het hof', 300-301; KHA, Johan Willem Friso, inv.nr. 13; Tresoar, familiearchief Van der Haer-Arnoldi, inv.nr. 161: brief van 22 mei 1730.

Adolph Hendrik von Baumbach, 1729-1731

Ambtsperiode/ambtsuitoefening: sinds 1728 waarnemend hofmeester van Maria Louise bij afwezigheid van de opperhofmeester baron Van Verschuer; werd in 1729 hofmeester van de regentes, maar
werd bij de bezuinigingen van 1731 gepensioneerd.
Bronnen: Drossaers en Lunsingh Scheurleer, Inventarissen II, 248; KHA, Maria Louise, inv.nr. 424; SHA, inv.nr. 32: brief van 16 sept. 1730; NA, NDR, inv.nr. 789.

Dirk baron van Lynden van de Park, 1729-1735

Geboren: 1679.
Overleden: 16 okt. 1735.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: was opperhofmeester van Willem IV (de functie bleef daarna tot 1746 vacant).
Andere functies: gouverneur van Willem IV.
Ouders: Steven Hendrik van Lynden van de Park en Josina van Welderen.
Huwelijk: tr. Ressen 24 nov. 1705 Heilwig van Lynden.
Bronnen: NNBW VII, 813; NA, NDR, inv.nr. 789.

Robbert Henric van Hambroick, heer van de Arendshorst en Weleveld, (1736)-1765

Geboren: Huize Bulinck 13 okt. 1708.
Overleden: Huize Weleveld, Borne 17 sept. 1789.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: opperhofmeester van Maria Louise; bekleedde de functie uiterlijk in 1736 en fungeerde tot de dood van Maria Louise.
Andere functies: edelman van Willem IV, kamerjonker van Maria Louise, lid van de Admiraliteit te Harlingen.
Ouders: Lambert Joost van Hambroick en Mechteld Anna Bentinck.
Huwelijk: tr. Leeuwarden 25 okt. 1739 Amelie Sophie von Rhöder, staatsdame van Maria Louise.
Bronnen: NAb 84 (1994) 103; Jagtenberg, Marijke Meu, 133, 166, 258.

Gemme Onuphrius van Burmania, 1746-1759

Geboren: Ferwerd 3 jan. 1697.
Overleden: 12 aug. 1759.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: opperhofmeester van Willem IV.
Andere functies: kamerheer van Willem IV, opperstalmeester van Willem IV, volmacht naar de Staten van Friesland namens Oostdongeradeel, later namens Ferwerderadeel.
Ouders: Idzard van Burmania en Anna Dodonea barones thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.
Huwelijk: ongehuwd.
Bronnen: NNBW VII, 239; Gabriëls, De heren, 127.

Secretarissen

Everard van Reyd, 1584-(1602)

Geboren: Deventer 1550.
Overleden: Leeuwarden 25 feb. 1602.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: begon als secretaris en werd later raad en adviseur.
Andere functies: in dienst bij Jan VI de Oude, graaf van Nassau-Dillenburg, onder meer in diens kwaliteit van stadhouder van Gelderland, burgemeester van Arnhem, volmacht naar de Staten van Gelderland, gedeputeerde ter Staten-Generaal namens Gelderland. Bovendien was hij een vrij bekend geschiedschrijver.
Ouders: Johan van Reyd, arts, en Clara Everts.
Bronnen: NNBW V, 594-595; Bergsma, 'Willem Lodewijk', 219.

Jacob Junius, (1600) 1602-1620 (1622)

Ambtsperiode/ambtsuitoefening: was hoogstwaarschijnlijk al in 1600, in ieder geval in 1602 in functie. Bleef dat zeker tot de dood van Willem Lodewijk, had op 11 maart 1622 (al enige tijd) een andere functie, niet onmogelijk reeds op 9 aug. 1621.
Andere functies: secretaris van Maurits, later van Frederik Hendrik.
Overleden: 13 juli 1645.
Huwelijk: naam echtgenote is niet bekend.
Bronnen: Bergsma, 'Willem Lodewijk', 215, 219, 238 (NDR, 31-32); Wagenaar, Willem Lodewijk, 394; Hofman, Constantijn Huygens, 236 (Bakhuizen van den Brink, Overzigt, 42-46); Worp, Briefwisseling I, XLIII, 206 en IV, 173; Staten-Generaal, 1621-1622, 432, 789 (hier bij vergissing Paulus Junius genoemd); KHA, Ernst Casimir, inv.nr. 98.

Dirck Dibbets, (1623)-(1624)

Ambtsperiode/ambtsuitoefening: wordt in 1623 en 1624 vermeld als rentmeester en secretaris, in 1623 (ook) alleen als rentmeester. Hij is waarschijnlijk vooral of zelfs alleen rentmeester geweest.
Bronnen: KHA, Ernst Casimir, inv.nr. 150; SHA, inv.nr. 456 (omslag Wonseradeel): twee brieven van 9 nov. 1623 en één van 7 jan. 1624.

Sluysken, (1627)

Ambtsperiode/ambtsuitoefening: wordt in 1627 vermeld als secretaris. Was misschien ook en in de eerste plaats rentmeester indien identiek met de door Bergsma genoemde Sluysken.
Bronnen: Bergsma, 'Willem Lodewijk', 215, (noot 220 op 238 voor huwelijk Sluysken); KHA, Ernst Casimir, inv.nr. 150.

Jacob van der Burgh, 1628-1632

Geboren: Leiden (1598/1600).
Overleden: Amsterdam 25 dec. 1659.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: aan zijn dienstverband kwam een einde door de dood van Ernst Casimir.
Andere functies: agent van de Republiek te Luik, secretaris van de delegatie naar de vredesonderhandelingen te Munster. Genoot enige bekendheid als dichter.
Bronnen: NNBW IX, 114-117; Hofman, Constantijn Huygens, 184-185; Worp, Briefwisseling I, 174, 227, 238, 401.

Johan Wilhelm Sohn/Sohnius, uiterlijk 1632-1641

Overleden: (na) 1658.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: kwam in functie onder Ernst Casimir, mogelijk als ondersecretaris; diende Hendrik Casimir I en bleef aan tot Willem Frederik hem in 1641 ontsloeg.
Andere functies: president van het Krijgsgerecht van Stad en Lande.
Huwelijken: tr. 1. Foeck Ornia, weduwe van Willem Staackmans; tr. 2. 1639 Sijthje van Aysma.
Bronnen: Heck, Regentschaft, 31, 49; Worp, Briefwisseling II, 519; Kooijmans, 'Hoe Willem Frederik', 212, 214-216; Stbk. I, 244 en II, 166; KHA, Ernst Casimir, inv.nr. 121; KHA, Willem Frederik, inv.nr. 616; SHA, inv.nr. 111 (zie nadere toegang).

Philip Ernst Vegelin van Claerbergen, 1641-1664

Ambtsperiode/ambtsuitoefening: de oudste bekende brief van Vegelin van Claerbergen als secretaris dateert van 21 nov. 1641. De dood van Willem Frederik beëindigde zijn secretariaat.
Andere functies: hofmeester, zie boven.
Bronnen: Malcolm, 'Six unknown letters', 101, 113 (noot 37); SHA, inv.nr. 94: brief van 21 nov. 1641.

Philip van Heiring, (1664) 1665-(1704)

Ambtsperiode/ambtsuitoefening: in juli 1663 vermeld als secretaris van Willem Frederik, maar zijn handschrift lijkt al begin 1662 in het archief te herkennen. Was tot de dood van Willem Frederik hoogstwaarschijnlijk ondersecretaris. Komt sinds 1665 in de rekeningen van de hofmeester van Albertine Agnes als secretaris voor, maar functioneerde mogelijk reeds in 1664. Later diende hij Hendrik Casimir II en Henriette Amalia, als wier secretaris hij in 1704 voor het laatst vermeld wordt.
Andere functies: extra-ordinaris gedeputeerde ter Staten-Generaal namens Friesland, overambtmann van het graafschap Diez.
Bronnen: KHA, Henriette Amalia, inv.nr. 143; Dr.A., toegang 0024, inv.nr. 32; SHA, inv.nrs. 35, 36, 117 (brief 18 feb. 1662), 170, 361, 668; EVC, inv.nrs. 484, 516, 524.

Christiaan de Hertoghe, (1708)-1725

Gedoopt: Den Haag 16 okt. 1652.
Overleden: Den Haag 1725 (impost op het begraven betaald 16 juli).
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: wordt later aangeduid als raad en eerste secretaris; door Gedeputeerde Staten van Friesland in 1708 en 1709 voor een zomer aan Johan Willem Friso uitgeleend als secretaris te velde; nam 7 februari 1710 ontslag als klerk van dat college.
Andere functies: ecretaris van Menaldumadeel, klerk van Gedeputeerde Staten van Friesland.
Ouders: Abraham de Hertoghe en Maria Margareta Rumph.
Huwelijk: ongehuwd.
Bronnen: De Heeren van den Raede, 321; De Jong, Schuur, Peucker, Inventaris, 100; Haags Gemeentearchief, registers van ontvangen impost op het begraven; Historisch Centrum Leeuwarden, Oud Rechterlijk Archief, BB1, 38; SHA, inv.nr. 169: brief 15 okt. 1681; SvF, inv.nrs. 2381 (15 mei) en 2382 (8 mei).

Johan Duncan, 1725-1727

Geboren: 1689/'90.
Overleden: 1753.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: was ordinaris raad en eerste secretaris van Maria Louise, die hem ontsloeg omdat ze ontevreden was over zijn functioneren.
Andere functies: lid van de Nassause Domeinraad.
Bronnen: Drossaers en Lunsingh Scheurleer, Inventarissen II, 431. NA, NDR, inv.nr. 789; KHA, Maria Louise, inv.nr. 104: brief van Maria Louise aan Duncan, 3 sept. 1727.

Nicolaas Arnoldi, 1728-1777

Geboren: Leeuwarden 23 jan. 1696.
Overleden: Leeuwarden 7 aug. 1777.
Ambtsperiode/ambtsuitoefening: sinds 1728 secretaris van Maria Louise, ordinaris raad en eerste secretaris van idem sinds 1729, secretaris van Willem IV 1731-1751 en van Willem V 1751-1777. Behandelde na het vertrek van Willem IV naar Den Haag (1747) in Leeuwarden de daar lopende zaken.
Andere functies: sinds 1735 voorlopig thesaurier van Willem IV, sinds 1739 thesaurier en rentmeester-generaal. Volmacht naar de Staten van Friesland, lid van het Mindergetal, lid van Gedeputeerde Staten, lid van de Rekenkamer, monstercommissaris, advocaat voor het Hof, afgevaardigde naar de synode als commissaris-politiek, gerechtsschout van het Krijgsgerecht der Friese en Nassause Regimenten. Pensionaris, secretaris en burgemeester (premier) van Leeuwarden.
Ouders: Martinus Arnoldi en Jetske Tania.
Huwelijk: tr. (attestatie van Leeuwarden 14 aug.) 1729 Barbara Knock.
Bronnen: De Heeren van den Raede, 329; NA, NDR, inv.nrs. 789, 1787; SHA, inv.nr. 42: beschikking 2 mei 1735.; Tresoar, familiearchief Van der Haer-Arnoldi.

>> begin

Vluchtige verdere verkenning van de genealogische c.q. heraldische aantekeningen in het Gelderse album amicorum van Steven van Rhemen

blz. 4 - scan 5: To Deventer in de Bibliotheca hangt het pourtraict van Marten Bodeker, hij houdt in sijn hant een brieff wiens opschrift luydt aldus - An dem erbaren Marten Bueckers, Burgemeester der Stadt Deventer, woonende in de Assenstraete
15-11 Tot Swolle in Diedems huis (olim Spoelde) staen voor den schoorsteen dese wapenen in drie schilden gehouwen
Spoelde/Hoecklum Spoelde/Busche Bussche/Snavel
Ibidem in de bovenglaesen dese navolgende Ao. 1559
Lucas van Essen, en sijn vrou sijnde Spoelde,
Henrick de Wrede, en sijn vrouw ten Waeter
Johan Voet met een heel geruitet wapen, en sijn vrou Spoelde
Sweder te Boerop en sijn vrou, ten Bussche
Henrick van Essen en sijn vrou Voet
Egbert van der Hell, cujus mater ten Waeter
18-13 Tot Swolle in Diedems huis (olim Spoelde) in de glaesen aen de straete, in de benedenvensters, staen dese naemen en wapens, de Ao. 1608
Herman van Spoelde en Margareta van Zallandt sijn vrou, het wapen gequartiert Spoelde, Zallandt, Ossenbroeck, ten Bussche
Gerryt van Spoelde, ende Anna Emilia van Reinsbergen sijn vrou, haer wapen 3 geele adelaers met een witte huis-spaere, in een root veldt
Gerryt ende Jan de Wrede, mater Spoelde
Gerryt ende Herman van Hoecklum, mater Spoelde
19-13 In der Honp voor Deventer leyt een graffsteen met 8 quartieren, end in den rant staet: Anno 1631 des daechs na St. Thomas is gestorven d'Eerweerdige vrou Christina van Gemen genant Praestinck. Bidt Godt voor die ziele.
[4 wapens getekend, waarvan 2 met namen: Gemen resp. Suilen]
21-14 Aldus heeft Macharius Pinninck Ao. 1577 to Deventer een glas gegeven, werdende den schilt door een griffioen gehouden
Balthasar Boedeker staet gewapent
Bij het pourtraict van Balthasar Boedeker hebbe dese wapens off quartieren gesien staen: te Deventer in Sichtermans huis
[4 wapens] .....
Derck Hoenraet to Deventer Ao. 1573
[wapen]
22-15 Evert van Deurn, s. vr. Joanna van Hemert haer wapens
.....
Julius van Eysinga s. vr. Rientien van Gratinga haer wapen
.....
Ao. 1623 gaff Heer Pieter van Regemortes .....
23-15 Int Sticht Honnep voor Deven in de kercke leyt een graffsteen met dese omschrift in den randt:
In den jaere 152? op St. Peters dach ad cathedram is gestorven Juffer Jutte van Rutenberg nagelaeten weduwe van zalige Gaert van Reede. Bidt Godt voor de ziele.
Op de steen staen dese wapens
.....
24-16 Caspar Berentsen ter Coulen end Joanna van Dompseler sijn vrou hebben dusdanigen glas gegeven
.....
Rienck van Dekema .....
25-16 In de kerck van der Honnep voor Deventer leyt een grafsteen met 8 quartieren daerop staet:
Int jaer ons Heeren 15LV [gecorrigeerd:] 15LII op S. Blasius [gecorrigeerd:] Johannis dagh starf salige juffer Steven van Keppel die Godt genadigh zij. Amen
[5 wapens]
to Deventer in de Bibliotheca bij het pourtraict van Joanna van Twickelo, huisvrou van Marten Bodeker staen dese 4 quartieren
.....
Op een cussen hebbe gesien dese 4 wapens in een schildt
Kreynck, Holthuisen, Iseren, Boerlo
31-19 Op een cussen hebbe gesien dese wapens
Holdinga, Camminga
Otto van den Rutenberg to den Grimberg voerde aldus bij sijn wapen het wapen van Vyanen, sijn vrou was Maria van Twickelo, haer moeder Langen [andere hand:] is keppel met ruiten
1481
33-20
[doorgehaald:] In een glas tot Campen hebbe gesien dese wapens
.....
Juffer Joanna van Bruggen Ao. 1583
34-21 Ao. 1560 Lutgert van Keppel, Juffer ter Honp op den Peckedam een glas gegeven, haer moeder, credo Oij, voerde, t'welck oock is Hundenberg
.....
Een cussen gesien met dese wapens
Mekeren, Roon. Servaes, Zuylen, Peene
35-21 Ao. 1501 Herman Luloff ..... Burgemr. to Deventer, voerde aldusdanig in een schildt
Ao. 1501 1503 Jan Boeck Burgemr. to Deventer voerde dit wapen met een gesloten helm
Ao. 1492 Peter Godschalck Burgemr. toe Deventer voerde
36-22 Tot Campen op het Collegie in de Griffie staet een glas met de wapen van der Vecht, end Wolff, Ao. 1576 met dese inscriptie:
Joncheer Philips van der Vichte, Heer van der Vichte ende van Santvoerde, erfmarschalck van Vlaenderen, en Juffer Florence de Wolfs van Westenrade
37-22 Artabanus Xerxi loquitur: .....
Rumpantur, ut ilia Codro
Friso occid.
Regnerus Broorsma Snaecensis
1559 12. Kal. Novemb.
Aureliae Gallor[um]
Quod datur, fero
39-23 Tot Campen in een glas hebbe gesien dese wapens, gegeven Ao. 1583
.....
Tot Deventer int wapen van Overijssel in [...] glasen gegeven Ao. 1575 staen dese wapens
40-24 Tot Campen in glasen staen dese waepens
.....
43-25 Tot Campen in een glas Ao. 1565
.....
44-26 Ibidem Ao. 1559 Jan Cloppenburg
.....
45-26
Ibidem Jan van Tongerlo, schulte to Steenwyck
.....
46-27 Tot Campen in Saris Jansens huis ofte het hof van Hollant staen dese wapens in glasen, Ao. 1548
.....
47-27 Tot Campen int Hoff van Hollandt in de glasen staen dese wapenen Ao. 1548
Heer Goert van Erp, Domheer
.....
46-28 Tot Campen in Saris Jansens huis ofte het hoff van Hollant staen dese wapens in glasen, Ao. 1548
.....
50-33 Tot Campen int Hoff van Hollandt voor den schoorsteen staen dese wapen in steen gehouwen
Erp Bronckhorst Vehn Busche
51-33 Tot Campen in glaesen staen dese wapens Ao. 1562
.....
Tot Campen in den witten Adelaer staen dese bovenplaesen 1583
.....
52-34 Int Berg-Clooster bij Swoll staen op een sarck dese 2 wapens
.....
In een glas in de Griffier Rexlincks huis tot Swoll staen dese wapens in 2 glasen
Frederick van Flatten capt. Clara van Dortmundt sijn vrou
1617
Henrick van Hell capt. Juffer Walburg van Cloick sijn vrou 1617
53-34 Op een kussen to Deventer op t'Raethuis gevonden dese wapens in een schilt met een open helm, daerop een witte lelye
Rensen
54-35 Tot Deventer in den ouden St. Odolp in de Bargo-vaerdrs camer staen dese wapens
.....
55-35 Op een cussen
.....
1611 Gerryt van der Marck richter t'Enschede
56-36 Tot Zutphen in Capellen huis aen de soltmerct hebbe in de glasen gesien dese wapens
Schimmelpenninck, Voorthuisen, Rijswijck, .....
Juffer Alijdt van Rijswick Ao. 1571
Dusdanigen kussen hebbe gesien
.....
57-36 Tot Arnhem in de glasen in den gouden Beer staen dese waepen, elck in een glas
Ao. 1573 Henrick van der Recke, Drost ende Amptman in de Lymers, ende sijn vrou Anna van der Loo, Drostinne van Zevener
.....
58-37 1611 ob. t'Arnhem Fortasse Heerdt off Broeckhuisen van Barleham
91-53 In het reyken stamboeck op Venhuis van Harman ten Grotenhuis bevinden sich dese wapens en naemen
.....
92-54 Uit Herm. Grotenhuis boeck
.....
93-54 Herm. Grotenh. boeck
.....
94-55
.....
95-55
.....
96-56
.....
97-56
.....
98-57
.....
99-57 Uit een ander Stam-boeck
Ao. 1656
100-58
.....
101-58 Quartieren van Elisabet van den Bilant .....
115-63 Bij het pourtrait van Douwe van Burmania .....
120-67 Te Genemuiden in de glasen van de kercke .....
...-114 op gravsteen te Bronnepe vor Campen ... op een cussen te Campen
...-115 Heer Joachim Speulde comm. Doetinchem ...
...-118 in een glas te Campen op het collegie v. de prov.
...-120 Draeckenburg Suilen v. Haer ...
...-132/133 Johan Bentinck ...
...-134 Jan van Steenbergen in een glas te Deventer
...-138 Wijnhof [wapen]
...-139 Melchior Wijnhof burgemr. v. Zutphen ...
253-142 Extract uit een Stam- of Gedenck-boeck te Groningen toebehoorende Juffer Sevorina van Besten
254/255-144 [vervolg] .....
256/257-145 [vervolg] .....
259-146 Tot Voorthuisen in de Moriaen in glasen
260-147 Tot Deventer in de Polstraete int eerste huis na den kerckhoff, in de glasen van de achterkamer staen dese glasen ...

>> begin