Toegang Neolatijnse brieven ed. Gabbema 1669

>> HOMEpage


Gabbema's uitgave van 321 Neolatijnse brieven, 1669



Bron: Het voor Google books in de Bayerische Staatsbibliothek naar PDF gescande exemplaar. De onderliggende automatische Optical Character Recognition heeft ca. 10% van de pagina's gemist en naar schatting een zelfde percentage tekens onjuist geïnterpreteerd: zo is - veelvuldig, maar niet altijd - de lange s opgevat als een f; u als ii; i als l; E als £; & als Sc, 5c, 6c of 8c; m als rn; c als e; t als c; o als b, d of p; le als k; o als ©; l als !
Aanvulling van de ontbrekende pagina's en correctie van de onjuist herkende tekens door
M.H.H. Engels, april t/m juni 2011,
is natuurlijk geen garantie voor een foutloze tekst: men melde verbeteringen aan het adres op de homepage. Uzi Hagaï van het Hebreeuws studiecentrum Dr. Leo Fuks was zo vriendelijk om de transcriptie van het ♦Hebreeuws♦ te corrigeren; brieven nrs. 151, 153, 154 en 164. • Grieks • komt in meer brieven voor, Duits in nr. 305, Frans in de nrs. 149 en 229 en sporadisch een Nederlands woord.
In 1663 verscheen de eerste uitgave van 300 brieven in "Centuriae tres", een heruitgave in 1669, waarin een Appendix van 20 brieven is toegevoegd aan de drie honderdtallen. Omdat enerzijds nummer 134 tweemaal voorkomt, anderzijds de brieven 242 en 243 bij Gabbema ten onrechte als 241[a] resp. 242 genummerd zijn, terwijl 243 in zijn nummering ontbreekt, gaat het in feite om 321 brieven; de tweede brief 134 is hieronder voorzien van een a. Het frontispice (= versierde titelblad) van de heruitgave is een jaar eerder al gemaakt, in 1668.
>> Gabbema in het Nieuw Nederl. Biogr. Woordenboek * Gabbema's testament * Gabbema-gasthuis * Woordfrequentielijst

Gabbema's Centuriae tres & Appendix

Vgl. de foto's van de pagina's in de editie 1669 bij Google books. De blz. waarop een brief begint is hieronder direct achter het briefnummer weergegeven.
Merk op dat veel van de door Gabbema uitgegeven brieven niet voorkomen in de bewaard gebleven briefverzameling!
Zie ook: Gabbema's register en editie van brieven.
Bevriende, oudere briefverzamelaars waren de raadsheer Theodorus Saeckma en de arts en veelvuldig politiek aktieve Achises Andla. Aan beide laatstgenoemden schreef (Codex Saeckma 210) Regnerus, van 1657 tot zijn overlijden in 1665 predikant te Leeuwarden, zoon van professor (Franeker 1622 - †1630) Johannes Hachting, op 2 oktober 1657 uit Dokkum, waar hij de nalatenschap regelde van oom Arnoldus, die sedert 1640 aldaar predikant was geweest en zond een bundel brieven mee. In de voorgaande, niet overgeleverde brief had hij van die brieven melding gemaakt. Hij meende dat het merendeel hen niet onwelgevallig zou zijn. Ofschoon hij er enkele kende die hen minder zouden bevallen, had hij na rijp beraad besloten hen die ook te gunnen. Hij had moeite gedaan uit de massa brieven het voornaamste bijeen te brengen, wat hij nu aan hen als 't ware voor het gerecht liet verschijnen. Om welke brieven het hier ging, is niet bekend. De verzameling Hachting waaruit deze selectie naar Leeuwarden gestuurd was, moet gezien de formulering groot geweest zijn. In de uitgave Gabbema 1669 komen geen brieven aan Theodorus' vader, raadsheer/curator Johannes Saeckma voor.
Andla kocht in 1642 op de Weaze huis "van den Sande" voor drieduizend goudgulden (Groot Consentboek 1642: 111 recto), tegenover de Huizumer zuupmarkt of Berlikumer markt, waar de Saeckma's hun domicilie hadden. Gabbema woonde als historieschrijver van Friesland bij laatstgenoemde om de hoek, in de Oude Oosterstraat.

A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Acronius, Ioannes
* N. N. Populari [Thomae Grutero].
no. 67 - p. 140 Si ex animi sententia # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 2
* Mensoni Alting.
no. 135 - p. 298 Quam legis, unde ferat


Albada, Aggaeus
* Deputatis Frisiae.
no. 220 - p. 557 Cum negocium pacis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 7
no. 221 - p. 561 Posteriora scripto nostro # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 8
no. 222 - p. 562 Nihil quidem singulare # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 8
no. 223 - p. 565 Epistolam vestram XIIII. Augusti # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 8
no. 224 - p. 568 Cum negocium istud # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 8
no. 225 - p. 570 Cum alioquin ad # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 8
no. 226 - p. 576 Quae de Groninga # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 9
no. 227 - p. 579 Iam ante quaedam
* Remberto Ackema.
no. 293 - p. 762 Has literas inclusas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 4
no. 294 - p. 763 Quaternas literas tuas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 4
no. 295 - p. 767 Literae tuae, ..., quae # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 4
no. 297 - p. 775 Nullas ad me # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 4
no. 298 - p. 777 Literas quas ex # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 4
no. 299 - p. 779 Ex sceda, ..., quam # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 4
no. 300 - p. 780 Literas tuas, ..., cum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 4
* Burmaniae.
no. 296 - p. 770 Quae de rebus Belgicis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 6 resp. 4


Alciatus, Andreas
* Viglio Suichemo.
no. 207 - p. 525 Repentinus Falconis Silesii
no. 208 - p. 527 Qui has tibi


Alting, Menso
* Ottoni Chelidonio dict. Swalue.
no. 271 - p. 702 More gessimus non necessitati


Amerbachius, Bonifacius
* Ioanni a Lasco.
no. 4 - p. 7 Nihil tam praeter


Amstelredamus, Allard.
* Melchiori Novesiano.
no. 48 - p. 96 Merito quidem te # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 13


Arminius, Jacobus
* Ioanni Drusio.
no. 153 - p. 364 Ingratus sim, ..., si
no. 154 - p. 369 Facile mihi tecum convenit
no. 155 - p. 371 Egi hisce diebus
no. 156 - p. 373 Legi, ..., commentarium tuum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 21
no. 157 - p. 375 Dolenter pro eo
no. 158 - p. 376 Tu solus es
no. 159 - p. 379 Quum hi discipuli mei
no. 160 - p. 380 Incidebat mihi hisce diebus


[Aytta], Viglius Zuichemus [ab]
* Ausonio ab Hoxvier.
no. 210 - p. 530 Cum dudum cupiissem # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 28
no. 211 - p. 533 Non mirum, ..., te # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 29
* Georgio Hermanno.
no. 219 - p. 554 Quanquam sperabam meam
* Hayoni a Camminga.
no. 218 - p. 552 Si verum est
* Hectori Hoxvirio.
no. 206 - p. 521 Haud me fefellit
no. 217 - p. 549 Quod Reginae Procerumque judicio
* Nicolao Perrenoto Grandvellano.
no. 239 - p. 625 Intellexi ex literis
* Ruardo Tappero.
no. 215 - p. 543 Ostendi Reginae nostrae # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 30
* Theophilo ab Herema.
no. 76 - p. 184 Accepi, ..., literas quas


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Baudius, Dominicus
* Ioanni Uitenbogardo.
no. 149 - p. 346 Je suis participant
* Sibrando Lubberto.
no. 282 - p. 724 Largiter a me


Becanus, Ioannes Goropius
* Philiberto Bruxellae.
no. 112 - p. 267 Mirareris fortasse literas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 31


Bellarminus, Robertus
* Henrico Kuykio.
no. 273 - p. 708 Officium Recollectionis non # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 31


Beza, Theodorus
* N. N.
no. 88 - p. 214 Raro ad te scribo
* Martino Lydio.
no. 89 - p. 216 Memini, ..., mihi abs te
no. 90 - p. 218 Pergratum mihi fuit
* Sibrando Lubberto.
no. 138 - p. 303 Magnum opus praestitisti # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 32
no. 139 - p. 306 Etsi, ..., nullum nisi triste # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 32


Bibliander, Theodorus
* Ioanni a Lasco.
no. 22 - p. 56 Quum temeritatem meam
no. 23 - p. 63 Quum Iacobus noster


Bockenbergius, P. C.
* Lamberto van der Burchio.
no. 250 - p. 660 Ad XIII. Kal. Aprilis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 32


Bonnus, Arnoldus
* Suffrido Petro.
no. 182 - p. 439 Redditae mihi sunt [1586] # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 36
no. 187 - p. 453 Accepi nuper literas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 36


Bullingerus, Henricus
* Ioanni a Lasco.
no. 18 - p. 45 Scripsi tuae humanitati
no. 49 - p. 98 Accepi literas tuas
no. 54 - p. 111 Sane ingens mea
no. 64 - p. 133 Spero literas nostras
* Ioanni Calvino.
no. 19 - p. 46 Praestiti quâ potui


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Caesarius, Ioannes
* Ioanni à Lasco.
no. 62 - p. 130 Vellem, ..., frequenter inter nos


Camerarius, Ioachim
* Petro Medmanno.
no. 36 - p. 83 Unus ex popularibus


Camminga, Hayo
* Ausonio ab Hoxwier.
no. 213 - p. 537 Pergratum mihi fuit # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 44
no. 214 - p. 540 Ex eo die # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 44


Canterus, Theodorus
* Adriano Burchio.
no. 275 - p. 710 Duplici nomine, ..., gratissimae # Catalogus briefverzameling Gabbema p.


Cantuariensis, T.
* Ioannis a Lasco
no. 52 - p. 108 Adventum tuum ad nos


Casaubonus, Isaacus
* Ioan. Drusio.
no. 165 - p. 392 Ternas omnino literas
no. 166 - p. 393 Accepi, ..., quem dono misisti # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 45
no. 167 - p. 394 Quod postquam in hoc regnum
no. 168 - p. 396 Quum ante aliquot menses
no. 169 - p. 399 Quaesivi diu occasionem
no. 170 - p. 400 Gaudeo tandem fuisse # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 45
* Iosepho Scaligero Iul. Caes. F.
no. 171 - p. 401 Quod maxime semper opere
* Sibrando Lubberto.
no. 281 - p. 722 Nae tu, ..., qui ad


Christiernus, Rex Daniae, &c.
* Carolo, Reg. Hispan.
no. 1 - p. 1 Manifestum & recenti memoria # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 50


Cochleus, Ioannes
* Ruardo Tappero.
no. 25 - p. 67 Trahit me bonus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 55


Crocus, Cornelius
* Officiali Trajectensi.
no. 47 - p. 94 Dignationi vestrae supplex # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 56


Crovitius, Martinus
* Ioanni a Lasco.
no. 59 - p. 125 Nova haec sunt


Cruciger, Caspar
* Ioanni a Lasco.
no. 21 - p. 54 Cum mihi vir optimus Halo Amsuirus


Cunerus, Episcop. Leovardiensis
* Ioachimo Axonio.
no. 72 - p. 179 Verissimum in persona tua # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 57


Curio, Caelius Secundus
* Ioanni à Lasco.
no. 65 - p. 135 Sebastianus famulus tuus
* Suffrido Petro.
no. 98 - p. 235 Tuas Castigationes, ..., in M.T. Ciceronis Officia # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 57


Cyrillus, patriarch. Constantinop.
* Festo Hommio
no. 291 - p. 755 Recte admodum scribit


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Davenantius, Io., Episcop. Sarisburiensis
* Festo Hommio.
no. 292 - p. 758 Laetus lubensque literas


Dousa Pater, Janus
* Iano Filio.
no. 235 - p. 604 Quod mandata nostra # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 64
* Lamberto Burchio.
no. 143 - p. 315 O factum bene # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 64
no. 144 - p. 330 Sera gratiarum actio # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 64


Dousa, Georgius
* Iano Dousa Parenti.
no. 147 - p. 343 Aliquoties ad te # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 64
* Iano Dousae F. Fratri.
no. 148 - p. 345 Quod tam diu # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 64


Dousa Filius, Janus
* Iano Dousa Patri suo.
no. 146 - p. 338 De progressu itineris
* Iano Grutero.
no. 145 - p. 335 Tametsi variis curis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 65


Douza, Ianus
* Iano Hauteno.
no. 308 - Appendix p. 797. VIII. Redit ad vos
* Henrico Geldorpio.
no. 309 - Appendix p. 799. IX. Nos vero, ..., de te


Dryander, Franciscus
* Ioanni a Lasco.
no. 16 - p. 37 Tam efficaci charitatis vinculo


Duyn, Renatus van der
* Suffrido Petro.
no. 199 - p. 484 Ad literas tuas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 65
no. 200 - p. 488 Literas tuas V. hujus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 65
no. 232 - p. 593 Literae tuae, ..., quas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 66
no. 233 - p. 599 Ex superioribus literis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 66
no. 234 - p. 601 Quod genealogiam posterioribus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 66


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Elizabeth, Reine d'Angleterre
* à l'Estats de Frize.
no. 229 - p. 585 La mesme sincere affection


Entfelder, Christannus
* Ioanni a Lasco.
no. 20 - p. 49 Primis illis tuis


Epo Rhordahusius, Boëthius
* Suffrido Petro.
no. 94 - p. 227 Literae tuae, ..., mihi # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 79
no. 95 - p. 228 Literas tuas, ..., pridie # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 79
no. 96 - p. 231 Iam per multos # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 80
no. 97 - p. 233 Quod & candore # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 80


Erphundiensis, Rector, Decani, Doctores & Magistri Universitatis
* Rectori, Doctorib. & Magistris Academiae Lovaniensis.
no. 92 - p. 223 Studia literarum apud vos # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 170


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Florens Christianus, Q. Sept.
* Gerardo Tuningio.
no. 140 - p. 307 Ibo & ego # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 81
* I. Douzae à Nortwic.
no. 141 - p. 309 Heri tantum (hoc # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 81
no. 142 - p. 313 Regni hujus gallici # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 81


Fredericus, Archiepiscop. Trajectensis
* Ioanni Hogelando.
no. 110 - p. 262 Heroicam animi tui virtutem


Fredericus, Hieronymus
* Gerado Campio
no. 69 - p. 173 Scripsi tibi ut volebas


Frobenius, Hieronymus, & Nicolaus Episcopius
* Ioanni a Lasco.
no. 10 - p. 23 Ex D. Amerbachii literis


Fruterius, Lucas
* Gulielmo Cantero.
no. 238 - p. 615 Quod mireris de # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 83
no. 240 - p. 629 Intellexi nuper ex Tabellario # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 83


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Galen, Fra. Eberhardo
* Ambrosio Spinola.
no. 283 - p. 725 Posteaquam, ..., misera est # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 83


Geldorpius, Henricus
* Ioanni Tiara.
no. 78 - p. 189 Cura sciam quid
no. 79 - p. 190 Bruxellâ nondum quidquam
no. 80 - p. 192 De consilio, quod
no. 81 - p. 193 Cremeromii filius meo adnixu
no. 82 - p. 195 Sripsi iterum atque iterum
no. 83 - p. 196 Ex tui responso
no. 84 - p. 198 Ego nondum possum
no. 85 - p. 199 Nostrae res sunt
no. 86 - p. 200 Mirum vero quid
no. 87 - p. 203 Pro his omnibus
* Dialogus Epithalamicus.

bij no. 87 - p. 205 Albinus & Balbinus
* Ioachimo Hoppero.
no. 315 - Appendix p. 813. XV. Semper, ..., suspicionem mihi fecerunt
* Eberhardo Reydano.
no. 319 - Appendix p. 823. XIX. Mirabar, ..., quid monstri


Gerdovius, Henricus
* Suffrido Petro.
no. 195 - p. 472 Vestrae mihi literae # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 85


Giphanius, Hub.
* Theodoro Cantero.
no. 277 - p. 715 Intelligo te, ..., oportunitatem # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 85
* Guljelmo Cantero.
no. 243 (ten onrechte 242 genummerd) - p. 641 Nonis Iunii demum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 85


Glareanus
* Ioanni a Lasco.
no. 7 - p. 11 Quam vellem, ..., vel
no. 8 - p. 14 Iliada quam scriberem


Gnaphaeus, Guljelmus
* Ioanni à Lasco.
no. 11 - p. 25 Gaudeo, ..., ternas meas


Goclenius, Conr.
* Hectori Hoxvirio.
no. 204 - p. 517 Ex epistola tua # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 86
no. 205 - p. 519 Paulus Veriensis Phrysiorum nuncius # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 86


Gulielmus, Ianus
* Suffrido Petro.
no. 172 - p. 402 Etsi reditum meum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 93
no. 179 - p. 419 Primum ita ut debeo # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 94
* Theodoro Cantero.
no. 251 - p. 665 Fatebor, quod res est # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 93


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Harderwijk, Isbrandus
* Suffrido Petro.
no. 93 - p. 225 Nae ego, ..., Atheniensis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 118


Heda, W.
* D. D. Decano seu Vice-Decano Capituli D. Mariae Trajectensis.
no. 12 - p. 29 Post debitam commendationem


Heuyterus, Pontus
* Ioanni Axelio.
no. 109 - p. 258 Iussisti quum Trajecto # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 103


Hipere, Io.
* Ioanni. à Lasco.
no. 55 - p. 116 Non opus est


Hopperus, Joach.
* Ruardo Tapper.
no. 212 - p. 534 Literas vestras ad XVIII. Septembris # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 117
* Buchoni Montzima.
no. 270 - p. 700 Cum hodie essem # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 117
* Henrico Geldorpio.
no. 310 - Appendix p. 803. X. Ut de diuturno silentio
no. 311 - Appendix p. 805. XI. Legi literas tuas
no. 312 - Appendix p. 808. XII. Binas tuas literas
no. 313 - Appendix p. 810. XIII. Quod tardius & rarius
no. 314 - Appendix p. 812. XIV. Brevior ero, ..., propterea
* Hayoni Camminga.
no. 316 - Appendix p. 818. XVI. Processus vestri cum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 117
no. 317 - Appendix p. 819. XVII. Tametsi nihil admodum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 117


Hoxvirius, Hector
* Ausonio Hoxvirio.
no. 73 - p. 180 Ex quo à nobis abisti
no. 74 - p. 182 Ita ut visum
* AEsgoni Hoxvirio.
no. 75 - p. 183 Scripsi deprecatricem epistolam


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Iulius Episcopus Herbipolensis
* Adriano van der Burch.
no. 268 - p. 693 Paucis abhinc mensibus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 119


Iunius, Fr.
* Ottoni Grynradio.
no. 236 - p. 608 Libellum de Politiae Mosis observatione # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 120
* N.N.
no. 237 - p. 610 Quum ante aliquot hebdomadas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 119
* Henrico Corputio.
no. 269 - p. 694 Pudet me profecto


Iunius, Had.
* Philippo Moro.
no. 241 - p. 639 Ut te familiarius # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 122


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Kockertus, Augustinus
* Suffrido Petro.
no. 183 - p. 441 Iani Guljelmii B.M. civis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 126
no. 186 - p. 450 Mirum in modum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 126
no. 188 - p. 455 Post quindecennalem prope peregrinationem # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 126
no. 190 - p. 462 Epistolam tuam de # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 127
no. 196 - p. 474 Literas non eas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 127


Kyllygreus, H.
* Dom. Gulielmo, Comiti de Nassauw, Gubernatori Frisiae, & Deputatis ejusdem Provinciae.
no. 230 - p. 588 Cum per literas
no. 231 - p. 589 Cum Domini Huberti reditum


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Lambinus, Dionysius
* Suffrido Petro.
no. 105 - p. 250 Orichio, qui mihi tuas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 127


Langius, Carolus
* Suffrido Petro.
no. 102 - p. 245 Ciceronis libros aliquot # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 128


Lasco, Ioannes a
* Petro Medmanno.
no. 56 - p. 117 Dederam id negotii
* N. N.
no. 201 - p. 493 Postea legi correctionem tuam
no. 203 - p. 500 Oro te per Christum
* Philippo Melanthoni.
no. 202 - p. 495 Video te nonnihil offensum


Lindanus, Will. Damasi
* Gulielmo Cantero.
no. 242 (ten onrechte 241 genummerd) - p. 640 Miraberis, ..., sat scio # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 130


Lindenbruch, F.
* Theodoro Cantero.
no. 246 - p. 655 Et fas profecto # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 130


Lipsius, Iustus
* Adamo Leemputio.
no. 123 - p. 282 Una cum tuis gaudeo # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 140
no. 124 - p. 283 Scripsi ad te # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 140
no. 126 - p. 286 Literas quas postridie # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 141
* Ernesto, Archiëpiscop. Coloniensi.
no. 134 - p. 296 Legi quae Cels. Tua # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 140
* Hadriano van der Burch.
no. 115 - p. 275 Valde benigne me provocas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 130
no. 116 - p. 276 Et libros a te & literas
no. 117 - p. 277 Amor hic tuus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 130
no. 118 - p. 278 Scripsi nuper abunde # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 131
no. 119 - p. 278 Ita nullas à me # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 131
no. 127 - p. 288 Grata mihi memoria # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 130
no. 128 - p. 289 Alloquium tuum quam # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 131
no. 129 - p. 290 Datè veniam, ut # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 132
no. 131 - p. 293 Sum etiam nunc # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 131
no. 132 - p. 294 Centurias tuas exastichous legi
no. 134a - p. 297 Vidi hominem qui # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 131
* Ioanni Drusio.
no. 113 - p. 273 Non evincet morbus
no. 114 - p. 274 Paucis diebus à tuo discessu
* Iano Dousae.
no. 121 - p. 281 Qui scidam hanc
* Ioanni Heurnio.
no. 122 - p. 281 Peto uti velis
* Ioanni Miraeo.
no. 133 - p. 294 Miraeus noster epistolam
* Lamberto Cantero.
no. 267 - p. 692 Suave mihi fuit audire
* Lamb. van der Burch.
no. 116 - p. 276 Et libros a te & literas
no. 118 - p. 278 Scripsi nuper abunde # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 131
no. 119 - p. 278 Ita nullas à me # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 131
no. 125 - p. 285 Primas tuas literas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 131
no. 129 - p. 290 Datè veniam, ut # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 132
* N. N.
no. 120 - p. 280 Multis nota est
no. 130 - p. 291 Epistolam tuam cum
* Theod. Cantero.
no. 252 - p. 678 Gratae mihi prorsus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 132
no. 253 - p. 680 Libros quos commodo # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 133
no. 254 - p. 681 Gratum mihi fecisti # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 133
no. 255 - p. 681 Tribus verbis, festinante # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 133
no. 256 - p. 682 Editionem tuam ut
no. 257 - p. 683 Remitto, ..., Artemidorum tuum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 134
no. 258 - p. 684 Et literas tuas accepi # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 135
no. 259 - p. 685 Epistolam tuam accepi # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 135
no. 260 - p. 686 Tu vero, ..., saepe # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 135
no. 261 - p. 687 Ecce, ..., venit ad te
no. 262 - p. 688 Paullo serius respondeo # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 136
no. 263 - p. 689 Gaudeo, ..., quod in # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 137
no. 264 - p. 690 Ego, ..., ad iter # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 138
no. 265 - p. 690 Ut animum tibi devinctus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 139
no. 266 - p. 691 Tuas accepi, amoris # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 139
* Iohanni Esychio.
no. 320 - Appendix p. 828. XX. Salvum, ..., è legatione Danica


Lovaniensis, Rector & Universitas Academiae
* Decano & Capitulo divae Mariae Trajectensis.
no. 107 - p. 255 Sunt apud nos


Ludovicus Hungaria & Bohemia Rex
* Carolo Rom. Imper.
no. 2 - p. 3 Ex literis Majestatis vestrae


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Major, Georgius
* Ioanni a Lasco.
no. 17 - p. 43 Albertus Hardenbergius Frisius


Manutius, Paulus
* Aniano Burgonio.
no. 24 - p. 65 Si mihi per negotia


M[arcellus Cervinus] Car[d]. S. Crucis
* Alberto Pighio.
no. 15 - p. 36 Ex literis tuis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 145


Marnixius, Ph.
* Henrico Geldorpio.
no. 306 - Appendix p. 793. VI. Accepi tuas literas


Melanthon, Philippus
* Alberto Hardenbergio.
no. 43 - p. 90 Daniel in sua narratione
* Ioanni AEpino.
no. 26 - p. 71 Gratiam tibi habeo # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 146
* Ioanni Sturmio.
no. 29 - p. 74 Haec cum scriberem
* Iusto Ionae.
no. 46 - p. 93 Scribo simplicissimo animo # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 146
* Martino Bucero.
no. 30 - p. 77 Rem omnium longè
* Nicolao Buscoducensi.
no. 31 - p. 78 Etsi magno in luctu
no. 44 - p. 91 Cum hic juvenis
no. 45 - p. 92 Saepe hoc belli tempore
* Petro Medmanno.
no. 27 - p. 72 Nunc mihi prolixae
no. 28 - p. 73 Et Agrippinam vestram
no. 32 - p. 79 Scriptum est de Vero Deo
no. 33 - p. 80 Deo aeterno Patro
no. 34 - p. 81 Ut de se Aeneas inquit
no. 35 - p. 82 Meppum ad te pervenisse
no. 37 - p. 84 Etsi nostrae epistolae
no. 38 - p. 85 Etsi prudentiam & fidem
no. 39 - p. 86 Non igitur ut
no. 40 - p. 87 Etsi multi ad te
no. 41 - p. 88 Etsi silentium tali tempore
no. 42 - p. 89 Nihil scribo de


Merula, Paulus G. F. P. N.
* Theodoro Cantero.
no. 244 - p. 652 Qui in amicitiam # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 146


Meursius, Ioannes

no. Lamberto van der Burchio.
no. 248 - p. 658 Ego vero omnem moram # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 147
no. 249 - p. 659 Quamvis rarius te appellem # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 147
* Ioanni Cantero.
no. 278 - p. 717 Ergo, quod promisimus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 147
* Theodoro Cantero.
no. 245 - p. 653 Literas tuas, ..., reversus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 147


Modrevius, Andreas Friccius
* Ioanni a Lasco.
no. 9 - p. 19 Ita quidem literis Sbignei


Molineus, Petrus
* Festo Hommio.
no. 285 - p. 744 Ad tuas bene longas


Mornayus, Philippus
* Festo Hommio.
no. 288 - p. 751 Pergratum mihi fuit
* Sibrando Lubberto.
no. 287 - p. 750 Labores nostros piis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 148


Musculus, Wolfgangus
* Ioanni a Lasco.
no. 63 - p. 132 Celebritate nominis tui


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Nansius, Franc.
* Theodoro Cantero.
no. 272 - p. 706 Mitto ad te # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 150


Nuenare, Her. Com. a
* Henrico Geldorpio.
no. 301 - Appendix p. 784. I. Literas tuas indices
no. 302 - Appendix p. 785. II. Ego vero, ..., non
no. 303 - Appendix p. 786. III. Mitto tibi nova
no. 304 - Appendix p. 788. IV. Literas tuas XXV. hujus
no. 305 - Appendix p. 789. V. Hochgelerther besunder guther freundt


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Oporinus, Ioan.
* Ioanni a Lasco.
no. 66 - p. 139 Ad literas tuas Francfordiae


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Palatina, Decanus & Professores facultatis Theologicae in Academia Archi-
* Petro Plancio Amstelredamensis, & Ioanni Becio Dordrecht. Ecclesiae Past.
no. 286 - p. 747 Petitis, ..., a nobis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 58


Paulinus, Henricus
* Georgio Heloandro.
no. 77 - p. 185 Cum literas tuas


Pellicanus, Conradus
* Ioanni a Lasco.
no. 50 - p. 101 Spiritum sapientiae, pietatis
no. 51 - p. 105 Audimus, ..., agere te nunc Bonnae


Petrus, Suffridus
* Arnoldo Bonno.
no. 173 - p. 404 Quanquam non dubitem # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 158
no. 185 - p. 445 Annus jam est # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 158
no. 193 - p. 466 Cum Ianus hic Albius # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 158
* Augustino Kockerto.
no. 184 - p. 443 Literas tuas, ..., Cal. Iunii # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 161
no. 189 - p. 458 Quanto temporis spatio # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 161
no. 197 - p. 480 Quam bene consultum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 161
* Boëthio Eponi Rhordahusio.
no. 177 - p. 416 Cum ea quae # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 159
* Caelio secundo Curioni.
no. 99 - p. 236 Calendis Septembribus anno superiori # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 159
* Carolo Langio.
no. 101 - p. 243 Anno LXII. Langi # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 161
* Dionisio Lambino Monstroliensi.
no. 104 - p. 248 Cum doctissimus hoc juvenis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 161
* Gerardo a Groisbeek.
no. 181 - p. 426 Cum nullius disciplinae # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 160
* Henrico Gerdou.
no. 191 - p. 464 Literas tuas, ..., una cum
no. 192 - p. 465 Cum te literas meas
no. 194 - p. 467 Scripsi jam saepius
no. 198 - p. 482 Ad literas tuas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 160
* Iacobo Cujacio.
no. 178 - p. 417 Occasionem diu quaesitam # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 159
* Iano Guiljelmo.
no. 180 - p. 422 Literis tuis, ..., idibus Majis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 160
* Levino Torrentio.
no. 106 - p. 252 Superioribus hisce diebus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 162
no. 174 - p. 410 Non dubito, quin # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 162
* Rectori ac Doctoribus Iuridicae facultatis almae Universitatis Duacensis.
no. 176 - p. 413 Cum bonum Professorem # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 161
* Thomae Guarino.
no. 100 - p. 238 Caelius Secundus Curio # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 160
no. 103 - p. 247 Superiore mense Augusto # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 160


Pighius, Steph.
* Thomae Persols.
no. 53 - p. 110 Post plurimam salutem


Pighius, Albertus
* F. Gherardo.
no. 13 - p. 31 Hac ipsa pene
no. 14 - p. 33 Probari tibi &
no. 71 - p. 177 Mitto tibi cum


Piscator, Ioannes
* D. Pastoribus Ecclesiar. Gallicarum.
no. 284 - p. 731 Intellexi ex vestrâ epistolâ


Placotomus, Io.
* Ioanni a Lasco.
no. 60 - p. 127 Si cum uxore


Praedinius, Regnerus
* Gerardo Campio.
no. 68 - p. 167 Rotgerus, paedagogus liberorum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 166
* Iacobo Mylio.
no. 70 - p. 175 Gaudebam cum tuae # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 167


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Rainoldus, Iohannes
* Ioanni Drusio.
no. 150 - p. 350 Castigationes tuas in Tobiam
no. 151 - p. 359 Ego vero, ..., tuam diligentiam # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 168
no. 152 - p. 363 Etsi rationes meae


Rataller, G.
* Lud. à Flandria.
no. 216 - p. 546 Multi extiterunt & # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 168


Reg[inaldus] Car[d]. Polus Leg.
* Ruardo Tappero.
no. 57 - p. 119 Accepi literas tuas # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 164


Reydanus, Eberhardus
* Henrico Geldorpio.
no. 318 - Appendix p. 820. XVIII. Antverpia reversus, ubi # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 171


Rhenanus, Beatus
* Ioanni a Lasco.
no. 5 - p. 9 Ex literis, quas ad Erasmum
no. 6 - p. 10 Sic est, ..., quemadmodum


Richaeus de Postella
* Hesselo Aysma.
no. 228 - p. 583 Mitto tibi, ..., inclusas


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Scaliger, Iosephus
* Sibrando Lubberto.
no. 161 - p. 385 Quum tuas literas accepi # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 180
no. 162 - p. 387 Ad fontes eunt # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 180
no. 163 - p. 387 Risi, quum in literis tuis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 180
no. 164 - p. 389 Heri inter caenandum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 180
no. 280 - p. 721 Quamvis vellem semper


Schneyder, Baldazar
* Ioanni a Lasco.
no. 61 - p. 128 Scripsit mihi D. Iohannes Utenhovius


Schottus, And.
* Theodoro Cantero.
no. 279 - p. 719 Accepi pridem, ..., per # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 182


Sigonius, Carolus
* Gulielmo Cantero.
no. 108 - p. 257 Ex proximis literis # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 185


Sylburgius, F.
* Theodoro Cantero.
no. 274 - p. 709 Theosophiae octo qui # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 199


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Thuanus, Iac. Aug.
* Ioanni Drusio.
no. 136 - p. 300 Mitto ad te Iobum
no. 137 - p. 302 Diu est ex quo # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 199


Torrentius, Livinus
* Suffrido Petro.
no. 175 - p. 412 Lubenter, ..., Caroli Langii Ciceronem # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 202


Tumerius Bossisius, Io.
* Volfgango Mayero.
no. 289 - p. 752 Synodum vestram multa morari


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Venetus, Paulus
* Danieli Heynsio.
no. 290 - p. 753 Fuit proculdubio Apostolorum # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 205


Vergerius, Petr. Paul.
* Ioanni a Lasco.
no. 58 - p. 120 Fecitsi amanter, fecisti


Vergilius, Polidorus
* Erasmo.
no. 3 - p. 5 Nudiustertius noster Zacharias


Vulcanius, Bon.
* Adriano van der Burchio.
no. 247 - p. 656 Redditae mihi sunt # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 207
* Theodoro Cantero.
no. 276 - p. 712 Id ad te tandem Ronsardus # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 207


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Wamesius, Ioannes
* Suffrido Petro.
no. 91 - p. 219 Accepimus, ..., abs te # Catalogus briefverzameling Gabbema p. 210


Wezenbecius, Jac.
* Henrico Geldorpio.
no. 307 - Appendix p. 795. VII. Condonabis harum brevitati


A B C D E F G H I K L M N O P R S T V W Z


Zanthen, Hermannus van
* Huberto Duifhuis.
no. 111 - p. 263 Mitto per praesentem responsum


Zazius, Udalricus
* Viglio Suichemo.
no. 209 - p. 529 Literas tuas amantissimas


>> begin

Nieuw Nederl. Biogr. Woordenboek VI, 538-540

GABBEMA (Simon Abbes), zoon van Abbe Frederiks Gabbema en Aukje Hillebrants, geb. te Leeuwarden in October 1628, gest. aldaar in 1688. Daar zijn vader in 1635 wegens gepleegde malversatiën het land moest ruimen, was hij reeds vroeg van de vaderlijke zorg en leiding verstoken. In Leeuwarden heeft hij het onderwijs van den rector Henricus Codde genoten. Of hij in Franeker heeft gestudeerd, is onzeker. In ieder geval werd hij den 8en April 1651 te Leiden als student ingeschreven. Daar er onder zijn handschriften dictaten van Schoockius en van Gronovius zijn gevonden, kan hij ook in Groningen en in Deventer hebben gestudeerd, al komt hij in geen van beide academiesteden in het album voor. Vast staat in ieder geval, dat hij in 1649 in Groningen in het collegium politicum van Schoockius een disputatie heeft verdedigd, die zelfs gedrukt is. Na zijn verblijf te Leiden heeft hij te Utrecht gestudeerd; maar ook daar is hij niet in het album ingeschreven. Gepromoveerd schijnt hij niet te zijn; bewijs daarvan is althans niet geleverd; ook noemt hij zich later nooit doctor of magister. In Utrecht schijnt hij meer aan letterkundige dan aan rechtskundige studiën te hebben gedaan; reeds in 1654 gaf hij Petronius uit, waarop vijf jaar later zijn publicatie van Catullus, Tibullus en Propertius volgde. Die studies hadden echter even weinig te beduiden als zijn eigen dichtkunst. Reeds in 1656 gaf hij onderscheiden hoogdravende lofverzen uit in Rintjes' bundel Klioos Kraam, vol verscheiden gedichten, waarvan het eerste deel aan hem werd opgedragen. Later gaf hij nog uit Het Hooghe-Lied Salomons, in Rijm gestelt, dat door de tijdgenooten zeer werd geprezen.


Adres van een brief van professor Christianus Schotanus aan Simon Abbes Gabbema,
bewaerder der archiva ende historischrijver der Staten van Frieslandt.
Uit de toevoeging door een andere hand blijkt dat Gabbema in de Oude Oosterstraat woonde.

In het algemeen schijnt men een hoogen dunk van zijn geleerdheid en werkkracht te hebben gehad. Anders is het niet begrijpelijk, dat de Staten van Friesland hem na het vrijwillig terugtreden van Dr. Arnoldus Copius den 30en April 1659 tot historieschrijver van Friesland benoemden. Het schijnt, dat hij daardoor ook de zorg voor de provinciale archieven kreeg; hij kreeg althans een groot aantal ‘boeken, brieven en instrumenten, den landschappe concernerende en toebehoorende’ in bewaring en in gebruik. Hoewel Gabbema zijn ambt tot zijn dood heeft bekleed, heeft hij als historieschrijver van Friesland niet veel tot stand gebracht. Als zijn eerste prestatie in deze functie kan men beschouwen zijn uitgave van Viglii Zwicheni ab Aytta Epistolae ad Joachimum Hopperum (Leeuwarden 1661). Daarop volgde de uitgave van Epistolarum ab illustribus et claris viris scriptarum centuriae tres (Leeuwarden 1663; 2e dr. m. appendix, Leeuwarden 1669), die voor de geleerdengeschiedenis vooral nog altijd waarde heeft. Maar daarmede was ook de historische productie van Gabbema ten einde. Wel gaf hij in 1681 een vermeerderde uitgave van de Rijmlerije van zijn vriend Gijsbert Japicks, maar hij deed dat op slordige wijze, een eigenschap, die trouwens ook zijn ander werk kenmerkt. Bovendien gaf hij in 1686 nog uit zijn Friesche Lustgaarde ofte Boom-, Heester-, Bloem- en Kruyd-Waarande, waarin op verwarde en onsamenhangende wijze zeer veel geleerdheid
over plantkunde en daarnaast over oudheidkunde, niet alleen van Friesland, maar van geheel Europa wordt uitgestald.
Maar van eigenlijk historiewerk was bij Gabbema in de laatste dertig jaren van zijn leven weinig sprake. Hij is voortdurend bezig geweest aan het verzamelen voor een geschiedenis van Leeuwarden en van Friesland. Blijkens een gedicht van Gijsbert Japicks (Rijmlerije, 91) was hij daarmede in 1659 reeds bezig. Schotanus bekortte in zijn Beschrijvinge van Frieslandt (1665) die van Leeuwarden, omdat Gabbema zich met zoodanig werk onledig hield. Gabbema heeft de vertraging en ten slotte het uitblijven van het werk geweten aan de regeering van Leeuwarden, die hem den toegang tot haar archief verbood. Niet onwaarschijnlijk moet dat verbod worden toegeschreven aan den zeer ongeregelden levenswandel van Gabbema, die ook in het algemeen de slordigheid van zijn werk wel zou kunnen verklaren. Aan zijn geschiedenis van Leeuwarden is Gabbema niettemin blijven werken; maar eerst na zijn dood werd zij door Tobias Gutberleth Jr., bibliothecaris der hoogeschool van Franeker, onder den titel Verhaal van de stad Leeuwarden (Franeker 1701; ook onder den titel Historie van Friesland, Franeker of Gouda 1703) uitgegeven. Het boek geeft de geschiedenis van Leeuwarden en daardoor ook min of meer van Friesland tot 1573; hoewel heel wat bronnen zijn bij elk ander gebracht, is Gabbema's geschiedenis van Leeuwarden een indigest boek, waarin de poging om Hoofts Historiën na te volgen, geheel heeft gefaald; het precieuse van Hooft is duistere en veelal onbegrijpelijke gedwongenheid geworden. Gutberleth gaf uit Gabbema's nalatenschap bovendien nog uit een boekje over Nederlandse watervloeden (Franeker 1703) en de Leevens Beschrijvingen van Sint Willebrord, S. Bonifaas en S. Aalberijk, eerste geloofsverkondigers in Nederland (Franeker 1705), die bij veel omhaal van geleerdheid weinig historische waarde hebben.

Album studiosorum Academiae Franekerensis nr. 5507: 17.10.1654; een verschrijving van S. Abbaeus Gabbema?

De beteekenis van Gabbema zou inderdaad vrij gering zijn geweest, zoo hij niet een bijzonder gelukkig verzamelaar was geweest, en bovendien, zoo zijn verzamelingen niet bewaard waren gebleven. Zijn geheele leven heeft hij blijkbaar veel genoegen gehad in het verzamelen van historische documenten; zoo heeft hij een omvangrijke collectie boeken en handschriften bij elkander weten te brengen. In zijn testament heeft hij zijn zuster Walkje aanbevolen om voor zijn boeken en papieren te zorgen. Bij testament vermaakte deze zuster van Gabbema, die in 1712 stierf, de schriftelijke nalatenschap van haar broeder tegelijk met het beheer van het Gabbema-leen aan de voogden van het Old-Burger-Weeshuis. In 1854 werd het Gabbema-archief overgebracht naar de bibliotheek van het Friesch Genootschap; thans berust het in het St. Antoniegasthuis. Het is door Eekhoff niet afdoende beschreven in De Vrije Fries XI, 288 vlg. De verzameling bevat o.a. kronieken en andere historiebronnen van Friesland, oude friesche wetten, een groot aantal friesche en nederlandsche staatsstukken in origineel en in kopie van de dertiende tot de zeventiende eeuw, een gedeelte van het archief van Gerkesklooster, handschriften van Gabbema zelf, eindelijk een zeer uitgebreide verzameling origineele brieven van vorsten en staatslieden, maar vooral van geleerden en letterkundigen, een groot aantal kopieën van brieven van bekende geleerden aan Sibrandus Lubbertus, ten slotte origineele brieven van geleerden en letterkundigen aan Gabbema zelf. Behalve het archief-Gabbema bezit het Friesch Genootschap nog een verzameling Eruditorum Frisiorum .... epistolae manuscriptae collecta et scriptae manu S.A. Gabbema. De origineelen van al deze collectiën zijn natuurlijk van groote waarde; de kopieën van Gabbema zijn in het algemeen betrouwbaar. In Utrecht had Gabbema eenige relatie met Claudia Leonora van Arckell; het blijkt evenwel niet, of hij met haar gehuwd is geweest.
Een door A. van Halen vervaardigd miniatuurportret was in het Panpoëticon Batavum.
Zie: Eekhoff in De Vrije Fries XI, 273 vlg. (ook afzonderlijk, Leeuwarden 1867); Delprat in Kron. Hist. Gen. XI, 152 vlg.
Brugmans

>> begin

Gabbema's TESTAMENT

Archieven Old Burger Weeshuis
Historisch Centrum Leeuwarden: Toegang 228, inv.nr. 861
rechts boven: stempel J. Bensma
In den name Godes Amen
Also de mensche eenmael gesettet is te sterven dogh de uyre daeraff onseecker is, t'selve hebbe ick Simon Gabbema, historieschriever der Lantschappe van Vrieslant bij swacheyt des lichaems dogh met volcomene verstande overgedacht ende ter herten genomen ende nademael ick niet geerne intestaet wil overlijden, soo hebbe ick gemaeckt dit mijne testament, uiterste ende laeste wille: In den eersten mijn Ed. ziele in de grondelose genadevan Godt Almachtigh ende mijn lichaem de aerdsche begraffenisse tot een blijde verijsenisse met allen Gelovigen bevelende, procederende hiermede tot dispositie van mijne tijdelijcke goederen, ist dat ick Testator tot universaele erffgenaem stelle ende nominere mijn suster Walcke Gabbema omme alle mijne goederen soo roerende als onroerende, actien ende gerechtigheden dien ick mach komen nae te laeten eeuwighlijck ende erfflijck te besitten, daermede doen ende laeten gelijck een yder met sijn vrij eygen toestaet, met commandatie omme mijne boecken daeraff ick van der jeught een lieffhebber hebbe geweest, soo wel doenlijck in eeren te holden. Dit is cortel. mijne testament, uiterste ende laeste wille, die ick begeere naegegaen te hebben in alle deelen ende soo dese mijne dispositie // niet en solde mogen bestaen als een solemneel testament bij geschriffte, soo begere dat hetselve geholden mach worden als een testament minus solenne, Codicil, gifte ter saecke des doodts, off eenege andere uiterste wille soo best nae rechte ende costume van desen Lande can bestaen. In kennisse hebbe ick Testator desen met mijn handt bevestight, voorts bij een doen de eersame mannen als Dnus. Elias Pomiaen Pesarovius praedicant van de Luiterse Gemeente, Hendrick Rinties boeckedrucker, Rutger Douwes schr. der boelgoederen, Tierck Gerryts chirurgijn, Pyter Crans majôr van de Burgerwacht, Joseph Salide sergiant, alle burgers binnen Leuwarden ende Jarich Banga nots. publ. aldaer ende deselve geleden omme desen beneffens mij te onderschrijven, twecke bij ons getuygen is is gedaen, naedat wij den Testator bij volcomene verstande haden bevonden, desen sien teeckenen ende hooren verclaeren sijn uiterste wille te zijn, hem voorgelesen ende het inholt vandien wel verstanden te hebben, caverende dat de getuigen die niet als het begin ende einde is voorgelesen, de onderteeckeninge sal zijn onschaedlijck. Aldus gedaen ten huise van de testator sonder van elcanderen te gescheiden voor ende aleer alles volbracht was, op den negenden Mey 1688.

[breeduit, in beverig handschrift:]
SIMON ABBES GABBEMA
HIST. FR.


[links onderaan:]
Elias Pomian, Pesarovius
Pastor Augst. Confessio.

Tierck Gerrits

Pytter Crans


[midden onderaan:]
Hendrik Rintjes
1688

Joseph Salide


[rechts onderaan:]
R. Douwes
1688
46.5.9.20.

1688
J. Banga
N.P.


>> begin

Gabbema-gasthuis

In hetzelfde archief bevindt zich onder nr. 901 een handgeschreven geschiedenis van het Abbe Frederiks Gabbema-gasthuis. In 1633 werd met de bouw begonnen: daarvan getuigt een steentje boven de deur van kamer no. 7. Een jongenskopje met het jaartal 1633 en de initialen S A G: Simon Abbes Gabbema op vijfjarige leeftijd. De G is per abuis gespiegeld uitgehouwen.
W. Eekhoff, Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden, II (1846), 379-380 HET GABBEMA-GASTHUIS (*).
ABBE FREDERIKS GABBEMA, die achtereenvolgens de betrekkingen van Hopman, Gezworen Gemeensmanen Klerk van den Ontvanger-Generaal van Friesland JAN BOOTSMA bekleedde, vond ten jare 1633 goed, binnen in het vierkant achter de Groote Kerk, waar vroeger de Priorstuin of het Appelhof van het Jakobijner-klooster was geweest, twaalf woningen te doen bouwen. De letters S. A. G., nog in een der muren bewaard, schijnen aan te duiden, dat de eerste steen daarvan gelegd werd door zijn vijfjarig zoontje SIMON, die later Historieschrijver van Friesland werd. Uit het opschrift der voorpoort:
TER EERE GODS GESTIGT. 1634,
is het enkel op te maken, dat hij die woningen bestemd had, om door bejaarde vrouwen kosteloos bewoond te worden. Want schriftelijke bescheiden omtrent zijne bedoeling met dit hofje zijn er niet aanwezig; en vreemd is het, dat hij het stichtte, terwijl hij uit twee huwelijken acht kinderen in leven had, en reeds in 1635 de vlugt nam, waarna hij dertien jaren als balling rondzwierf, en in 1656 is overleden (†). Intusschen lieten zijne schuldeischers zijne goederen verkoopen, zoodat het ook hieruit duidelijk is, dat dit gesticht oorspronkelijk geheel geen fonds bezat.

(*) De Archieven van dit gesticht berusten in het Old Burger-Weeshuis.— Ter voorkoming van misverstand, mogen wij hier wel bijvoegen, dat al de gestichten, welke hier ter stede den naam van Gasthuis dragen, geene Ziekenhuizen zijn, zoo als in Holland en elders, maar enkel Hofjes, of woningen voor bejaarde personen. De beteekenis van Ziekenhuis voor een Gasthuis is in Friesland geheel verloren gegaan, en de naam van Hofje hier niet aangenomen.
(†) Hij werd beschuldigd, dat hij, als Klerk van genoemden Ontvanger-Generaal, "trouloselijck Lantspenningen, hem toebetrout, tot sijn eygen profijt, in ' t uytstellen op interesse, aencoop van Landen ende huysen, misbruyckt hadde, ende om wel verdiende straffe t' ont- gaen, uyt de Provincie gevlugtet was." Zie J. VAN DEN SANDE, Ned. Historie, ten vervolge op VAN REYD, Leeuw. 1650, 191; AITZEMA, Saken van Staet en Oorlogh, 'sHage 1669, II 185; NAUTA, Decisien van het Hoff van Frieslandt, Leeuw. 1779,95, 98, 149; KOK, Vaderl. Woordenb. VII 742.

Vervolgens werden de plaatsen in dit hofje begeven door de kinderen des stichters, van welke zijne dochter WALCKE of WALKJE GABBEMA het langst leefde. Nadat zij in 1688 erfgenaam was geworden van haren broeder SIMON, met bijzondere bepaling, om voor zijne boeken en papieren goede zorg te dragen, stierf zij in 1712. Nu bleek bij haar testament, dat zij het Abbe-Frederiks-Gabbema-Gasthuis erfgenaam had gemaakt van haar vermogen, hetwelk zij de Voogden van het Old Burger-Weeshuis verzocht te besturen, als Voogden ook van dit Gasthuis, waarvoor het Weeshuis een jaarlijksch legaat van 40 Gld. zou genieten. De renten harer bezittingen begeerde zij jaarlijks uitgekeerd te hebben aan de bewoonsters van het hofje, welke moesten bestaan uit weduwen of bedaagde vrijsters, van Hervormde belijdenis en goeden wandel, die zich zelve konden redden en geen onderstand genoten; benevens een paar echtelieden, waaraan het opzigt over het gesticht en het sluiten van de poort moest worden opgedragen, tegen een-derde hoogere bedeeling dan de overige bewoonsters. De Voogden van genoemd Weeshuis aanvaardden nu het bestuur van het hofje en die erfenis, uit wier inkomsten zij aan de proveniers sedert jaarlijks eene kleine som konden uitreiken. Het behaagde evenwel Mr. EELCO VAN HAERSMA, beide gestichten in 1788 nog nader aan elkander te verbinden, door bij zijne belangrijke donatie van ruim eene halve tonne gouds aan het Weeshuis de bepaling te voegen, dat de Voogden in den vervolge uit dat fonds de uitkeering aan de bewoonsters van het Gasthuis tot 28 stuivers 's weeks, en den Portier een-derde meer, zouden verhoogen; dat er na zijn overlijden eene nieuwe Poort voor dit hofje geplaatst moest worden, enz. Hieraan is vervolgens door de Voogden voldaan, en was daardoor aan de proveniers een vast inkomen verzekerd, waarop de rampen, welke de fondsen der weldadige gestichten in 1796 en 1811 troffen, van geenen invloed waren. Verder hebben ook geenerlei omstandigheden in de rustige bewoning van dit hofje eenige verandering gemaakt.



>> begin