>> HOMEpage

Een kleine Moor
op Groot Terhorne

Bron: Familiearchief Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, Tresoar toegang 326 inventarisnr. 220b
Internetuitgave: M.H.H. Engels, oktober 2017


Het gaat hier om een grote verzameling brieven van Agatha Tjaerda van Starckenborgh, echtgenote van Georg Frederik thoe Schwartzenberg, aan Michaël Buschius, hun raadsman in processen in de Duitse landen tegen graaf Johan Adolph zu Schwartzenberg om de voorvaderlijke goederen; geschreven van Groot Terhorne te Beetgum. Michaël Busch (Pommeren 1626 - Franeker 1681) had 1651 te Franeker gestudeerd en was de studiebegeleider geworden van Georg Wolfgang en Anton Günther Georg van Schwartzenberg thoe Hohenlansberg, de zonen van genoemd echtpaar. Hij vertrok met hen naar Duitsland en hield zijn hoofdverblijf te Heidelberg tot zijn benoeming als hoogleraar in de welsprekendheid en geschiedenis te Franeker, die hij in 1666 aanvaardde. Dit maakt tevens duidelijk hoe de aan hem gerichte brieven in Friesland zijn teruggekeerd.
Twee citaten uit "Sieger Rodenhuis en Geertje Kingma, Geen honinck soet sonder bitter gal: Brieven van Agatha, jonkvrouwe - Van Groot Terhorne te Beetgum. [Gorredijk 2017]":
blz. 74: 23 september 1662 - het Moorse jongetje Isack Kilefeldt uit Duitsland [is de familie] als page aanbevolen; [de jongen wordt beschreven als] wat boefachtig en wat stout ... Indien de vader genegen is om hem immers hier te senden [is hij welkom].
blz. 82: 24 februari 1663 - [is] weer sprake van de komst van het Duitse negerjongetje Isack Kilefeldt, die als page bij de familie zal intrekken.
• Hier volgt mijn transcriptie van briefgedeelten m.b.t. de kleine Moor Isaak voorafgegaan door briefnummer en datum; de spelling en interpunctie is niet aangepast. Opmerkelijk is dat de Duitser Busch(ius) blijkbaar geen moeite had met het lezen van dit "Nederlands".
69: 1663, 9 juni
Monsieur t'is vergangen saterdach 8 daegen dat dien kleine Kileveldt met goede gesontheit hier is angecomen, brengt mij een briefien van UL den 11 Martij gedateert, t'is een soet gau iongske, ick heb hem in pagie kleren gekleet, en soo met op die bruloft van Susanna Donya genomen, alwaer elck gevallen an hem had, d'eene woud hem mij ontstelen, d'ander woud hem op de kast te proncken stellen, hij is gants niet wan wennich soot schijnt, want hij mij noch vandaeg gesegt heeft liever hier te willen blijven als weederom nae sijn vader te gaen, ick sal hem voorteerst bij onse schoolmeester gaen laeten om goet neerlants te leren lesen en schrieven, ock heb ick met Mo. Lagarde gesproken, dat als ick tot Lewerden ben, sal hij bij hem gaen en leren wat dansen, want hij is noch klein, en teder, weet anders noch niet feul met hem uut te richten.
[P.S.] Dit briefke belief UL an Kilefeldts vader te bestellen, ick heb hem doen schrieven an sijn vader.

70: 1663, 23 juni
De kleine Kilefeldt gaet te schole (alwaer hij inteerst niet seer toe genegen was) is niet meer bevreest als dat hij noch Narris wert werden, ten 1 omdat al de boeren iongens overludt lesen als sij leren, ten 2 omdat sij hem soo ansien, hij is machtich schurft soodat ick hem gants noch niet gebruicken kan, daer gaet een Docktor over, die hoopter hem haest af te verlossen, Adieu Godt met ons.

71: 1663, 7 oktober
En ons arme Kileveld heeft ock alle daeg de koorts, hadse eerst om den anderden daeg, en sij quam altijt frouger tottet een alledaegse geworden is, heeft nu al over de 3 weken pladt daeran te bedt gelegen, is seer swack en siet uut als een dotie, en is daerbij soo hongerich dat men hem de 4de deel niet durft geven, dat hij wel soud willen eten, heb eerst gemedisineert, maer geeft nu op [= over] hij is te swack, en men winter niet bij.

72: 1663, 20 oktober
Kileveldt is nu de koorts Godt Lof ock quyd [= kwijt], begint al weer dartel te worden, ick sal hem haest weer met de school moeten straffen.

89: 1664, 14 augustus
Mijn vreest dat wij an Kihlefeldt weinich Eer bevoeden [= met de opvoeding behalen] sullen, want hoe wijt anleggen, men kan hem niet doen leren, en dat mijn t'aller swaerste toe schijnt, is dat hij soo tot suipen genege[n] is, want als wij gasten hebben, soo wijckt hij niet van die schencktafel, voor dat hij t'lijf vol heeft, weet niet hoe hijt met soo een geswintheit int lijf iaegt, en als hijt verkorven heeft, soo is hij strack veerdich, om met leugens hem te verschonen. UL belief mijn eens te schrieven of sijn vader daer is, soo sal ick hem in toecomende [tijd] eens an sijn Vader doen schrieven. Mijn man heeft een peertie [= paardje], met een paer stevels [= laarzen, vgl. Duits Stiefel] voor hem gekoft, dat doet ock tot het leren weinich goets, UL belief hem ock eens een les in een sedeltie over te senden [d.w.z. hem de les te lezen door een lijstje met gedragsregels].

Van de verdere lotgevallen van deze zwarte page vernemen we niets. Het vermelden waard is echter het feit dat op 12 mei 1737 bij de Jacobijnerkerk te Leeuwarden "een kleine Moor, Ascak genaemt" begraven is. Nykle Dijkstra (HCL) zocht naar achtergrondinformatie over deze Moor. Men kan zich afvragen of in dit geval met klein bedoeld is "van jonge leeftijd" of "klein van gestalte", en of Ascak een verkeerde lezing van Isack is.



Dit tafereel van een lezende jonge vrouw met zwarte page uit 1670 door Michel van Musscher toont niet de situatie op Groot Terhorne, maar is daar wel mee vergelijkbaar: daar zou het echter in 1670 Agatha's dochter Isabella thoe Schwartzenberg zijn met de jonge Moor Isack.


Enkele opmerkingen bij het fraai uitgegeven boek van Sieger Rodenhuis en Geertje Kingma, Geen honinck soet sonder bitter gal ... .
De titel van dit boek wordt niet verklaard op de achterflap noch in de inleiding.
Het bijschrift onder de afbeelding op blz. [8] spreekt van Wapens: er is slechts één wapen te zien.
Op blz. 9 in regel 9: in in het Martenahuis > in het Martenahuis
23: De schrijfletter is een Romeinse cursief!
25: niet gemeentehuis maar stadhuis van Amsterdam
27: bijschrift: een tekeningen > een tekening
30: afbeeldingen ontsierd door een raster (moiré); foto blijkbaar niet genomen van de originelen; drostambt > drost
33: transcriptie moet zijn: Dem, Hooch, end, vereenigede, etc., booden
53: noot 8: kust - plaatsje > kustplaatsje; noot 9: La Rochelle?
55: raadspensionaris > raadpensionaris
57: het Odenwald > de Odenwald; bijschrift afbeelding: munt?
58: de Zweden ... in bezit hebben, "zodat hij [de koning van Zweden] ..."
65: wordt het haar man ziek > wordt haar man ziek; gedrukte stamboom? <-> blz. 66 naar de drukker
76: bijschrift: Eigenaar van ...?
90: bijschrift: Landdagen werden gehouden in het Landschapshuis niet in de Kanselarij!
92: titel hoofdstuk 12 identiek aan die van hoofdstuk 11; juiste titel: Een gedenkwaardig jaar (1664), vgl. inhoudsopgave van het boek
110: bijschrift: Zijn vrouw > Willem Frederiks vrouw
Toevoeging van de potloodnummering van de brieven ware wenselijk voor het opzoeken van de originelen.

>> begin