Twee brieven van Friezen aan Constantijn Huygens
en twee boeken uit zijn bibliotheek in Friesland

Uitgegeven en toegelicht door M.H.H. Engels
De uitgave 1996 Twee brieven en een boekgeschenk van Friezen aan Constantijn Huygens bewerkt (aangevuld) voor internet, t.a.v. Ad Leerintveld, september 2007

>> HOMEpage

INLEIDING

Huygens 1657Vierhonderd jaar geleden, op 4 september 1596, werd in Den Haag Constantijn Huygens geboren. In aansluiting bij zijn voornaam heeft Huygens ongeveer vanaf zijn twintigste jaar de lijfspreuk 'Constanter', d.i. 'Standvastig', gevoerd. Na zijn studie rechten te Leiden werd hij praktisch geschoold in de diplomatie. Van 1625 tot 1647 was hij als secretaris in dienst van Frederik Hendrik. Na de dood van de laatste bleven er voor Huygens representatieve taken. Vanaf 1650 tot zijn dood in 1687 kwam het accent te liggen op zijn functie van voorzitter van de prinselijke Raad; als zodanig was hij veel op reis. Een officieel diplomaat is hij nooit geworden. En zelfstandig politicus mag men hem ook niet noemen, wel een trouw dienaar van de Oranjes.
In de Provinciale Bibliotheek van Friesland bevinden zich twee brieven aan Huygens, die niet voorkomen in De briefwisseling van Constantijn Huygens (1608-1687), uitgegeven door J.A. Worp, 6 delen, 's-Gravenhage 1911-1917. Ze behoren tot de brievencollectie Hs 1610, die afkomstig is van het Fries Genootschap.
• De eerste brief is van Philip Ernst Vegelin van Claerbergen (1619-1693), hofmeester van de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau en daarna van diens weduwe Albertine Agnes. Philip Ernst was gehuwd met Fokje van Sminia.
Gysbert1675• Waarschijnlijk dezelfde Vegelin heeft in 1675 een exemplaar van de Friesche rymlerye van Gysbert Japix aan Huygens geschonken. Het boek komt niet voor in de 1903 opnieuw uitgegeven Catalogus van de bibliotheek van Constantijn Huygens 1688 verkocht op de groote zaal van het Hof te 's-Gravenhage. Het exemplaar was later in het bezit van
1. Carel Benjamin van Engelen van Strijen, 1795-1802 raadsheer in het Hof te 's-Hertogenbosch, daarna in Zeeland;
2. Joost Hiddes Halbertsma (Grouw 1789 - Deventer 1869). Dank zij het legaat van de laatstgenoemde bevindt het boek zich nu onder signatuur 3172 TL in de PBF.
• De tweede brief is van Hendrik Frederik van Inthiema, van 1644 tot 1655 legerkapitein, commandeur van Aardenburg. Hij overleed in het Friese Workum op 14 juli 1655 en werd aldaar op 23 juli begraven; Inthiema was gehuwd met Tjemmerinda van Heerema; vgl. S. virtuti & memoriae ... Henrici Frederici ab Inthiema ... Harlingae 1655 [door predikant Georgh Voskuyl], PBF-exemplaar 3275 G.


[Philip Ernst] Vegelin [van Claerbergen], Leeuwarden 16 april 1642, aan [Constantijn Huygens, Den Haag] - PBF sign. Hs 1610 nr. 50

Monsieur,
Vos courtoisies sont si grandes, quelles obligent tous ceux qui ont l'honneur de vous cognoistre, à vous dedier leurs coeurs et volontéz. Cest ce qui m'oblige maintenant de vous envoyer la presente, par laquelle Je vous remercie un million de fois, de l'honneur quil vous a pleu me faire par vostre derniere. Nayant rien en moy qui puisse esgaler vos bienfaits, Je vous prieray tres humblement de vouloir accepter le don de mon coeur avec la promesse inviolable, que Je fays de vous servir perpetuellement.
Monseigneur m'a donné charge de vous baiser les mains de sa part et vous prier de vouloir faire tenir les encloses a Son Altesse qui concerne quelque petit nombre de soldats que Messieurs les Estats assemblez en corps ont trouvé bon de licentier a fin de descharger tant soit peu des grands fraiz, desquels ils se trouvent accabléz, et de pouvoir tant mieux payer la soldatesque qui leur reste. Et encore qu'on eu assez de peines pour contrequarrer te empescher ces desseings, non obstant tout cela a esté condu par la pluralité des voix de se desfaire de quelques / gens, assavoir d'une compagnie de 200 testes, 10 hommes et d'une autre de 150, trois hommes; laissants les autres compagnies estrangeres Angloises, Escossoises et Francoises, comme ils ont esté de tout temps sans leur oster rien que ce soit. Vous verrez les raisons qui ont contraints ces Messieurs à prendre une telle resolution, par la lettre quils envoyeront en peu de jours a Son Altesse. Ensomme l'on ne pese plus les raisons, le juste se croit où il y a plus de chefs et testes qui disent l'avoir. Je feray broche, esperant de vous veoir en peu de jours, et ne cesseray cependant de prier l'Eternel de vous combler de ses sainctes benedictions avec tous ceux qui vous appartiennent. Je reste eternellement
Monsieur,
Vostre tres fidelle et
tres obeissant serviteur
Vegelin.
de Levaerde ce 16 d'Apvril 1642.

A Monsieur
Monsieur le Chevallier de
Zuylichem, Conseiller et Secretaire
de Son Altesse.


Hendrik Frederik van Inthiema, Aardenburg 22 november 1646, aan [Constantijn Huygens, Den Haag] - PBF sign. Hs 1610 nr. 20

Mijn Heer,
Ik ben daeglijcks noch besich met bedenckinge van eenige middelen tot voldoeninge van de eere, soo U.E. mij in 't behandigen van Sijne Hoogheytz acte wegen het commandement alhier tot Sint Gillis heeft betoont. Wenschte yeetz voorviele in dese quartieren, daerin U.E. conde dienen. Maer wetende dezelve U.E. inutil is, moet ick verwachten occasie, waerin U.E. dezelve gelieve te gebruycken. Inmiddels trede tot de stouticheyt, om U.E. dit cleyn present te offreren, ende te versoecken hetselve te accepteren, niet naer de weerde, zijnde weynich om aen U.E. te addresseren, maer van soodanigen, wiens voorneemen is hem te insinueren in U.E. genegentheyt. Met dienstich versoeck aen U.E., dat ick door het faveur van U.E. mach behouden de genade van Sijn Hoogheyt. Sal altijt trachten U.E. aen mij sal bespeuren, dat ick ben ende blijve
Mijn Heer
U Wel Edele
gantz ootmoedigen en onderdanigen
dienaer
Hend. Fred. van Inthiema

Eenige importante nouvelles sijn niet voorgevallen, waermede Sijn Hoogheyt of U.E. can dienen. Recommandere U.E. gantz dienstich dese plaetz, die vermitz de groote afflictie van siekte ende swaere fatige van wachten de compagnien seer verswackt. Ardenburg den 22 november 1646.

[zonder adres]

Vieta1646• Onlangs, op 26 september 2007, ontdekte ik in Tresoar, waarin de Provinciale Bibliotheek van Friesland is opgegaan, nog een boek met het eigendomsmerk Constanter: Franciscus Vieta, Opera mathematica, in unum volumen congesta, ac recognita, operâ atque studio Francisci à Schooten Leydensis, Matheseos Professoris, Lugduni Batavorum 1646. Het maakt deel uit van de bibliotheek van de medicus, wis- en natuurkundige Seerp Brouwer (1793-1856), de Bibliotheca Brouweriana; signatuur 42 Wk BB (folio). Ook dit exemplaar komt niet voor in de veilingcatalogus van 1688. De drie zoons van Constantijn Huygens die de bibliotheek geërfd hadden, hebben die bij de Haagse boekverkoper Abraham Troyel laten verkopen, althans een groot deel daarvan; vgl. Catalogus der bibliotheek van Constantyn Huygens verkocht op de groote zaal van het Hof te 's-Gravenhage 1688, opnieuw uitgegeven naar het eenig overgebleven exemplaar, 's-Gravenhage, W.P. van Stockum & zoon, 1903, blz. VII.

De veilingcatalogus beschrijft de volgende aantallen:
Libri Theologici in Folio 56, Quarto 145, Octavo 186, Duodecimo 159
Juridici in Folio 50, Quarto 103, Octavo 62, Duodecimo 24
Miscellanei in Folio 313, Quarto 613, Octavo 669, Duodecimo 470
Musyck-boecken [80]
boeken met "conterfeytsels" [8]
Een paar curieuse globens.

Vieta komt tweemaal voor: Variorum de rebus mathematicis responsorum, liber VIII, Turonis 1593 (Misc. folio nr. 261) resp. Varia opera mathematica, Par. 1609 (Misc. folio, nr. 35). De veilingcatalogus 1688 is (alfabetisch geordend) weergegeven op het internet, en dus doorzoekbaar; hulde Ad Davidse!
Dankzij laatstgenoemde kan meegedeeld worden: Vieta, Opera mathematica (1646) komt wel voor in de veilingcatalogus van de bibliotheek van Christiaan Huygens 1695 (Math. folio 55), en in die van Constantijn jr. 1701 (folio 493); Gysbert Japix ook in deze catalogi niet.
Kees Verduin (Leiden) deelde het volgende mede. De Vieta-uitgave uit 1646 van Frans van Schooten is waarschijnlijk een relatiegeschenk aan Constantijn Huygens, wiens twee oudste zonen Constantijn junior en Christiaan sinds mei 1645 te Leiden bij Van Schooten onderricht volgden. Omdat we deze editie tweemaal tegenkomen in latere veilingen is het mogelijk dat het boek bij de zonen terecht is gekomen; zo is er een Borelli met 'Constanter 1667' en met aantekeningen van Christiaan. De handschriftelijke aantekeningen in de Vieta (op blz. 129, 133, 135, 141, 144, 146, 147, 149, 243, 255, 370 en 400) stammen inderdaad deels van de grote wiskundige Christiaan Huygens.


>> begin