OOIT INGEZIEN DOOR ERASMUS: Alexandreis-handschrift

M.H.H. Engels, november 2004 >> Vakantie in Anderlecht >> HOMEpage


handschrift 58 HsEen handschrift uit de 13de eeuw in klein folio van de Alexandreis van Gauthier de Châtillon, nu Tresoar/PBF signatuur 58 Hs, onderdeel van de Franeker collectie, was voorheen eigendom van de letterkundige en filoloog Balthazar Huydecoper (Amsterdam 1695 - 1778), zoals blijkt uit het handgeschreven eigendomsmerk voorin. Huydecoper behoorde tot de oprichters van de Maatschappij der Nederlandse letterkunde (1766). Zijn bibliotheek is op 29 maart 1779 te Amsterdam geveild. Het grootste deel van zijn collectie handschriften is in de bibliotheek van de Maatschappij overgegaan, nadat H.A. Ett de verzameling in 1945 op de zolders van het huis Goudenstein onder Maarssen had ontdekt.

Het handschrift komt voor onder de met de hand geschreven aanvullingen op doorschoten bladen in twee exemplaren van het in 1748 gedrukte vervolg (Continuatio) op de Catalogus librorum bibliothecae publicae quae est in illustr. et praepotent. Frisiae Ordinum Academia Franequerana van 1713. Een supplementum seu continuatio altera verscheen rond 1775. Wanneer is het Alexandreis-handschrift bijgeschreven in de Continuatio? Natuurlijk na 1748, maar vóór 1775? Op blz. 15 van mijn Handschriften in Franeker volgens een inventaris van J.W. de Crane uit ca. 1816, Leeuwarden, Prov. Bibl. Frl., 1997, wordt het handschrift genoemd onder nr. 37. Niet bekend is, of het door Huydecoper aan de Franeker academiebibliotheek is geschonken of van hem resp. de erven aangekocht. Mogelijk heeft Petrus Burmannus Secundus een rol gespeeld: zijn naam komt nl. voor bij de nummers 36 en 38 in de hierboven vermelde inventaris van De Crane. Burman II was hoogleraar geschiedenis en welsprekendheid te Franeker van 1736 tot 1742. Hij bezat een rijke bibliotheek, oorspronkelijk van zijn beroemde oom Petrus Burmannus I, met o.a. een uitgebreide verzameling klassieken. Vgl. W.B.S. Boeles, Frieslands hoogeschool en het Rijks Athenaeum te Franeker, Tweede deel, Leeuwarden 1889, blz. 444-453.

Blijkens handschriftelijke aantekeningen achterin behoorde het handschrift eertijds toe aan het Mariaklooster Groenendaal in het Zoniënbos bij Brussel, (aanvankelijk) aan de geleerde Rotterdammer Arnoldus van Geilhoven, die deken, leraar in de godgeleerdheid en regulier kanunnik van het klooster was tot hij op 31 augustus 1442 overleed. Arnoldus liet zijn bibliotheek na aan het klooster; vgl. J.M.M. Hermans [en] A. Pastoor, De oudheid in handen: Klassieke handschriften in de Provinsjale & Buma Biblioteek fan Fryslân, Leeuwarden 2002, nr. 15 op blz. 100-103, i.h.b. noot 238.

Het Nieuw Nederl. Biogr. Woordenb. vermeldt Gheyloven (Arnold) in deel III in de kolommen 468-469. Bij de voorganger, van der Aa, komt Arnoldus tweemaal voor in het deel met de letter G, op blz. 76 resp. 128, als Arnold Geilhoven resp. Aarnout Gerloven. De tweede vermelding berust op Kerkelijke historie en outheden der zeven Vereenigde Provincien, Derde deel: Behelzende de outheden en gestichten van het rechte Zuid-Holland en van Schieland ... In 't Latyn beschreeven door H[ugo Franciscus] v[an] H[eussen], In 't Nederduits overgezet en met aantekeningen opgeheldert door H[ugo] v[an] R[ijn], Leiden 1726. In kolom 2 op blz. 648 lezen we: Noch heeft Rotterdam op de geboorte van verscheide deftige en geleerde mannen te roemen; op de volgende blz. in de tweede kolom: Aarnout, bygenaamd Gerloven, een Rotterdammer / Deken / Leeraar in de Godkunde / en Reguliere kanonnik te Groenendale buiten Brussel / heeft verscheide boeken geschreven: dewelke by Valerius Andreas opgetelt staan. Hy is te Groenendale gestorven den eersten Augusti 1442. Direct hierop volgt Desiderius Erasmus.
Valerius Andreas, Bibliotheca Belgica: Facsimile of the edition Louvain 1643, Nieuwkoop 1973, noemt op blz. 86: Arnoldus de Roterodamis, cognomento Gheilhoven ... grande volumen scripsit, quod Graecè inscripsit Gnoothi seauton [Gnotosolitos], Latine Speculum conscientiae; editum Bruxellae, 1476.
Een moderne levensbeschrijving geeft Nicholas Mann, Arnold Geilhoven: An early disciple of Petrarch in the Low Countries. In: Journal of the Warburg and Courtauld Institutes 32 (1969), 73-108.

ingekleurde tekening door Lucas van Uden, 17de eeuwErasmus. Tekening uit de school van Clouet. Musée Condé, Chantilly Aan het eind van de 15de eeuw maakte het Alexandreis-handschrift dus deel uit van de bibliotheek van klooster Groenendaal. De tegen de kerk aangebouwde bibliotheek telde rond 1540 zo'n 1350 werken (handschriften en incunabelen), zonder daarbij de heiligenlevens te tellen. Een panoramisch zicht op de priorij, in 1659 gegraveerd door Lucas Vorstermans jr., vermeldt dat de bibliotheek 175 voet lang was; afb. in De luister van Groenendaal: Ruusbroec, Brussel 1993, p. 64-65.
Tijdens zijn verblijf bij de bisschop van Kamerrijk (1493-1495) bezocht Erasmus het klooster Groenendaal, waarvan de bisschop een van de begunstigers was. Het bezoek heeft indruk gemaakt op de kloosterlingen. De Augustijner kanunnik Willem van Leuven aldaar schreef erover in 1522 of 1523 aan Martin Lips: Nadat Erasmus de bibliotheek nauwkeurig had doorgezien, koos hij de boeken van Augustinus, waarin hij zich zo verdiepte dat hij ze zelfs 's nachts voor het slapengaan naar zijn zitslaapkamer liet brengen om ze te bestuderen. (Allen I, p. 590). Erasmus zal ook het Alexandreis-handschrift in handen hebben genomen, toen hij de bibliotheek doorzocht.
Een weinig bekend portret van Erasmus is kort nadien gemaakt tijdens zijn verblijf in Parijs. Misschien in 1497 t.g.v. het behalen van het baccalaureaat in de theologie en/of zijn 30ste verjaardag?

Châtillons Alexanderroman (1175) is sterk vermengd met bijbelse geschiedenis. Dit gedicht in hexameters was zeer populair en werd o.a. vertaald door Jacob van Maerlant in Alexanders Jeesten (1260; vgl. Frans: gestes). Aan de universiteit van Parijs werd het werk gerekend tot de klassieken, ja zelfs wel eens boven de eigenlijke calssici gesteld; vgl. W.J.A. Jonckbloet, Geschiedenis der Middelnederlandsche dichtkunst, II, 399 (Amsterdam 1852). De Alexandreis van Châtillon berust op het werk van Quintus Curtius Rufus (eerste eeuw na Chr.). Erasmus verzorgde van het laatstgenoemde een uitgave die in juni 1518 bij Matthias Schürer in folio verscheen: Quintus Curtius de rebus gestis Alexandri Magni regis Macedonum, cum annotationibus Erasmi. Het voorwoord, een brief waarin Erasmus de uitgave opdraagt aan Ernst van Beieren, is een ontmythologisering van de held van het type Alexander, die evenals Achilles door Erasmus een zeer slecht voorbeeld genoemd wordt van een goed vorst: het is een pleidooi tegen de veroveringsoorlog (Allen 704). De brief dateert van 4 november 1517; in december van hetzelfde jaar verscheen bij Froben te Bazel Erasmus' Querela Pacis (Klacht van de Vrede).

Bewerking van een tekst d.d. 15-8-1997

>> begin


VAKANTIE IN ANDERLECHT

Erasmushuis AnderlechtAch, was Brabant maar dichterbij! Dat schreef Erasmus ziek en met reumatische hand op 28 juni 1536 in zijn laatste brief. Hij dacht daarbij met weemoed aan zijn dierbare stichting, het College van de Drie Talen (Grieks, Hebreeuws, Latijn), te Leuven. Temidden van zijn Bazelse vrienden gaf Erasmus in de nacht van 11 op 12 juli de geest. Op 17 juli 1536 werd het lichaam door studenten van de universiteit van Bazel, in een stoet van magistraten en professoren, naar de Marienkirche gebracht.

In Brabant, te Anderlecht, was het dat Erasmus de enige keer in zijn leven vakantie heeft gevierd. Nu een voorstad van Brussel, was Anderlecht in die tijd een landelijk gelegen dorpje. Op 31 mei 1521 nam Erasmus zijn intrek in het huis In de Zwane, waar de kanunnik Pieter Wichman woonde die als graecofiel met hem bevriend was geraakt. Te paard maakte Erasmus tochten naar Brussel, naar het hertogelijk paleis. Omgekeerd kwam men de grote humanist in Anderlecht bezoeken en raadplegen over de studie van de bonae literae. Een gelukkigere onderbreking in zijn drukke leven heeft Erasmus nooit gekend.

Erasmushuis Anderlecht

De charme van deze plek hergeeft mij mijn krachten en werkt zo verfrissend dat ik mij helemaal voel opleven. Ik ben van plan hier zeker drie maanden te blijven - het werden er vijf -, want ik heb mijn bibliotheek laten overkomen - uit Leuven. ... mijn verblijf hier buiten, werkelijk, ik heb sedert heel wat maanden niet zo uitstekend gewerkt - dus toch - als hier. ... uit Anderlecht, waar ik het, van stedeling tot buitenman geworden, buitengewoon goed maak. In september schrijft hij: Ik was nauwelijks twee dagen hier of de koorts was verdwenen en mijn maag weer volkomen in orde. Ik geloof dat het buitenleven mij weer helemaal jong maakt ... Nooit heb ik iets gedaan waar ik zo weinig spijt van hoefde te hebben. Aan de Franse griekskenner Guillaume Budé: Ik heb dit buiten in Anderlecht geschreven, want naar uw voorbeeld ben ik ook de landman gaan spelen. In elk geval is dit verblijf op het land mij zo goed bevallen dat ik van plan ben het voortaan elk jaar te herhalen. Aan Nicolaas Everaerts: In deze zuivere atmosfeer heb ik zoveel nieuwe levenskracht opgedaan dat ge mij ternauwernood zoudt herkennen. In zijn laatste levensjaren schreef Erasmus: Vaak word ik door brieven van mijn vrienden aan Brabant herinnerd. Daar zou ik mijn oude dag willen slijten. Daar is mijn vaderland. Op zijn verjaardag, 28 oktober 1521, verliet Erasmus Anderlecht met het plan er spoedig terug te keren en er zich blijvend te vestigen. Deze wens werd nooit vervuld.

Een bezoek aan het Erasmus-huis te Anderlecht was in de zeventiende eeuw gebruikelijk voor aanzienlijke personen of buitenlandse studenten, die tijdelijk in Brussel vertoefden. Wie tegenwoordig in de buurt komt, kan ik het uit eigen ervaring aanraden.

Bewerking van een tekst d.d. 22-8-1997. Hierbij dank ik Hesseline de Bos nogmaals voor de schenking in september 1998 van Een uur in het Erasmushuis en het oud begijnhof van Anderlecht, door conservator-stichter Daniël van Damme, Anderlecht 1964.

>> begin