>> HOMEpage

In de ooievaar: geen geroddel

Voor Leo van der Laan en andere gevelsteenliefhebbers
Internetuitgave: M.H.H. Engels, oktober 2018



In Verhalen in steen: gevelstenen in Leeuwarden, [1998] door Leo van der Laan met medewerking van Hendrik ten Hoeve, wordt op blz. 62 onder de titel "Een mysterieuze dolkstoot" de gevelsteen "in de Ojevaer" besproken. De steen is rond 1970 geplaatst aan het Gouverneursplein, nadat hij tussen 1937 en 1940 was weggebroken uit de voorgevel van Weaze (westzijde) 38 en verkocht; dankzij Nanne Ottema was hij in het Museum het Princessehof bewaard gebleven. De verklaring voor de dolk in de hals van de ooievaar is nu te geven aan de hand van Sophie Reinders' De mug en de kaars: Vriendenboekjes van adellijke vrouwen, 1575-1640, [Nijmegen 2017], blz. 411-412.
In het album amicorum/amicarum van Sophia van Renesse wordt gewaarschuwd tegen roddelaars door middel van een tekening van een ooievaar met een dubbele knoop in de hals. Bij de afbeelding staat het vers 'Ick wolde dat al die clappers tongen / aldus haren hals ware gevrongen'. Men zal voor de ooievaar als symbool voor de roddelaar hebben gekozen, omdat het Middelnederlandse 'klepperen', het geluid dat de ooievaar maakt, ook 'roddelen', 'kwaadspreken' betekent. Johan van Sallandt tekende in het album van Walraven van Stepraedt een klepperende ooievaar ('storck') met een zwaard door de hals en dichtte daarbij: Waren alle clappers so geschiet, Sij souden wel swijgen ende klappen niet, ....
De Leeuwarder gevelsteen toont een ooievaar met gesloten bek, maar wel met achterovergebogen hals, zoals we een klepperende ooievaar kennen. De dolk door zijn hals symboliseert dat hem het zwijgen moet worden opgelegd: geen roddel en achterklap! Een prachtige beeldspraak.

>> begin