*

GALENUS EN ANDERE MEDISCHE WERKEN
IN DE FRANEKER ACADEMIEBIBLIOTHEEK

door M.H.H. ENGELS>> HOMEpage

Eerder (1983) met drukfouten gepubliceerd in: Boeken verzamelen - Opstellen aangeboden aan Mr J.R. de Groot bij zijn afscheid als bibliothecaris der Rijksuniversiteit te Leiden, blz. 137-155. Bewerkt voor internet: mei 2003.

Tiara's Galenus * De Galenus van Erasmus en Arcerius * Galenus in het Latijn * De Galenus van Scaliger en Walaeus * Scaliger en Franeker * Galenus - Harvey - de Wale * Winsemius * van der Linden * Matthaeus senior en junior * van der Linden als bibliothecaris * De schenking van Willem Frederik (1649) * Kruidkundige werken * De hortus in vogelvlucht * Anatomische werken * Uffenbach in Franeker * Franeker bibliotheekcatalogi * Literatuur


Uitgaand van de verschillende Galenusuitgaven, die de voormalige universiteitsbibliotheek van Franeker in de zeventiende eeuw verwierf, vertelt het hier volgende artikel iets over de faculteit der geneeskunde aldaar, vooral over de collectievorming tot 1650 van boeken op medisch gebied.

TIARA'S GALENUS

>> begin

Bij ons onderzoek naar boeken uit het bezit van Petreius Tiara in de Franeker collectie zijn we uitgegaan van de catalogus van 1644. In de lijst van boeken met handschriftelijke aantekeningen van Tiara, die we publiceerden in 'De Franeker academiebibliotheek vóór 1700', misten we in de afdeling geneeskunde de werken van Galenus. Tiara bezat, zoals voor de hand ligt, wel degelijk een Galenus. In de Franeker catalogus van 1713 (p. 150 nr. XV) hebben we onlangs een exemplaar van de vijfdelige Griekse editie gevonden, die in 1525 bij Aldus te Venetië gedrukt is: het was een geschenk van professor Philippus Matthaeus junior. Dit exemplaar is zeer rijk geannoteerd; het bevat onder meer aantekeningen van de hand van Tiara.

Galenus, Librorum pars prima -- quinto. (Grieks). Venetiis, in aedibus Aldi, et Andreae Asulani soceri, 1525. -- Signatuur: 120 Gnk
Compleet exemplaar. Hs. aant. van Tiara en andere hand(en).
Vijf Franeker boekbanden (type 2: perkament over karton; geen kettingklampgaatjes).

De in het Friese Workum geboren graecus en medicus Petreius Tiara (Pieter Tjeerds) was aan drie universiteiten achtereenvolgens de eerste hoogleraar in de Griekse taal: Douai 1560, Leiden 1575, Franeker 1585. Na zijn overlijden in 1586 is het grootste deel van zijn bibliotheek door Frieslands bestuurders voor de academiebibliotheek aangekocht. Een klein gedeelte is blijkbaar in handen gekomen van vrienden en collega's, in elk geval de bewuste Galenus. Het exemplaar bevindt zich nu, zoals bijna de gehele Franeker collectie, in de Provinciale Bibliotheek van Friesland te Leeuwarden.


DE GALENUS VAN ERASMUS EN ARCERIUS

>> begin

Een ander exemplaar van de eerste Griekse editie, afkomstig uit de bibliotheek van Erasmus, was blijkens de catalogus van 1644 al eerder aanwezig in de Franeker universiteitsbibliotheek: zie ons in 1979 gepubliceerde artikel 'Erasmiana in de Franeker academiebibliotheek'. Sedertdien spoorden we nog twee onbekende Franeker catalogi op: die van 1626 in de Bodleian Library te Oxford en die van 1635 in de universiteitsbibliotheek van Bazel. In beide catalogi wordt de Galenus ook al genoemd. Onze hypothese dat het exemplaar via vader Johannes en zoon Sixtus Arcerius, beiden achtereenvolgens hoogleraar Grieks te Franeker, in de bibliotheek terecht is gekomen, blijft daarmee overeind. Sixtus Arcerius overleed in 1623.

Galenus, Librorum pars prima -- quinto. (Grieks). Venetiis, in aedibus Aldi, et Andrae Asulani soceri, 1525. -- Signatuur: 119 Gnk
Hs. aant. van Erasmus in de marge van deel I. Van deel III en IV ontbreken de bladen (II) en (III) van het voorwerk, van deel V de katernen * en Fff t/m Iii; in het laatste deel volgt AAA op Eee.
Vijf Franeker boekbanden (type l: bruin leer op houten borden).


GALENUS IN HET LATIJN

>> begin

In de Franeker catalogus van 1635 komen we voor het eerst een Latijnse vertaling tegen van de werken van Galenus, en wel de standaardeditie:

Galenus, Omnia quae extant in Latinum sermonem conversa. Prima -- sexta classis. Ex tertia Juntarum editione. Venetiis 1556. -- Signatuur: 122 Gnk
Band IV: Antonii Musae Brasavoli [...] Index refertissimus in omnes Galeni libros. Venetiis, apud Iuntas, 1556.
Lat. aant. van twee of drie versch. handen.
Vier oude boekbanden: blank leer op houten borden; kaders met blindstempeling van zinnebeelden en bijbelse taferelen; klavieren verwijderd.


DE GALENUS VAN SCALIGER EN WALAEUS

>> begin

Na 1644 verwierf de bibliotheek de in 1538 te Bazel gedrukte Griekse editie van alle werken van Galenus. Deze uitgave wordt vermeld op bladzijde 137 in de Franeker catalogus van 1656. Op het titelblad van het eerste deel staat bovenaan, gedeeltelijk afgesneden, de aantekening: Scaligeri. Inde Walaei.

Galenus, Librorum pars prima -- quinto. (Grieks). Basiliae, (Andreas Cratander), 1538.
Colofon IV: Basiliae, apud Ioan. Hervagium et Ioan. Erasmium Frobenium, 1538. -- Signatuur: 121 Gnk
Gr. en Lat. aant. van twee of meer handen.
Vier Franeker boekbanden: type l. Deel I en II in één band.

Alle delen bevatten handgeschreven marginalia. De laatste particuliere eigenaar van dit werk was waarschijnlijk Johannes Walaeus (van/de Wal(e)), zoon van Antonius Walaeus. Beiden waren hoogleraar te Leiden: Antonius in de godgeleerdheid (1619-1639), Johannes in de geneeskunde (1633-1649). Vermoedelijk is het werk na de dood van Walaeus uit zijn bibliotheek voor de Franeker academie aangekocht door bibliothecaris Van der Linden, die grote bewondering had voor Scaligers geleerdheid. Een veilingcatalogus van Walaeus' boeken komt niet voor in het betreffende kaartsysteem in de universiteitsbibliotheek van Amsterdam.

reconstructie portret Galenus

Hoe de Bazelse Galenus in handen van Walaeus is gekomen, weten we niet precies. De bibliotheek van Joseph Justus Scaliger is op 11 maart 1609 bij Lodewijk Elsevier te Leiden geveild. Uit de inleiding tot de facsimile-uitgave van de veilingcatalogus blijkt, dat een gedeelte van Scaligers bibliotheek buiten de veiling gehouden moest worden. Scaliger had bijna 170 Oosterse handschriften en drukken aan de Leidse universiteitsbibliotheek vermaakt. Ook 75 Griekse en Latijnse handschriften en Scaligers Adversaria zijn in de universiteitsbibliotheek opgenomen. Onbekend qua aantal en titels zijn ten derde de gedrukte werken, die vrienden volgens Scaligers testament mochten uitzoeken en houden. Een klein aantal handschriften en geannoteerde drukken, die Scaliger wilde zien uitgegeven door vrienden, werd eveneens vóór de veiling uit de bibliotheek gehaald.

De Galenus, die niet in de veilingcatalogus genoemd wordt, behoorde tot de derde groep. Welke van Scaligers vrienden te Leiden dit werk heeft uitgekozen, is niet bekend. Waarschijnlijk een van de toenmalige hoogleraren in de geneeskunde.

Belangstelling voor de geneeskunde had Scaliger van geen vreemde. Zijn vader Julius Caesar Scaliger (overleden 1558) had zich vanuit Italië te Agen in Zuid-Frankrijk als arts gevestigd. De medische werken in de bibliotheek van J. J. Scaliger zullen ten dele uit de bibliotheek van zijn vader afkomstig geweest zijn; mogelijk ook de hier beschreven Galenus. Hij publiceerde Loci cujusdam Galeni difficillimi explicatio doctissima, nunc primum in lucem edita, ex musaeo Joachimi Morsii. Lugduni Batavorum, excudebat Jacobus Marci, 1619. -- De Hambugse polyhistor Morsius (1593-1642) reisde veel en deed daarbij schenkingen aan geleerden; in 1616 was hij in Leiden, in 1619 in Dordrecht.


SCALIGER EN FRANEKER

>> begin

Uit zijn werken en uit zijn bibliotheek blijkt Scaligers universaliteit. Behalve op filologisch gebied (tekstkritiek) was hij thuis in de rechtswetenschappen -- langdurig verbleef hij bij Cujacius -- en eveneens in de wiskunde, anatomie en botanie. Zijn verdiensten voor de tijdrekenkunde zijn onovertroffen. Kortom hij was een van de grootste baanbrekers, die de geschiedenis der wetenschappen kent. Van 1593 tot aan zijn dood op 21 januari 1609 was hij aan de universiteit van Leiden verbonden zonder colleges te hoeven geven. Zijn aanwezigheid trok studenten van her en der aan als een magneet.

Scaliger was nauw bevriend met Johannes Drusius. Johan van den Driesche, een der beroemdste hebraïci van zijn tijd, was bij de oprichting van Frieslands universiteit naar Franeker getrokken, waar hij tot zijn dood in 1616 de Oosterse talen onderwees. Zijn zoon herdacht de vriend van zijn vader in het Hebreeuws met Lachrymae, tribus carminum generibus expressae, in obitum [...] Josephi Scaligeri, in 1609 door academiedrukker Aegidius Radaeus te Franeker gedrukt.

Verder onderhield Scaliger contact met Sibrandus Lubbertus en correspondeerde hij ook met Martinus Lydius, die hoogleraar in de godgeleerdheid en eerste rector te Franeker was. Lydius had een grote liefde voor de klassieke letteren. Na Lydius' dood in 1601 zette Scaliger tot en met 1604 de briefwisseling over boeken voort met Balthasar en Johannes, de zonen van Martinus Lydius. In een brief van 27 november 1604 aan Johannes Lydius schrijft Scaliger (in het Latijn): 'Ik betreur het, dat de kostbare bibliotheek van Arcerius buiten mijn weten verkocht is; en wat meer is, dat ik niet voordat de veiling zou plaatsvinden, door vrienden, hoewel in de nabijheid van de gehouden veiling, erop opmerkzaam ben gemaakt.' Johannes Arcerius Theodoretus, hoogleraar Grieks te Franeker van 1589 tot 1604, was op 27 juli tijdens een bezoek aan zijn zoon Sixtus in Utrecht overleden. Is zijn bibliotheek min of meer in het geheim geveild, om haar voor Franeker te behouden?

In een brief van 3 december daarop schrijft Scaliger: 'Vorige maand heeft Sixtus Arcerius, de medicus, zoon van [Johannes] Theodor[et]us, mij geschreven over het uitgeven van de boeken van Jamblichus, waarvan zijn vader de uitgave voorbereidde; daarover had hij mij drie jaar geleden ook geraadpleegd. Ik heb hem aangespoord, hoewel hij zulks niet behoefde. Of de uitgave doorgaat, weet ik niet; hij zou er wel alle studenten en mij vooral een plezier mee doen.' Johannes Arcerius had in 1598 een uiterst incorrecte eerste uitgave in het Grieks en het Latijn bewerkt van Jamblichus' Leven van Pythagoras (Brunet III, 493).


GALENUS -- HARVEY -- DE WALE

>> begin

Claudius Galenus (Pergamon 129 - Rome 199), de grootste geneesheer van de oudheid, heeft enorm veel geschreven: veel commentaren op Hippocrates, verder over anatomie en fysiologie. Hij was een uitstekend stilist en een voortreffelijk docent. Zijn allesomvattend geneeskundig systeem is tot in de 18de eeuw in zwang geweest. Na 1500 verminderde zijn invloed door inzichten verkregen dank zij de nieuwe anatomie en fysiologie. Zo werd Galenus' leer van de lever als bloedbereider omvergeworpen door de onderzoekingen van Thomas Bartholinus. De antigalenische ontdekking van de gesloten bloedsomloop door Harvey werd door Walaeus verbreid.

William Harvey (1578-1657) was hoogleraar in de anatomie en chirurgie te Londen. Hij had gestudeerd te Padua. In 1628 publiceerde hij zijn 'Anatomische studie over de beweging van het hart en het bloed bij de levende wezens'. De Leidse hoogleraar Johannes de Wale (1604-1649) was een van de weinigen, die door nieuwe proeven liet zien dat Harvey gelijk had.

De 17de eeuw wordt gekenmerkt door ruzies onder de medici; verguizing of vergoding van Galenus en diens van Hippocrates afkomstige leer van de vier levenssappen: bloed, gele gal, zwarte gal en slijm; geloof of ongeloof in Harvey's ontdekking van de bloedsomloop.


WINSEMIUS

>> begin

In de beginjaren van de zeventiende eeuw was het anatomisch theater van Leiden met dat van Padua de enige plaats in Europa, waar het menselijk lichaam in het openbaar werd ontleed. De anatomie stond te Leiden in tegenstelling tot Franeker op een hoog peil, mede dank zij het grote aantal lijken dat door de overheid voor anatomische doeleinden ter beschikking werd gesteld. In Franeker vormde dit laatste altijd een groot probleem. De Franeker hoogleraren hielden ook langer vast aan de antieke autoriteiten. Meestal telde de medische faculteit slechts één hoogleraar, die van Leiden daarentegen twee of meer. De Franeker faculteit der geneeskunde trok aanvankelijk weinig studenten. Dat veranderde met de intrede van Menelaus Winsemius in 1616.

Winsemius had te Leiden gestudeerd als leerling en huisvriend van Pieter Pauw. Pauw liet 'zijn Fries' in de botanische tuin demonstraties geven aan andere studenten. Winsemius promoveerde te Leiden op l november 1612. Te Franeker maakte hij zich zeer verdienstelijk in de botanie. De tuin van de academie, die door Alardus Auletius (1589-1606), de eerste hoogleraar in de geneeskunde, op eigen kosten was ingericht tot kweekplaats van planten, werd na diens dood verwaarloosd. In 1623 werd hij zelfs verhuurd, omdat Gedeputeerde Staten er geen geld in wilden steken. Winsemius kreeg het in 1631, toen hij rector magnificus was, zover dat de tuin officieel tot hortus botanicus van de universiteit werd ingericht en als zodanig gefinancierd.

Over de eerste medische hoogleraar te Franeker worden we ingelicht door L. Adama in diens Oratio in funere ... Alardi Auletii ... Franeikrae (sic!), Aegidius Radaeus, 1606. Auletius was drie jaar rector te Dokkum (1584-1587) en één jaar te Harlingen, voordat hij in september(?) 1588 aantrad te Franeker; eerst was tevergeefs Joh. Heurnius van Leiden gevraagd. Weliswaar heeft hij tijdens zijn rectoraat een provisorisch theatrum anatomicum opgericht, maar daar geen sectie verricht, omdat hij nooit kon beschikken over een menselijk lijk; C[1] - C3. Een boek over het leven van de medicus Fuchs had hij op tafel ten gebruike door de studenten; D2 verso.

Winsemius heeft gezorgd voor instrumenten, voor geneeskundige boeken in de academiebibliotheek, voor een anatomisch theater en vooral zoals gezegd voor de hortus. Zo citeert Napjus uit Van der Linden, Selecta medica, blz. 17 par. 32. In de snijkamer -- meer was het vermoedelijk niet (vgl. Uffenbach) -- heeft hij slechts zelden een menselijk lichaam mogen ontleden.

Op 15 mei 1639, twee jaar na zijn vrouw, is Winsemius overleden. Daar er geen kinderen waren, zal Winsemius' bibliotheek verkocht zijn; een veilingcatalogus is echter niet bekend. De door Aldus Manutius in 1499 gedrukte Dioscoridesuitgave heeft in elk geval deel uitgemaakt van zijn boekerij. Andere werken in de Franeker collectie, die behalve het laatste, gelegateerde, een Ex libris bevatten van de hand van Winsemius, zijn hieronder vermeld.

Uit het bezit van Menelaus Winsemius Ex libris catalogus Franeker 1644 signatuur Prov. Bibl. Frl.
Guido Guidi, Ars medicinalis (Frankfort 1596) -- Cat. 1635: Opuscula medica 1616 blz. 60 341 Gnk
Christobal de Vega, Liber de arte medendi (Lyon 1564) 1616 blz. 60 169 Gnk
Antonio Donato d'Altomare, Opera (Lyon 1565) 1618 blz. 59 182 Gnk
Realdo Colombo, De re anatomica libri XV (Venetië 1559) 1618 blz. -- 445 Ntk
Philomusus anonymus [d.i. Bartholomaeus Carrichter], Horn des Heyls oder Kreüterbuch durch Doctoren Toxiten in truck geben (Straatsburg 1576). Hierbij: Leonh. Thurneisser, Quinta essentia oder die Kraft und Wirkung der Medicin und Alchemy (Leipzig 1574) resp. von kalten, warmen, mineralischen und metallischen Wassern und Erdgewachsen (Frankf. 1572) 1631 blz. 58 789 Ntk
Archangelo Piccolomini, Praelectiones anatomicae (Rome 1586) ---- blz. 63 446 Ntk

Op het schutblad vóór het werk van Guido Guidi (Vidus Vidii) staat aangetekend: 'Sum/ Ex libris/ Menelai Winsemii D. Med./ Anno Christi MDCXVI'; op de keerzijde noteerde bibliothecaris professor Sixtinus Amama: 'Donum/ Clarissimi Viri/ D. Menelai Winsemi/ S.S. Med. Doctoris &/ Professoris ordin./ 1626/ X. Martii.' Het succesvolle werk van Colombo is pas na 1656 in de universiteitsbibliotheek opgenomen. Heeft er in Franeker zoals in Leiden ook een aparte handbibliotheek voor de anatomie bestaan?

Realdo Colombo, leerling en opvolger van Vesalius te Padua, was vanaf 1549 hoogleraar in de anatomie te Rome. Hij was zeer bevriend met Michelangelo. In het zevende boek van De re anatomica onderwijst hij de leer van de bloedsomloop, zij het dat zijn kennis zich beperkt tot de longen.


VAN DER LINDEN

>> begin

Johannes Antonides van der Linden trad in 1639 in de voetsporen van zijn voorganger en leermeester Winsemius. Zijn studie te Leiden (1625-1629) had hij te Franeker voortgezet. Hij woonde toen bij Winsemius. Op 18 oktober 1630 was hij bij hem gepromoveerd. Van der Lindens verdiensten voor de hortus waren zo groot, dat Gedeputeerde Staten de tuin lieten uitbreiden en er een woning voor de hoogleraar in de geneeskunde lieten aanbouwen. Van der Linden trok nogal wat Engelse studenten, Hij was meer een theoreticus dan een practicus. Zijn vermaardheid had hij te danken aan zijn enorme belezenheid. Op zijn verdiensten voor de Franeker academiebibliotheek zullen we nog nader ingaan. In 1651 werd hij te Leiden benoemd. Zijn diepe verering voor de oude leerstellingen van Hippocrates en Galenus brachten hem ertoe te beweren, dat Harvey's ontdekking van de bloedsomloop reeds door Hippocrates gedaan, doch in vergetelheid geraakt zou zijn: Hippocrates de circuitu sanguinis (Leiden 1661). De kritiek op dit boekje was vernietigend. Van der Linden had het moeilijk in Leiden. Terwijl zijn collega Francois de le Boë Silvius, de man van de praktijk en vol nieuwe denkbeelden, zoveel studenten trok dat diens collegezaal uitgebreid moest worden, werden Van der Lindens colleges slecht bezocht. Van der Linden heeft de nieuwe geneeskunde wel met zijn verstand erkend en aanvaard, doch niet van harte. Hij overleed in 1664.


MATTHAEUS SENIOR EN JUNIOR

>> begin

Het medisch onderwijs in Franeker, dat tot 1650 nog sterk geïnspireerd was op de aloude opvattingen van Hippocrates, ontwikkelde zich na Van der Linden's vertrek naar Leiden onder leiding van de hoogleraren Philippus Matthaeus en zijn gelijknamige neef volgens moderne opvattingen. Philippus Matthaeus senior, van 1651 tot 1700 hoogleraar in de geneeskunde, had in navolging van Winsemius en Van der Linden een grote voorliefde voor de botanie. Hoewel hij geen college gaf in de anatomie en zich baseerde op Hippocrates, had hij een open oog voor de nieuwe geneeskundige denkbeelden. Uit zijn Disputationes de chylo blijkt, dat hij reeds in 1653 een vurig aanhanger was van de leer van de bloedsomloop volgens Harvey. Ook was hij een volgeling van Silvius' chemiatrische school. Philippus Matthaeus junior gaf van 1670 tot 1690 college in de ontleedkunde. Deze uitstekende anatoom kon echter weinig demonstraties geven, wederom door gebrek aan materiaal. Hij was een kritisch aanhanger van Silvius, met wie hij het eens was over de verklaring van de functie van de milt.


VAN DER LINDEN ALS BIBLIOTHECARIS

>> begin

Johannes Antonides van der Linden zou als medicus reeds lang in vergetelheid geraakt zijn, als hij niet de medische bibliografie De scriptis medicis had samengesteld. De eerste editie verscheen in 1637 bij Johan Blaeu te Amsterdam, waar Van der Linden zich als arts gevestigd had. Dit werk is een aanbeveling geweest voor zijn benoeming te Franeker in 1639. De tweede en derde druk werden ook door Blaeu verzorgd, respectievelijk in 1651 en 1662.

De 65-jarige professor Verhel heeft op 14 juli 1648 het bibliothecaraat met goedkeuring van de Staten van Friesland aan zijn jongere collega, de bibliograaf en bibliofiel Van der Linden, overgedragen. Het toezicht op de bibliotheek had hij eerder al overgelaten aan de pedel Maevius. Diens beheer en Verhels goedheid -- hij was als een vader voor de studenten -- zijn nadelig geweest voor de bibliotheek: bij controle ontdekte Van der Linden dat meer dan 100 werken ontvreemd waren, ondanks de kettingen. Het is Van der Lindens verdienste geweest, dat de bibliotheek in korte tijd werd aangevuld met behulp van gelden die hij van bestuurders en rijke particulieren wist te verkrijgen.

Volgens artikel 25 van de academiestatuten waren de professoren verplicht een boek aan de bibliotheek te legateren. In 1623 heeft de senaat besloten, dat nieuwe hoogleraren bij hun intrede een boek moesten schenken en in 1631 dat promovendi (doctoren en licentiaten) zes respectievelijk drie gulden (magisters) voor de bibliotheek moesten afgeven (Boeles I, 400). Van der Linden heeft tijdens zijn verblijf te Franeker 12 werken aan de bibliotheek geschonken, die vermeld zijn in het overzicht hieronder.

Geschonken door Johannes Antonides van der Linden catalogus Franeker 1644 catalogus Franeker 1656 signatuur Prov. Bibl. Frl.
Jacobus Faber Stapulenis, Introductorium astronomicum. Parijs 1517. blz. 40 blz. 160 398 Wsk
Theodorus Gaza, Introductiva grammatices. Venetië 1495. blz. 46 blz. 172 813 TL
Giovanni Colle, Medicina practica. Pesaro 1617. blz. 61 blz. 142 346 Gnk
* Bovenstaande drie geschonken (l november) 1630 n.a.v. promotie d.d. 18 oktober. Giovanni Colle was de eerste hoogleraar in de geneeskunde aan de universiteit van Padua.
Hippocrates, Opera. [Met het commentaar van Giovanni Marinello]. Venetië, Polus, 1619. * Geschonken 1639 n.a.v. aanvaarding ambt van hoogleraar in de geneeskunde. Gedrukte schenkingsoorkonde voorin. blz. -- blz. 137 139 Gnk
Petrus de Abano, Conciliator. Venetië 1496. blz. 64 blz. 144 26 Gnk
Hippocrates, Opera. [Met het commentaar van Marinello]. Venetië, Valgrisius, 1575. blz. 64 blz. 137 138 Gnk
* Beide voorgaande geschonken in 1641. Aanleiding onbekend.
Columella & Libri de re rustica. Venetië 1482 resp. Reggio Emilia 1482. blz. 57 blz. 148 76 BH
Medici antiqui omnes. Venetië 1547. blz. 62/63 blz. 138 103 Gnk
* Beide voorgaande geschonken op 12 augustus 1642, ter nagedachtenis aan zijn in 1633 overleden vader Antonius Antonides van der Linden. Mogelijk houdt de schenking van de vier laatstgenoemde werken verband met het herstel van de academiegebouwen, dat in 1642 voltooid werd.
André du Laurens, Historia anatomica humani corporis. Frankfort 1599. * Geschonken 1643 n.a.v. aanvaarding van het rectoraat (juni '43 - juni '44). blz. 63 blz. 145 447 Ntk
Biblia sacra overgeset door Abraham a Doreslaer. Amsterdam 1614. * Geschonken op 3/13 januari 1644, zijn 35ste verjaardag, ter nagedachtenis aan zijn grootvader Henricus Antonides van der Linden. blz. 4/5 blz. 5 83 Gdg
Hippocrates, Opera omnia. [Editie: Marcus Fabius Calvus van Ravenna]. Rome 1549. blz. -- blz. -- 137 Gnk
Adriaan van den Spiegel, Opera omnia. Amsterdam 1645. blz. -- blz. 145 425 Ntk
* Deze laatste twee werken schonk Van der Linden in 1648 n.a.v. zijn aanvaarding van het ambt van bibliothecaris. Het laatstgenoemde werk was de door hemzelf verzorgde editie van de werken van Van den Spiegel, gedrukt en uitgegeven door Johan Blaeu.

Van der Lindens eigen bibliotheek is in april 1665 te Leiden geveild. Een catalogus hebben we niet onder ogen gehad. Een 15de-eeuws handschrift met de 'Practica nova, lucidarium et flos florum medicinae' van Johannes de Concoreggio, een Italiaans hoogleraar in de geneeskunde die in 1438 te Pavia overleed, draagt de aantekening: 'Codex erat in B(ibliotheca) Lindenii.' Het handschrift wordt in de Franeker catalogus van 1713 vermeld op bladzijde 340; thans bevindt het zich in de Provinciale Bibliotheek van Friesland onder signatuur 640 Hs.


DE SCHENKING VAN WILLEM FREDERIK (1649)

>> begin

Dank zij een gift van stadhouder Willem Frederik kon Van der Linden in 1649 24 werken voor de bibliotheek kopen. Al deze boeken werden voorzien van een gedrukte oorkonde met de naam van de schenker. Het grootste gedeelte bestond uit medische werken, het terrein waarop Van der Linden als geen ander thuis was.

Geneeskunde catalogus Franeker 1656 signatuur Prov. Bibl. Frl.
Vopiscus Fortunatus Plemp, Ophthalmographia (Leuven 1648) blz. 143 535 Ntk
Emilio Parisano, Excercitationes de subtilitate microcosmica (Venetië 1623-1638) 145 552 Ntk
Willem Piso, De medicina Brasiliensi (Leiden 1648) -- 700 Ntk
Vopiscus Fortunatus Plemp, Fundamenta medicinae. Editio altera recognita, interpolata, aucta. (Leuven 1644) 141 82 Gnk
Esteban Rodrigo de Castro, Commentarius in Hippocratis libellum de alimento (Florence 1635) 140 149 Gnk
Geronimo Mercuriali, In secundum lib. Epid. Hippocr. (Forli 1626) 143 160 Gnk
Wilhelm Fabry, Opera (Frankfort 1646) --- 205 Gnk
Geronimo Mercuriali, Opuscula (Venetië 1644) 143 226 Gnk
Sebastianus Paparella, Opera (Macareta 1582) 145 233 Gnk
Daniel Sennert, Opera (Lyon 1650)V 143 244 Gnk
Jacques du Bois, Opera (Genève 1635) 141 253 Gnk
Abraham Zacuto, Opera (Lyon 1649) 143 259 Gnk
Brice Bauderon, Pharmacopaea (Londen 1639) 147 1142 Gnk
Antonio Santorelli, De sanitatis natura (Napels 1643) 142 1264 Gnk
Andere vakgebieden
Giovanni Battista da Ferrara, Hesperides (Rome 1646) 148 171 BH
Solinus cum exercitationibus Cl. Salmasii (Parijs 1629) 166 34 Aard
Aristoteles (Venetië 1552; 11 dln. in 7 bdn.) 158 74 Wsbg
Petrus Gassendus, Animadversiones in Diogen. (Lyon 1649) 154 31 Wsbg
Matthias Berlich, Conclusiones practicabiles (Arnhem 1644; 2 bdn.) 135 448 R
Johannes Duns Scotus, Opera omnia (Lyon, 1639; 12 dln. in 16 bdn.) 72 695 Gdg
Erasmus, Epistolae (Londen 1642) 70 740 Gdg
Philipp Melanchton, Epistolae (Londen 1642) 65 740 Gdg
Johannes Scholasticus Climacus, Opera (Parijs 1633) 64 705 Gdg
Antonius Diana Panormitanus, Resolutiones morales (Lyon 1641; 4 bdn.) 63 737 Gdg


KRUIDKUNDIGE WERKEN IN DE ACADEMIEBIBLIOTHEEK

>> begin

De bibliotheek was goed voorzien van kruidkundige werken. Dodonaeus, Clusius, Lobelius en Matthiolus, die Van der Linden de studenten aanraadde te lezen, waren al voor 1644 aanwezig. Nadien kwam er Dodonaeus' Cruydt-boek (Antwerpen 1644), de beste en meest uitgebreide editie, gebaseerd op de uitgave 1616, vermeerderd met een deel over de kruiden, planten en geneesmiddelen van West- en Oost-Indië.

Kruidkunde Franeker catalogi signatuur
Prov. Bibl.
Frl.
1626 1635 1644
pluteo XX facie II
Matthiolus in Dioscoridem cum figuris majoribus (Venetië 1565) -- x x 118 Gnk
Rembertus Dodonaeus, Historia stirpium (Antwerpen 1583) x x x 762 Ntk
Carolus Clusius, Historia rariorum plantarum (Antwerpen 1601) -- x x --
Matthias Lobelius, Stirpium historia (Antwerpen 1576) x x x 765 Ntk

Ook de herbaria van Leonard Fuchs (Bazel 1543) en Otto Brunsfeld (Straatsburg 1530) waren in dezelfde kast voorhanden, evenals de plantkundige werken van Jean de la Ruelle, Hieronymus Bock en Adam Lonitzer en Johann Colers Hausbücher.

Pietro Andrea Mattioli's commentaar op de vijf boeken van Dioscorides komt in de catalogus van 1626 niet voor, ofschoon 'emptus anno 1610 sex Imperialibus thaleris'. Wel de door Aldus in 1499 gedrukte Griekse Dioscorides, afkomstig uit de bibliotheek van Erasmus. De werken van de drie grote Zuidnederlandse plantkundigen Dodoens, l'Escluse en l'Obel zijn alle door Plantijn gedrukt. Het herbarium van Dodoens was een geschenk van de edelman Julius van Botnia (overleden 1614). Op het titelblad staan de volgende disticha:

Non contentus erat nos oblectasse, videndo
Tam varios pisces tam varias volucres
Quinetiam suaves ut perciperemus odores
Addidit hos hortos Julius ecce Scholae
Botnia: tot pisces, tot aves qui donat et herbas
Botnia dic vivat sit super atque diu

Ter verklaring moet men weten, dat ook de dierkunde van Konrad Gesner in drie banden (856 Ntk), waarvan de tweede en derde respectievelijk de vogels en de vissen behandelen, door Botnia was geschonken.

Het herbarium van Charles de l'Escluse is een van de werken waarvan in 1648 bleek dat ze gestolen waren. Een vervangend exemplaar (nu sign. 772 Ntk) werd in 1662 geschonken door Samuel Arcerius, ter nagedachtenis aan de professoren en de academieboekhandelaren uit zijn geslacht en vanwege zijn voorliefde voor de medische wetenschap, aldus de door academiedrukker Johan Wellens gedrukte schenkingsoorkonde vooraan in het boek. Samuel Arcerius trouwde in 1664 met de vrouw van zijn overleden neef Johannes en volgde hem op als binder en leverancier van de academiebibliotheek (Res. GS 1-10-1664). Lit.: Feitsma.

De Historia plantarum van Theophrastus Eresius, de grootste botanicus van de oudheid, werd in 1644 geschonken dor de Amsterdamse medicus Egbert Bodaeus; hij had de door zijn zoon Johannes Bodaeus a Stapel bewerkte uitgave negen jaar na diens vroege dood laten verschijnen (Amsterdam 1644; sign. 746 Ntk.)


DE HORTUS IN VOGELVLUCHT

>> begin

Afzonderlijke afbeeldingen van de hortus van de Franeker hogeschool zijn er bij mijn weten niet. Wel geven de verschillende stadsplattegronden een indruk van de inrichting van de tuin. Op die van 1598 door Pieter Bast, in Pierius Winsemius' Chronique van Friesland (1622), is geen tuin ingetekend. Echter in een brief aan Caspar Bauhin (Franeker 20 augustus 1594) schrijft Raphael Pelecius, de latere (1603-1608) professor Clingbijl: 'Gisteren heb ik met de Franeker tuinman een rondgang door de hortus botanicus gemaakt.' Een hier niet afgebeelde kaart van Frederick de Wit, gedrukt van de koperen plaat die Johannes Jansonius voor zijn Stedenboek (1657) gebruikte, geeft de situatie van vóór 1643 (Blaeu) weer: de tuin is één groot kwadraat, dat cirkelvormig is opgedeeld.

Franeker 1643 (Blaeu)

Johan Blaeu vervaardigde een nieuwe plattegrond ('novissima delineatio') van Franeker voor zijn Tooneel der Steden (Amsterdam 1649). Deze kaart voorzag hij van een opdracht aan rector J.A. van der Linden; de plattegrond is dus te dateren op 1643/44. Er moet wel een vriendschappelijke band tussen Blaeu en Van der Linden bestaan hebben. Tevens is hiermee aangetoond, hoe vroeg Blaeu reeds aan zijn stedenatlas begonnen is. De atlas werd losbladig verkocht: de koper kon hem naar eigen smaak laten inbinden en nieuwe bladen bij verschijnen invoegen.

Op Blaeu's plattegrond is de tuin verdeeld in vier kwadraten en aan vier zijden rond het geheel zien we loodsen, die dienden voor overwintering van planten en opbergruimte van tuingereedschap. In een van deze gebouwtjes zal ook de hovenier gewoond hebben: de eerste, op aandrang van Winsemius door Gedeputeerde Staten benoemd, heette Johannes Schovingius. De indeling van de vier perken is verschillend en niet zo praktisch voor bewerking als in Leiden. Mogelijk is Padua het (klassieke) voorbeeld geweest. De uit Heerenveen afkomstige tuinman Schowing of Schouwen werd op 29 juni 1646 ingeschreven in het album studiosorum als kandidaat in de geometrie(!) Diezelfde dag deed hij examen, de volgende dag werd Joannnes Alberti Schouwen door het Hof van Friesland geadmitteerd als landmeter.

Franeker ca. 1660 (Haacma en Gravius)

Christianus Schotanus' Beschrijvinge van de Heerlijckheijdt Friesland (1664) bevat als plattegronden van de 11 steden navolgingen van Blaeu op kleinere schaal, zij het dat die van Hindeloopen helemaal nieuw is en die van Franeker verbeterd door de landmeters Sjoerd Ates Haacma en Sytse Gravius. Deze plattegrond van Franeker is te dateren na de dood van professor Bernardus Fullenius (27-1-1657). Bij nauwkeurige beschouwing ziet men dat eerst Blaeu's kaart nagetekend is en dat daarna pas correcties in de plaat zijn aangebracht.

Er is een toegang tot de hortus gemaakt vanuit het Zuiden (op de kaart midden boven). Daartoe zijn twee huizen aan de Schilbanck (4) weggebroken. De lange lage loods ten Oosten van de vier perken (op de kaart links) is afgebroken (en een sloot gedempt) in verband met het uitzicht op de hortus vanuit het over de gehele breedte van de tuin gebouwde huis (links van de letter C) voor de hoogleraar in de botanie. De kosten van dit (nog bestaande) fraaie gebouw schijnen hoog opgelopen te zijn. Op 23 februari 1649 zonden Gedeputeerde Staten namelijk een commissie naar Franeker om 'de aangevangen Bouwerije van de Academie' op de minst kostbare wijze te doen afwerken. In 1650 is het huis door Van der Linden betrokken. -- Houdt een en ander ook verband met het feit, dat Van der Linden in 1649 voor Utrecht bedankte, maar in 1651 wel naar Leiden ging? -- Een gedeelte van het gebouw was bestemd om planten en boompjes gedurende de winter te bewaren; het deed dus ook dienst als orangerie.

Door Menelaus Winsemius en zijn opvolgers is veel aandacht besteed aan de hortus botanicus. Winsemius kreeg op 13 april 1632 van Gedeputeerde Staten toestemming om voor maximaal 500 gulden de tuin in te richten; bouwmeester Lens werd opgedragen de muur rond de hortus te herstellen. Aan Philippus Matthaeus werd op 20 juli 1661 ten hoogste 300 gulden per jaar beschikbaar gesteld, om planten, kruiden en potten te kopen. Toen dat bedrag niet toereikend bleek, werd het op 19 maart 1662 tot 400 gulden verhoogd.


ANATOMISCHE WERKEN IN DE ACADEMIEBIBLIOTHEEK

>> begin

Van de 80 medische boeken die de bibliotheek in 1644 bezat, blijken er in 1648 zeven gestolen. Alle zes anatomische werken, die in 'pluteo XXII, facie I' bij elkaar stonden, werden ontvreemd. Hieronder staat een overzicht van de verdwenen werken. Daarbij is ook de herkomst vermeld.

Slechts drie van de oorspronkelijke exemplaren zijn in de Franeker academiebibliotheek teruggekeerd. Het werk van Andries van Wezel is vervangen door een exemplaar van de eerste editie van 1543 (sign. 442 Ntk); dat van Van den Spiegel door een exemplaar van Van der Lindens editie (Amsterdam 1645; sign. 425 Ntk), zoals we weten door hemzelf in 1648 geschonken. Het werk van de Spaanse arts Francisco Valles hoort eigenlijk niet bij de afdeling anatomie: in 1656 is het verplaatst.

Anatomie Franeker catalogi signatuur Prov. Bibl. Frl.
1626 1635 1644
Andreas Vesalius, De humani corporis fabrica (Bazel 1555) * Legaat van Eilardus Reynalda, gestorven 27-10-1610. Reynalda was hoogleraar Latijn, curator, grietman en gedeputeerde. -- x x --
Adrianus Spigelius, De humani corporis fabrica (Venetië 1627; editio princeps posthuma) -- x x --
Andreas Laurentius, Historia anatomica (Parijs 1600) * In 1643 geschonken door J.A. van der Linden. -- -- x 447 Ntk
Archangelus Picolhominis, Praelectiones anatomicae (Rome 1586) * Legaat van Menelaus Winsemius, overleden 1639. -- -- x 446 Ntk
Franciscus Valesius, Controversiae medicae et philosophicae (Hannover 1606) * Geschenk van de Amsterdammer Petrus Ruardi Leo n.a.v. zijn promotie op 10-6-1636. x x x 254 Gnk
Julius Casserius Placentinus, Pentaestheseion sive Anatomia quinque sensuum (Frankfort 1612) * Geschenk van Isbrandus Hieronymi Vranck n.a.v. zijn promotie op 12-5-1625. In het album promotorum wordt hij genoemd: Hieronymus Isbrandi Franck, Leovardiensis chirurgus. In de catalogi van 1626 en 1635 wordt dit werk aangeduid met de titel Nova anatomia. x x x --

In 1656 treffen we de anatomische werken in 'pluteo XX, facie I' aan: op die plaats staan dan alleen de volgende vijf (plaat)werken.

Terwijl de catalogus van 1644 medische werken bevat die door toedoen van Winsemius en zijn voorgangers zijn verworven, geeft de catalogus van 1656 de groei van de boekerij weer die het gevolg was van het aanschafbeleid van Van der Linden. In 1644 maakten de medische boeken, waartoe ook plant- en dierkunde werden gerekend, 13,5% uit van het gehele bezit van de academiebibliotheek; in 1656 maar liefst 20%. De totale collectie nam tussen 1648 en 1656 met 30% toe.

Bij de Grieken en Romeinen was het ontleden van menselijke lichamen niet toegestaan. De kennis van Galenus en anderen was gebaseerd op apen. Dat veranderde door de nieuwe anatomie van de Zuidnederlanders Andries van Wezel (Vesalius, 1514-1564) en Adriaan van den Spiegel (1578-1625), die, zij het onder strenge ethische voorwaarden, aan de universiteit van Padua anatomische lessen mochten geven. Hun beroemde plaatwerken, beide met de titel De humani corporis fabrica, waren in 1635 in de academiebibliotheek van Franeker voorhanden.

De ontdekking van de bloedsomloop door William Harvey, gevolg van de nieuwe anatomische onderzoekingen, beperkte Galenus' invloed sterk. De tegenstand tegen de nieuwe leer verdween echter slechts langzaam. Harvey's De motu cordis et sanguinis was in 1644 niet in de Franeker universiteitsbibliotheek aanwezig, evenmin het resultaat van de Wales onderzoekingen, de Epistolae de motu chyli et sanguinis (1641).

Belangrijk voor de erkenning van Harvey's leer was het verschijnen van de tweede editie van Plemps Fundamenta medicinae (Leuven 1644). Hierin verklaart de uit Amsterdam afkomstige hoogleraar in de geneeskunde aan de universiteit van Leuven op bladzijde 115 ('De sanguinis circulatione'), dat hij de eerst (1631) door hem verworpen leer van Harvey mede dank zij de Wale aanvaard heeft. Plemp was in de Zuidelijke Nederlanden een man van grote invloed, die ook in de wetenschap bepaald als autoriteit gold. Hij was de bijzondere vriend van Van der Linden. Heeft Plemp op zijn beurt Van der Linden overtuigd? Van der Linden heeft in elk geval ook bijgedragen tot de verbreiding van Harvey's ontdekking: aan de in samenwerking met de Amsterdamse drukker Blaeu voorbeeldig uitgegeven editie van Spigelius' werken (1645) voegde hij de geschriften van Harvey en de Wale toe. Zowel de Spigeliusuitgave als Plemps Fundamenta zijn zoals we zagen in 1648 respectievelijk 1649 door toedoen van bibliothecaris Van der Linden in de bibliotheek gekomen. Kort daarna zijn ook de Opera anatomica van Jean Riolan junior (Parijs 1649) aangekocht. Riolan, hoogleraar aan de conservatieve universiteit van Parijs, valt Harvey's theorie aan en verdedigt Galenus. Harvey antwoordde in twee brieven aan de Parijse geleerde. Sindsdien werd de juistheid van zijn leer van de bloedsomloop meer en meer erkend.


UFFENBACH IN FRANEKER

>> begin

Tot slot volgt hier een citaat uit de Merkwürdige Reisen (blz. 287) van Zacharias von Uffenbach, die op 19 april 1710 een bezoek bracht aan de universiteit van Franeker:

Ueber der Senat-Kammer ist die Anatomie, welches ein ziemlich gross, aber schlecht Zimmer, und wann man die Bänke und darauf stehende zwölf Sceleta und eine ausgebreitete Menschen-Haut ausnimmt, ganz leer ist. Gleich daran, und zwar über denen drey Collegiis ist die Bibliotheck, die von der Anatomie nur mit einem hölzernen Gegitter unterschieden ist. Wenn man auf der andern Seite dem Fenster hinunter sieht, hat man den Hortum medicum oder Academie-Tuyn, wie man ihn allhier nennet, vor Augen. Meer over de bibliotheek.


FRANEKER BIBLIOTHEEKCATALOGI

>> begin


LITERATUUR

J. Scaliger, Epistolae omnes quae reperiri potuerunt, nunc primum collectae ac editae. Lugduni Batavorum 1627.

Z.C. von Uffenbach, Merkwürdige Reisen durch Niedersachsen, Holland und Engelland. Zweyter Theil. Frankfurt und Leipzig 1753.

J. Bernays, Joseph Justus Scaliger. Berlin 1855.

W.B.S. Boeles, Frieslands hoogeschool en het Rijks athenaeum te Franeker. Leeuwarden 1878 - 1889.

J.W. Napjus over de hortus botanicus en de genoemde hoogleraren in de geneeskunde van de Franeker universiteit in Bijdragen tot de geschiedenis der geneeskunde 111(1923), XVI (1936), XVII (1937).

G. Sarton, 'Johannes Antonides van der Linden (1609-1664): medical writer and bibliographer' in Science, medicine and history [...] ed. by E. Ashworth Underwood. London 1953. Vol. II, p. 3-20.

A. Feitsma, 'Unbikende midfryske skriuwers (VII)'. In: Us Wurk 14 (1965), p. 12-17. [stamboom Arcerius]

E.M. Parkinson & A.E. Lumb, Catalogus of medical books in Manchester university library 1480-1700. Manchester 1972.

J. Schouten, Johannes Walaeus. Zijn betekenis voor de verbreiding van de leer van de bloedsomloop. Assen 1972.

The auction catalogue of the library of J.J. Scaliger. A. facsimile edition with an introduction by H. J. de Jonge. Utrecht 1977.

G.A. Lindeboom, Adriaan van den Spiegel (1578-1625), hoogleraar in de ontleed- en heelkunde te Padua. Amsterdam 1978. W. Blunt & S. Raphael, The illustrated herbal. London 1979.

M.H.H. Engels, 'Erasmiana in de Franeker academiebibliotheek', in De Vrije Fries 69(1979), 65-72.

Idem, 'De Franeker academiebibliotheek vóór 1700', in Freonen om ds. J. J. Kalma hinne. Leeuwarden 1982, 266-284.

>> begin