>> HOMEpage

Spelevaart der mode

Bron: J.H. der Kinderen-Besier, SPELEVAART DER MODE - De kledij onzer voorouders in de zeventiende eeuw (1950) en REGISTER samengesteld door Karel Schoeman (pdf, online 2003)
Internetuitgave en bewerking register: M.H.H. Engels, december 2016

INHOUD
I. De mode in het kader van de tijd - blz. 12
12 en 13 14 en 15 16 en 17 18 en 19 20 en 21 22 en 23 24 en 25
II. De kledij der mannen 1600-1625 - blz. 26
26 en 27 28 en 29 30 en 31 32 en 33 34 en 35 36 en 37 38 en 39 40 en 41 42 en 43 44 en 45
III. De kledij der vrouwen 1600-1625 - blz. 46
46 en 47 48 en 49 50 en 51 52 en 53 54 en 55 56 en 57 58 en 59 60 en 61 62 en 63 64 en 65 66 en 67 68 en 69
IV. De mode in het kader van de tijd 1620-1640 - blz. 70
70 en 71 72 en 73 74 en 75 76 en 77 78 en 79 80 en 81 82 en 83 84 en 85
V. De kledij der mannen 1620-1640 - blz. 87
86 en 87 88 en 89 90 en 91 92 en 93 94 en 95 96 en 97 98 en 99 100 en 101 102 en 103
VI. De kledij der vrouwen 1620-1640 - blz. 104
104 en 105 106 en 107 108 en 109 110 en 111 112 en 113 114 en 115 116 en 117
VII. De mode in het kader van de tijd 1635-1655 - blz. 119
118 en 119 120 en 121 122 en 123 124 en 125 126 en 127 128 en 129 130 en 131
VIII. De kledij der mannen 1635-1655 - blz. 133
132 en 133 134 en 135 136 en 137 138 en 139 140 en 141
IX. De kledij der vrouwen 1635-1660 - blz. 143
142 en 143 144 en 145 146 en 147 148 en 149 150 en 151
X. De mode in het kader van de tijd: het rhingravekostuum 1655-1675 - blz. 153
152 en 153 154 en 155 156 en 157 158 en 159 160 en 161 162 en 163 164 en 165 166 en 167 168 en 169
XI. De kledij der mannen: het rhingravekostuum 1650-1675 - blz. 170
170 en 171 172 en 173 174 en 175 176 en 177 178 en 179 180 en 181 182 en 183
XII. De kledij der vrouwen 1655-1680 - blz. 184
184 en 185 186 en 187 188 en 189 190 en 191 192 en 193
XIII. De mode in het kader van de tijd 1670-1700 - blz. 195
194 en 195 196 en 197 198 en 199 200 en 201 202 en 203 204 en 205 206 en 207
XIV. De kledij der mannen: het rockkostuum 1675-1700 - blz. 209
208 en 209 210 en 211 212 en 213 214 en 215 216 en 217 218 en 219 220 en 221 222 en 223
XV. De kledij der vrouwen 1675-1700 - blz. 225
224 en 225 226 en 227 228 en 229 230 en 231 232 en 233
XVI. De spelevaart der mode - blz. 234
234 en 235 236 en 237 238 en 239 240 en 241 242 en 243
Aantekeningen - blz. 245
244 en 245 246 en 247 248 en 249 250 en 251 252 en 253
Lijst der afbeeldingen - blz. 254
254 en 255 256 en 257 258 en 259

REGISTER
• admiraals, 205-206
• agrafes, 225, 226
• akertjes, 92, 136, 175, 183
• allongepruik, 199
• Amalia van Solms, 74, 75-76, 110, 118
• Anna van Nassau: inventaris, 260
• armozijn (zijde), 28, 30, 66(2x), 171, 192, 212, 261, 262, 285; verklaring, 292
• baard, 93-94, 119, 137, 178, 217-218. Zie ook knevel.
• baleinen, 184
• bandelier, 103, 142, 183, 223
• barbes, 230
• barcan, 292
• barchant, 292
• bedienden, 166. Zie ook keukenmeisje; pages.
• bef (mantelkraag), 42, 43
• bef (rabat) (platte kraag), 35, 70, 73, 92, 93, 94, 113, 135, 147, 155, 167, 171, 174, 187, 195, 214, 227-228; als kledingstuk bij wambuis, 214; patroon, fig. 169
• besoarsteen, zie bezoarsteen
• beuling, 49
• bezoarsteen, 68, 118
• Bicker, Wendela, 160; rekeningboek, 161, 263-286, en passim; portret, 185, 190-191, fig. 155
• bijhangende mouwen, 51
• binnenbroek, 31
• binnenwerk (van kraag), 56, 292
• blanketsel, 62
• boezelaar, 46, 66, 116, 192-193, 233
• Boheemse hof (Den Haag), 78, 126, 157
• bokkenleer, 29
• bombazijn, 292
• bonnet, 37, 95
• bont, 42, 44, 66, 53, 95, 106, 116, 125, 144, 162, 192, 193, 193-194, 232-233
• boogje (vrouwenmuts), 60, 114-115
• boogmuts, 115, 150
• borst, borstlijf, 47, 54, 104, 145, 168, 185
• borstharnas, 30, 85
• Borstius, Ds., 130-131
• borstlijf, zie borst, borstlijf
• borstrok (mannen), 26, 168, 217
• borststuk, 110
• bourat, 292
• bouw, bouwlijf, 47, 287
• bouwkunst, 128
• bouwlijf, zie bouw, bouwlijf
• bovenkousen, zie overkousen
• bovenmouwen, 225
• bovenmuts, 58-59
• bovenrok, zie overrok
• Brabantse huik, 64
• bragoenen, 47-48, 106
• brassières (wambuis), zie innocent
• Bredase hoeden, 219
• breimachine, 39
• brides, 230
• brocaat, 292
• broek (mannen), 30, 88, 90, 96, 119, 134, 213; patroon, fig. 101
• broek (vrouwen), 46
• bruidshuik, 65
• bruidstoilet, 146
• burgemeesters, 86, 133
• burgerij, 23; en lubbenkraag, 55
• cadenettes (haarlokken), 94, 117, 137, 151
• caffa, 292
• canons, 119-120, 140-141, 154, 180
• cappoet (mantel), 43
• capuchon, 191-92, 194, 207
• Cardenet (edelman), zie cadenettes (haarlokken)
• carmosijn, 43, 131, 292
• carsay, 292
• casjack, zie kazak
• casyant, 292
• Cats, Jacob, 78
• ceintuur, 51
• chamberlouc, 222
• chargie, 292
• chignon, 118, 150, 191, 230
• chignonkapje, 60, 115, 151
• Coen, J.P., 106
• coeurtje, 196, 202, 239
• coiffure, zie kapsel
• Coligny, Louise de, 19, 61, 74
• corset, 46, 120, 143, 185, 225
• cravat, 214
• crêpés, 230
• damast, 292
• das (mannen), 176, 195, 214, 221
• das (vrouwen), 227-228
• décolleté, 104, 109, 111, 143, 145, 147, 155, 167, 184, 187-188, 196, 225, 226, 239. Zie ook neerstik; toer.
• degen, 103, 183, 211, 223
• degendrager, degenriem, 102, 142, 223
• Delfland (admiraalschip), 162-163
• Den Bosch, zie 's-Hertogenbosch
• Den Haag, zie Bicker, Wendela; hofmode (Den Haag); Witt, Johan de
• 'deurslagen'/ 'deurhackte'/ 'deursneden' stoffen, 292
• dienstboden, 189. Zie ook keukenmeisje; pages.
• doekhuif, 169
• dolk, 103
• dominees, zie predikanten
• dominese, zie predikantsvrouw
• doorslagen/ doorhakte/ doorsneden stoffen, zie 'deurslagen'/ 'deurhackte'/ 'deursneden' stoffen
• Doubleth, George Rantaller, 165
• draagband (bandelier), 103, 162, 223
• dundoek, 292
• duvet, 219
• écharpe, 232
• edicten, zie kleder-edicten (Frankrijk)
• eetmaal (Den Haag, 1649), 123-124
• Elisabeth, koningin van Bohemen, zie Boheemse hof (Den Haag)
• engageantes, 196, 228
• entredeux, 292
• épauletten, 224
• erewacht (1638), 86
• Ernst Casimir van Nassau: patroon broek, fig. 81; patroon mantel, fig. 83
• falie, 152
• fantasiekapsels, 191. Zie ook cadenettes (haarlokken).
• fantasiemuts, 150, 156, 166
• fardegalijn, 14, 46, 71-72. Zie ook heupwrong. felp, 292
• fluynen, 168
• Fontangekapsel, 197, 199, 203, 230
• Fontangemuts, 197, 202, 207, 230-231; maximale hoogte, 231; als huwelijksgeschenk, 232; opberging, 232
• franjes, 227
• Franse mode, 16, 25, 46, 56-57, 72, 91, 93-99 passim, 104, 105, 108-109, 123, 129, 135, 135, 143, 156, 195, 197, 202, 202-203, 206, 238-239. Zie ook hofmode (Den Haag); Reigersberch, Maria van.
• Franse réfugiés, 203
• Frederik V, koning van Boheme, zie Boheemse hof (Den Haag)
• Frederik Hendrik, Prins, 74; titel, 74-75
• Friese stadhouders, 19
• fustein, 292
• garnering, zie kant; lint; rozetten
• gebeelde weefsels, 292
• gecatoenneerd, 292
• 'gecratste stoffen', 292
• geestelijken, zie predikanten
• gegraveerde stoffen, 292
• geparfumeerde kledingstukken, zie parfum en parfumeren van kledingstukken
• 'gesontheyd', 284. Vgl. santee.
• gesteven kledingstukken, zie stijfsel en stijven van kledingstukken
• gezanten (Den Haag), 123-124, 126-127
• gitten, 54, 116
• gordel, 44, 102, 142, 183
• gordelketen, 51
• gordelriem, zie gordel
• groffgrein, 292
• Groot, Hugo de, 22, 29, 39. Zie ook Reigersberch, Maria van
• gros de Tours, 293
• guimpe, zie neerstik
• haardracht (mannen), 37, 93-94, 119, 136, 177; Ds. Borstius over lang haar, 131
• haardracht (vrouwen), 59, 61, 68, 115, 117, 121, 151, 190. Zie ook chignon.
• haarlok (mannen), 117
• haarrol, 59
• halsdoek, halsneusdoek, 111, 112-113, 143, 147; patroon, fig. 104. Zie ook toer.
• halsketen, zie sieraden
• halskraag, zie kraag
• halsneusdoek, zie halsdoek, halsneusdoek
• halsstuk, 188-189
• halsuitsnijding, zie décolleté halve kousen, 39, 95, 179
• handmof, zie mof
• handschoenen (mannen), 45, 183, 224
• handschoenen (vrouwen), 67, 116, 152, 194, 233
• hangmouwen, 107
• harnas, zie borstharnas
• hartje (boezelaar), 193
• Hein, Piet, 88-89, 89-100 passim
• hellebaard, 86
• hemd (mannen), 26, 70, 87, 134, 153
• hemd (vrouwen), 46, 149
• hemdrok, 26, 168
• hemdsmouwen, 184, 190, 210, 215, 225
• Hendrik IV van Frankrijk, 16, 71
• hermelijn, 125
• heupketen, 51, 68, 118
• heupwrong, 46, 47
• hoed (mannen), 37, 71, 94, 137-138, 153, 178, 218. Zie ook steek
• hoed (vrouwen), 62, 115
• hoedband, 37, 62, 179, 218
• hoepelrok, zie fardegalijn; heupwrong
• hofmode (Den Haag), 17, 74, 100, 111, 115-116, 122, 157, 199. Zie ook Boheemse hof (Den Haag); Witt, Johan de.
• hofmode (Parijs), zie Franse mode
• hofvlieger, 52
• Honscot, Honscoten laken, 293
• Honthorst, Gerard, 76
• Hooft, C.P., 24 hozen, 39, 95
• hozenbanden, 40
• Hugenootse réfugiés, 203
• huik, 15, 62-63, 115, 152, 193, 233; als nationaal kledingstuk, 62-63
• huikpersje, 64
• huisdracht (mannen), zie huismuts (mannen); japon, japonse rok; muilen
• huisdracht (vrouwen), 48, 144, 191, 233. Zie ook huisjakje; muilen.
• huisjakje, 48, 192
• huismuts (mannen), 178
• hurluberlu (kapsel), 196, 201, 228
• Huygens, Constantijn, 35-36, 37, 67, 77, 220-221
• innocent, 153, 170, 209; patroon, fig. 150
• isertgen (oorijzer), 59
• jabot, 134, 215, 220
• jachtkostuum, 233
• Jacobus I van Engeland, 29, 32; patronen van wambuis en pofbroek, figg. 18, 19
• jakje, 48, 192
• japon, japonse rok, 221; benaming, 186; patroon, fig. 194
• juppe (mantel), 43, 101
• justaucorps, 162, 195, 211
• justaucorps à brevet, 197-198, 253 (hoofdstuk XVI noot 2)
• kabas, 182-183 kalotje, 136-137, 177
• kam, 155, 191
• kameelhaar, 219
• kamelot, 293
• kamerdoek, 293
• kamizool, 195, 209, 212, 213
• kant, 35, 36, 56, 58, 67, 70, 92, 93, 119, 135, 141, 175, 180, 186, 188, 189, 201, 214, 226, 228, 233
• kap, 191-192
• kaper, 191-192, 232
• kapje (mannen), 217
• kapje (vrouwen), zie chignonkapje; muts (vrouwen)
• kaplaarzen, 40, 41, 71, 96, 98, 119, 139-140, 181, 220
• kapsel, zie haardracht
• Karel II van Engeland, 157
• karos (rijtuig), 21
• karpoes, 95, 138
• karsaai, zie carsay
• kasjak, zie kazak
• kazak, 43, 101, 142, 182, 221
• kerkkleding, 24 181-182
• keukenmeisje, 46, 57
• keurs, keurslijf, 47, 185, 288
• kinderkleding, 211; kleine jongens in vrouwendracht, 76; lange banden aan kinderkleding, 250 (hoofdstuk X noot 1)
• kleder-edicten (Frankrijk), 156, 197-198, 236
• 'kleet', 26, 168, 171
• kleuren (in kleding), 15, 43, 55, 71, 72, 120, 121, 156, 158-159, 171, 182, 211, 235; namen, 174. Zie ook carmosijn; scharlaken; vermillioenrood; zwart (in kleding).
• klickers, 67, 117
• 'klinckant', 293
• knevel, 37, 178, 217-218. Zie ook baard.
• kniebroek, 195
• knopen, 38, 90, 170, 212-213; namen, 212-213
• koddebecker (hoed), 219
• koehaar, 31
• kolder, 30, 85, 89, 102, 134, 209
• kousebanden, 40, 71, 97, 139, 180, 219, 230
• kousen (mannen), 32, 39, 90, 95, 138, 168, 179, 219: kleuren, 95
• kousen (vrouwen), 66, 116, 168, 193: kleuren, 95
• kraag (mannen), 34, 135
• kraag (vrouwen), 49, 55, 105, 111, 120, 147
• kraag (alg.): uitgaven, 126; dozen voor bewaring, 148-149; patronen, figg. 85, 98, 104, 130, 169. Zie ook bef (rabat) (platte kraag); portefraes.
• krulstok, 152
• kurkertrekkerkrullen, 152, 155, 190
• laarzen, zie kaplaarzen
• laiton, 190
• lamfers, 219
• landadel, 22, 30, 85, 89
• landmacht, zie militairen
• leer, zie bokkenleer; handschoenen; kaplaarzen; schoenen; zeemleer
• legeruniform, zie militairen
• lijfje (bovenkleding), 47, 104, 143, 184
• lijfje (onderkleding), 46
• lijnwaad, zie linnengoed
• linnengoed, 119, 168, 175, 197, 210, 215. Zie ook hemd; onderkleding.
• lint, 120, 153, 173; 'steltsels van lint', 173-174, 224
• lobbenkraag, zie lubbenkraag
• Lodewijk XIII van Frankrijk, 137
• Lodewijk XIV van Frankrijk, 177, 197
• lubbenkraag, 34, 50, 55, 71, 92, 110, 144, 147, 189, 215; en 'Hollandse huisvrouw', 55; 'een stralend prachtstuk', 110; maakloon, 110-111; nadelen, 56
• lubbenmanchetten, zie ponjetten
• machayer, 293
• manchetten, zie ponjetten
• mandylke (mantel), 43, 101-102
• mantel (mannen), 42, 71, 99-100, 141-142, 181, 220; rode mantels, 141-142. Zie ook rouwmantel; tabbaard (mannen).
• mantel (vrouwen), 65 Zie ook huik; tabbaard (vrouwen); vliegerkostuum.
• mantel (alg.): patroon, figg. 83, 195.
• mantelbef, 100
• 'mantelge', 101-102
• manteltje (vrouwen), 116
• Maria de Medicis, 86
• Marken, 76
• Mary Stuart I, 122, 146, 157
• Mary Stuart II, 199-200
• maskers, 68, 194, 233
• Maurits, Prins, 18
• Mazarin, Kardinaal, 156, 236
• Mennisten, 131
• Ment, Eva, 106, 114
• meubels, 75
• militaire uniformen, 206
• militairen, 37, 86, 90, 99, 102, 119, 142, 183, 206, 209, 220, 242
• mode, 234
• modepoppen, 17
• mof, 66, 116, 193-194, 224, 233
• mouches, 158, 232
• 'moustache' (benaming), 94
• mouwen (mannen), 27, 28, 42, 87, 153, 170, 210, 211
• mouwen (vrouwen), 44, 47, 48, 109, , 104-105, 115-116, 121, 143, 146, 184, 196, 225, 226, 228
• Muiderkring, 84
• muilen, 66-67, 98, 99, 117, 193, 233
• muts (mannen), 95, 217. Zie ook huismuts (mannen).
• muts (vrouwen), 58, 114, 149, 155-156, 191; als symbool, 58; volksdracht, 192
• nachtrok, 44, 222
• nachttabbaard, 44, 186, 222
• neerstik (guimpe), 109, 111, 112, 143, 189
• neusdoek, zie halsdoek, halsneusdoek; zakdoek
• Oldenbarnevelt, Joan van, 21
• omslagdoek, 193
• onderbroek (mannen), 26
• onderbroek (vrouwen), zie broek (vrouwen)
• onderkleding (mannen), 26, 70
• onderkleding (vrouwen), 46
• onderkleding. Zie ook corset; hemd.
• onderkousen, 39, 66, 95
• onderlijfje, 143
• ondermouwen, 155, 225
• ondermutsje, 58-59, 114, 191
• onderriem, 67
• onderrok, 50, 54, 105, 109, 110, 144, 145, 155, 185, 226
• onderzieltje, 46
• oorijzer, 58, 150-151
• 'Oostindische' stoffen, 192, 221. Zie ook armozijn (zijde).
• opmaak van gezicht, 62, 232
• optrekkleren (schutters), 85, 139
• Ordre de l'Union de la Joye, 127
• overkleed, 107, 109, 145, 186, 225
• overkousen, 40, 96, 99, 119, 179. Zie ook canons.
• overlijf, 47
• overmouwen, 109
• overrok, 54, 155, 186, 196, 226
• overschoenen, 67, 99, 117
• paardehaar, 31, 217
• 'pack', 26
• pages, 90, 101, 166
• pagodemouwen, 211, 233
• palatine, 193, 232-233
• paniers, 226
• panne (trijp), 293
• parelen, 68, 69, 110, 118, 150, 152, 194
• parfum en parfumeren van kledingstukken, 45, 67, 98, 117, 194
• Parijs, zie Franse mode; Reigersberch, Maria van
• 'parste huik', 63
• partisaan, 86
• pas (in vrouwenmuts), 59, 60
• patriciërs, zie burgemeesters; regenten; regentessen.
• patronen, figg. 18, 19, 81, 83, 85, 98, 104, 130, 150, 169, 173, 194, 195
• pattes, 107, 143
• pauwenveren, 68
• Pepys, Samuel, 158
• pickedillekens, 47
• platte kraag, zie bef (rabat) (platte kraag)
• plooikraag, zie lubbenkraag
• pluimen en veren, 37, 62, 68, 87, 117, 138, 152, 163, 218
• poederen van pruiken, 216
• poef, zie pouf
• pofbroek, 31, 90, 213; patroon, fig. 19
• pofmouwen, 155
• poignetten, zie ponjetten
• ponjetten (mannen), 36, 93, 136, 176
• ponjetten (vrouwen), 57-58, 114, 121, 149, 189-190
• portefraes, 36, 57, 112; fig. 24B.
• portepee, 18, 223
• pouf (vrouwenrok), 196, 202, 207, 227
• predikanten, 167; veroordeling van mode, 130; tractement, 167
• predikantsvrouw, 132, 167
• pruiken, 61, 136-137, 153, 157, 159, 177, 195, 198, 200, 205, 215-216; prijzen, 217
• pruikenmutsje, 217
• puntmuts, 151
• 'pyeke' (jasje), 101
• rabat, zie bef (rabat) (platte kraag)
• rassa, raz, 293
• réfugiés, 203
• regenten, 23, 80, 128, 136, 164, 205
• regentessen, 144, 150, 167, 188
• Reigersberch, Maria van, 24, 26, 38, 39, 61, 93, 96-98 passim, 102, 117, 148; portret, fig. 133B
• reismantel, 100
• rhingravekostuum, 153, 170, 209; herkomst van naam, 172; patroon, fig. 150
• Richelieu, Kardinaal, 72, 236
• riem, zie gordelriem
• 'rijdtrock', 100 r
• rijglijf, 184-185, 185
• rijkleding, 100, 115-116, 146, 166, 181, 206, 209, 220, 241-242
• robe de chambre, 187
• rockgen, zie roxken
• rok (mannen), 162, 195, 209; patroon, fig. 173. Zie ook roxken.
• rok (vrouwen), 49, 105, 143, 184, 225
• rokbroek, 135, 153, 173
• rokkostuum, 195, 197, 209
• 'roosen', zie rozetten
• rouwborst, 109
• rouwhandschoenen, 67
• rouwhoed, 219
• rouwkleding (alg.), 61, 158
• rouwmantel, 100, 142, 220; patroon, fig. 195
• rouwmouwen, 109
• rouwmuts, 61
• rouwrok, 109
• rouwvlieger, 109
• roxken, 27-28, 70, 87, 133, 209
• rozetten, 41, 71, 88, 97, 98, 104, 108, 139
• rugkraag, 111
• ruiterkleding, zie rijkleding
• Ruyter, Michiel de, 162, 163, 204
• 's-Gravenhage, zie Bicker, Wendela; de Witt, Johan; hofmode (Den Haag)
• 's-Hertogenbosch, 65
• samaer, 53, 291
• santee, 269-270 passim. Vgl. 'gesontheyd'.
• scharlaken, 185
• schedelkapje (vrouwen), 150
• Scheveningen, 101
• schilderkunst, 129, 207
• schoenen (mannen), 40, 97, 139, 181, 219. Zie ook kaplaarzen; muilen.
• schoenen (vrouwen), 66, 117, 193, 233. Zie ook muilen
• schootlijfje, 184
• schortecleet, 66
• schorteldoek, 66
• schouderwielen, 47
• schutters, 85, 95, 103, 119, 120, 133-134, 136, 139, 142, 166
• serge, 293
• Sévigné, Mme de, 187, 190, 220-221, 228
• sieraden, 68, 117-118, 150-151, 152, 194. Zie ook heupketen; hoedband; parelen.
• sierkam, zie kam
• sis (tekstiel), 221
• sjerp ('sluier'), 49, 55, 85, 86, 103, 134, 142, 222
• sleep, 144, 155, 185, 186, 207, 226, 227
• sleutelring, 67
• sluier, 61, 194. Zie ook sjerp ('sluier').
• sokken, 39, 95, 138
• soldaten, zie militairen
• Spaanse mode, 12, 16, 31, 34, 42, 46, 52, 58, 76, 92, 238
• spanbroek, 213
• spanen dozen, 232
• 'speldewerck, 56, 293
• spelevaart, 234
• 'spigilien', 293
• sponton, 86
• sporen, 99, 220. Zie ook kaplaarzen.
• staatsiekleed (De Witt), 162
• staatsiepruik, 216
• steek, 195, 218; driehoekig (tricorne), 218
• Steinkerken, 215, 233, 228
• 'steltstels van lint', zie onder lint
• stevels, zie kaplaarzen
• stijfsel en stijven van kledingstukken, 36-37, 57, 93, 141, 148
• strik, strikdas, 214
• struisveren, zie pluimen en veren
• struisvogels, 219
• surtout, 221
• tabbaard (mannen), 21, 43, 54, 102, 142, 168, 183, 221, 291
• tabbaard (vrouwen), 186, 289, 291
• tabijn, tabijt, 293
• Temple, William, Sir, 160, 204
• tipmuts, 150, 191
• tobijn, 293
• toer, 143, 149, 155, 189, 201, 227-228
• toilet, toilettes, 293
• toilettafel, 186
• toupets, 230
• tour de gorge, zie toer
• tournure, 227
• tractement (predikanten), 167
• tricorne, 218, 233
• trijp, zie panne (trijp)
• uniform (militair), 206. Zie verder militair.
• Urk, 95
• veren, zie pluimen en veren
• vermillioenrood, 183
• vest, 195, 212
• vlechtsnoer, 169
• vleugelmouwen, 100, 101
• vleugelmuts, 60, 114, 149
• vliegerkostuum, 50, 68, 72, 85, 105, 121, 144, 154, 168; 'pseudo-vlieger', 108, 145
• voeringbroek, 31
• Volendam, 95
• 'volgeschrafte' stoffen, 292
• voorhoofdsnaald, 68, 118
• voormouwen, 58, 149, 176, 184, 189-190, 215, 225, 228
• voorschoot, 66, 193
• vrouwen: de 'Hollandse vrouw', 129-130, 166-167, 206-207; de 'oude vrouw', 144. Zie ook keukenmeisje; regentessen; vliegerkostuum.
• vrouwenhaar (voor pruiken), 217
• vrouwenmanteltje, zie manteltje (vrouwen)
• vrouwenmuts, zie muts (vrouwen)
• vrouwentabbaard, zie tabbaard (vrouwen)
• waaiers, 68, 117, 118, 152
• wambuis, 26, 70, 87, 119, 133, 153, 209; patronen, figg. 18, 65
• wandelstok, 45, 183, 224
• Willem II, Prins, 76, 122
• Willem III, Stadhouder-Koning, 125, 157, 199, 222
• Winschoten, 65
• Winterkoning (Bohemen), zie Boheemse hof (Den Haag)
• Witt, Johan de, 127-128, 160, 175-176; staatsiekleed, 162. Zie ook Bicker, Wendela.
• wrong (heupwrong), zie heupwrong
• wrong (oorijzer), 59
• zakdoek (neusdoek), 44, 67, 117, 183
• zakken, 210, 211, 213-214
• zakneusdoek, zie zakdoek (neusdoek)
• zeemacht, zie admiraals
• zeemleer, 39 zieltje, 46
• zondagse kleding, 24
• Zuidelijke Nederlanden, 25, 34-35
• zwaard, 103
• zwaardriem, 102, 142
• zwart (in kleding), 15, 23, 53, 72, 82, 100, 108, 120, 121, 129, 165, 167

>> begin